The Name of the Rose




Umberto Eco’s roman ‘De Naam van de Roos’ is één van die boeken die
iedereen in de kast heeft staan, maar die maar heel weinig mensen
hebben gelezen. Je koopt ‘m, je zorgt ervoor dat de rug voldoende
gekraakt is om je buren en familieleden te overtuigen en dan zeg je
heel blasé dat je ‘De Slinger van Foucault’ eigenlijk toch beter
vond. Met z’n uitgebreide historische zijsporen en z’n complexe
religieuze en filosofische bespiegelingen was ‘De Naam van de Roos’
inderdaad geen lichte kost en een verfilming werd vanaf het begin
quasi onmogelijk geacht. Toen Jean-Jacques Annaud in 1986 dan toch
zijn interpretatie van het werk in de zalen bracht, werd hij haast
unaniem de grond in geboord door critici die het hem in eerste
instantie al kwalijk namen dàt hij een film van de roman had
gemaakt. Tijd brengt echter raad – tegenwoordig is er een ware
herwaardering van de prent op gang gekomen. ‘The Name of the Rose’
heeft een culstatus verworven.

Het verhaal speelt zich af in 1327, in een Benedictijner abdij in
noord-Italië. In deze abdij wordt een conclaaf georganiseerd tussen
pauselijke gezanten en een delegatie Franciscaanse monniken. De
Franciscanen werden in die tijd immers beschuldigd van ketterij
omdat ze zich afzetten tegen de rijkdom van het Vaticaan – Christus
was arm, en bijgevolg moest de kerk dat volgens hen ook zijn, iets
dat de paus niet graag hoorde. Onder de Franciscanen bevindt zich
William of Baskerville (Sean Connery), een intellectueel die het
letterlijke woord van de bijbel niet in de weg laat staan van zijn
eigen ratio. Wanneer hij in de abdij aankomt, raakt hij echter
verzeild in een heel andere, mysterieuze affaire: een jonge monnik
is onder verdachte omstandigheden gestorven en al gauw vallen er
nog andere doden. Er wordt in het midden van de nacht druk heen en
weer gelopen door de abdij, boeken verdwijnen en er zijn zelfs
geruchten van hekserij. Voor hij het weet, is William of
Baskerville meer bezig met het onderzoek naar de doden dan met het
debat tussen de paus en de Franciscanen.

De begintitels noemen de film “een palimpsest van de roman van
Umberto Eco”, en dat lijkt me een zeer accurate beschrijving. Een
palimpsest, voor wie het niet mocht weten, was een stuk perkament
dat na gebruik werd afgeschraapt zodat het opnieuw beschreven kon
worden. Op precies dezelfde manier heeft Annaud, samen met zijn
klein legertje aan scenaristen, het boek ontdaan van alle
nevensporen. Hij heeft al het vet er afgeschraapt, tot hij alleen
nog de plot overhield en een aantal fundamentele thema’s. Van
daaruit is hij dan opnieuw begonnen om zijn eigen kunstwerk te
creëren.

De verschillen tussen literatuur en cinema zijn zelden zo duidelijk
als in een vergelijking van juist deze roman en film. In het boek
kon Umberto Eco het zich veroorloven om de personages tientallen
pagina’s lang te laten vertellen over een bepaalde periode in de
geschiedenis, over hun theologische theoriën of hun filosofische
overtuigingen. Hij plaagde zijn lezer constant met het
detectiveverhaal: jà, er is een moord gebeurd, en jà, als ik zin
heb zal ik je wel eens een keer vertellen wie het gedaan heeft en
waarom, maar laat ik nu nog eens eerst dertig bladzijden besteden
aan een uitwijding over de armoede van Christus. In een film is dat
vrijwel onmogelijk: je kunt je verhaal niet even twintig minuten
platleggen om over iets anders te beginnen. Je zou er je hele film
mee vermoorden (en er zijn zelfs critici die beweren dat dat ook
precies is wat Eco met z’n boek heeft gedaan). ‘The Name of the
Rose’ is als film dus haast vanzelfsprekend rechtlijniger en
makkelijker om te volgen dan als roman, maar dat wil niet zeggen
dat een aantal van de meest belangrijke thema’s niet overeind
blijven.

