Saw II




Zo af en toe komt er een film langs die net ziekelijk genoeg is om
de tijdsgeest aan te spreken: ‘Saw’
was verleden jaar een low budget-horrorfilmpje waar niemand iets
van verwachte, maar dat een trouwe cultaanhang wist te vergaren.
Gedeeltelijk zal dat wel te maken hebben gehad met de doorgedreven
negativiteit en de extreme gewelddadigheid ervan. In de meeste
films in dit genre heb je ongeveer het volgende stramien:
personages werken zich in de problemen, het wordt steeds erger en
op een bepaald punt houdt het op, zodat ze een oplossing kunnen
bedenken. In ‘Saw’ was dat niet
geval: de problemen bléven erger worden, en elke hoop op een goede
afloop werd consequent aan diggelen geslagen. Het punt in de film
waarop we normaal gezien zouden verwachten dat de situatie zichzelf
begint op te lossen, kwam en ging. En nóg werd het erger. En nóg
werd het bloederiger, tot en met de laatste seconde.

In zekere zin moest ik daar respect voor opbrengen: ‘Saw’ was een film met kloten aan z’n lijf.
Maar helaas ook één met een gammel script en slechte
acteerprestaties. Toen het volk er massaal op af bleek te komen,
besloot men om in zeven haasten een vervolg in elkaar te flansen en
nu, nauwelijks een jaar later, is er dus ‘Saw II’. Ik ben nog
steeds geen fan van het hele concept, maar goed, eerlijk is
eerlijk: het script zit ditmaal op z’n minst iets strakker in
elkaar.

Een stuk of acht ongelukkigen worden wakker in een afgesloten
kamer, ergens in een vervallen huis. Jigsaw, de vindingrijke
seriemoordenaar uit de vorige film, weet hen te melden dat er een
langzaam werkend gif via de lucht verspreid wordt dat hen binnen de
twee uur zal doden. In het huis zijn hier en daar injectienaalden
met tegengif te vinden, maar het spreekt vanzelf dat ze die niet te
pakken zullen krijgen zonder de nodige bloederige proeven te
doorstaan. Terwijl de slachtoffers proberen om levend door het
sadistische labyrint van Jigsaw te geraken, komt flik Eric Mason
(Donnie Wahlberg) de moordenaar zelf op het spoor. Eens hij oog in
oog staat met Jigsaw, blijkt die echter nog een paar lepe trucs
achter de hand te hebben.

De voornaamste verkoopargumenten van de eerste film zijn
onveranderd gebleven: ook ‘Saw II’ is in essentie een
aaneenschakeling van vetzakkerijen, een reeks moorden die zo
gruwelijk mogelijk werd gemaakt om toch maar de sicko in ons allen
aan te spreken. Passeren onder andere de revue: een doodsmasker dat
dichtklapt om je gezicht te vermorzelen, een ruimte in de vloer die
boordevol injectienaalden zit en een tuig dat een nieuwe betekenis
geeft aan de term: “je polsen oversnijden”. Het punt is dat die
gortigheden ditmaal zorgvuldiger worden opgebouwd.

Mijn voornaamste bezwaar tegen de originele ‘Saw’ was dat de prent structureel een bende
was: er werd een claustrofobische situatie opgebouwd in die
badkamer, enkel om dan doorbroken te worden met een expliciet
aangekondigde flash-back (alsof we trouwens niet slim genoeg zijn
om zó ook door te hebben dat het een flash-back is). Hier wordt dat
allszins iets beter aangepakt: de film speelt zich op twee fronten
af – in het huis met het gifgas en in het huis van Jigsaw, waar die
zijn confrontatie met Donnie Wahlberg heeft – maar allebei die
locaties zijn in feite erg benauwd. De claustrofobie van de film
wordt nergens kapot gemaakt en er zijn ook geen flash-backs om in
de weg te gaan staan. De prent is ordelijker, gedisciplineerder dan
z’n voorganger. Met de martelingen van Jigsaw is het net hetzelfde:
we krijgen één heel straffe scène aan het begin, gewoon om het
publiek wakker te schudden, en daarna wordt er naar de meer
bloeddorstige scènes toegewerkt. Je ziet een evolutie plaatsvinden
in dat groteske, van matig gewelddadig naar ongelooflijk over de
top.. In de eerste ‘Saw’ was ook dat
niet aanwezig: telkens wanneer de makers bang werden dat het
publiek z’n aandacht zou verliezen, gooiden ze er maar wat gratuit
geweld tegenaan.

Het verhaal van ‘Saw II’ grijpt uiteindelijk terug naar een
oerklassiek gegeven: de “tien kleine negertjes”-structuur. Je
begint met acht mensen in een kamer en je begint die van kant te
maken, tot er aan het einde nog één of twee overblijven. Dat idee
wordt al jaar en dag gebruikt in slasherfilms allerhande, maar het
gebruik ervan heeft zo z’n voordelen. Ten eerste hoef je je geen
zorgen te maken over karakterontwikkeling (telkens wanneer dat een
probleem wordt, maak je gewoon iemand af, zo simpel is dat) en ten
tweede sta je de kijker daarmee toe om de tel bij te houden, zodat
hun betrokkenheid groter wordt. “Toen waren er nog maar drie…
twee… één.” Oké, bijster origineel is het niet, maar in dit soort
film moet je dan ook niet gaan proberen om het warm water opnieuw
uit te vinden. ‘Saw II’ schikt zich naar de beperkingen van het
genre en vindt zo toch een manier om te kunnen overleven.

Niet dat dit een meesterwerk is of zo, begrijp me alsjeblieft niet
verkeerd. Het verhaal slaat uiteindelijk nergens op (een stervende
kankerpatiënt die voor de lol uitgebreide folterpraktijken bedenkt,
yeah right), en al de personages zijn, geheel volgens het
cliché, te dom om te helpen donderen. Tip: wanneer een
seriemoordenaar je op voorhand zegt dat je een bepaalde deur niét
met een bepaalde sleutel mag openen, doe dat dan ook niet. Ook
logica hoef je hier niet te gaan zoeken: één van de personages
wordt ervan verdacht Jigsaw te hebben geholpen, en reageert: ‘Ik
had geen keuze!’ Maar er komt nooit verdere uitleg. Een ander
slachtoffer trapt tegen het einde finaal door, omdat… tja, omdat
dat nu eenmaal zo hoort in dit soort film: er moét er eentje
flippen. En bij Jigsaw zelf zat ik me heel de tijd af te vragen
waar hij al het geld en (als kankerpatiënt) de energie vandaan
haalde om die uitgebreide spelletjes in elkaar te steken. Oké, ik
weet het, je mag je daar geen vragen bij stellen… maar, zeg ‘s
eerlijk, hoe kóm je eigenlijk aan zo’n doodsmasker? Verkopen ze dat
in de Brico?

‘Saw II’ is crap, ja, maar ditmaal is het crap die volgens een
bepaald stramien gemaakt is en op een zekere manier ook wel
succesvol is, gelet op wat dat stramien toelaat. Eigenlijk
verschilt deze ‘Saw’ niet zo gek veel van de slasherfilms uit de
jaren tachtig: na Freddy en Jason is het nu misschien Jigsaw die
jaarlijks een keer langskomt met bloederige avonturen die steeds
verder uit de bocht gaan. Waarom ook niet? Het enige dat de makers
moeten doen, is nieuwe martelpraktijken bedenken en het één of
ander flets excuus voor een scenario om die aaneen te rijgen. Ik
zit er nu niet echt naar uit te kijken, maar ‘Saw II’ is zeker niet
de ramp die het had kunnen zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in