Ten eerste is er natuurlijk het hele conflict tussen de
Franciscanen en de paus en de discussie over de noodzaak aan
armoede in de kerk die daarmee verbonden is. Ze wordt minder
gedetailleerd uitgelegd als in het boek, maar ze is nog steeds
tastbaar aanwezig. De visuele mogelijkheden van het medium zorgen
er trouwens voor dat Annaud zijn punt subtiel duidelijk kan maken:
let op de rijkelijke kledij van de pauselijke gezanten, hun
juwelen, al de pracht en praal waarmee ze zich die abdij laten
binnenrijden. Dit zijn zieleherders die geen bal geven om iets
anders dan hun eigen macht en levensstijl.

En ten tweede is ‘De Naam van de Roos’ ook in hoge mate een boek
over andere boeken, over de kracht van literatuur. In de
middeleeuwen waren abdijen de voornaamste centra van intellectueel
leven: de gewone bevolking was analfabeet, en nergens anders werden
boeken regelmatig gelezen, nergens anders werden ze gekopiëerd.
Vanzelfsprekend krijg je dan een spanning tussen aan de ene kant al
die intellectuele kennis die daar verzameld ligt, afkomstig van
overal ter wereld, en aan de andere kant het geloof in God, dat
niet in twijfel mag worden getrokken. Wat doe je dan met boeken die
geschreven zijn door joden, moslims of heidenen (want die had je
toen nog)? In dit verhaal slaan ze die boeken op in een
labyrintische bibliotheek, waartoe niemand behalve de
bibliothecaris toegang heeft. Ze gaan met hun kont bovenop die
gevaarlijke boeken zitten, die tegen de doctrines van de bijbel in
gaan, en ze spreken er niet meer over. Uiteindelijk maakt men van
één van die boeken zelfs letterlijk een moordwapen: een boek dat
toch al spiritueel vergif is, wordt nu letterlijk vergiftigd.

Dat alles is een statement van Eco over ratio versus religie, over
de corrumperende rol van de kerk in die tijd en over het mentale
labyrint dat boeken voor de lezer kunnen vormen. En het is
merkwaardig dat al die thema’s een plek hebben gevonden in Annauds
film, zij het dan in lichtjes afgezwakte vorm. De regisseur
behandelt die onderwerpen voor zover ze rechtstreeks invloed hebben
op de plot, waardoor hij het tempo er nooit uit moet halen. Is dat
dan de typerende vereenvoudiging van een complex boek voor een
film? Misschien kun je ’t zo bekijken, maar waarom zou een film
niet toegankelijk mogen zijn?

Blijft daar het feit dat Annaud de middeleeuwen prachtig tot leven
heeft gewekt, met indrukwekkende decors en een grauwe, grijze
fotografie die de sfeer van deze duistere periode perfect weet te
vatten: overal hangt er mist, alles is vuil, alles troosteloos.
Annaud speelt zeer doelbewust met de clichébeelden die we allemaal
hebben van de middeleeuwen, en zorgt er op die manier voor dat zijn
film zeer authentiek aanvoelt. Ook de cast, vol met karakterkoppen,
helpt daarmee. De prent geeft bijna de indruk op locatie in de
middeleeuwen gedraaid te zijn.

‘The Name of the Rose’ kan nu, bijna twintig jaar later, gezien
worden als de intelligente, doordachte literatuurverfilming die hij
is. Wie verwacht om alle complexiteiten van Eco’s boek op het
scherm terug te vinden, zal uiteraard teleurgesteld zijn, maar die
zou ook onrealistische verwachtingen hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in