Harry Potter and the Goblet of Fire




Move over, pompeus in hun baard wauwelende tovenaars uit
‘Lord of the Rings’, vade
retro
nichterige jedi’s uit ‘Star
Wars’
. Zowat de enige grote franchise waar ik de laatste jaren
nog naar durf uitkijken, zijn de ‘Harry Potter’films. Aanvankelijk
was ik even sceptisch als eender wie, maar sinds ik de boeken heb
gelezen kan men mij op onbewaakte momenten wel eens aantreffen in
de wandelgangen van gebouwen allerhande, terwijl ik met een
chopstick sta te zwaaien onder het uitroepen van: “accio
girlfriend!”
Yup, ik ben een fan geworden. Dan mag je JK
Rowling nog zo hard aanvallen omdat ze haar plots van anderen
geleend zou hebben of omdat haar dialogen soms wat opgezwollen
zijn, het feit blijft dat ze er toch maar in geslaagd is om met een
enorm gevoel voor humor een heel eigen wereldje te creëren waar
zowat iedereen graag in vertoeft. En ze heeft kinderen van acht,
negen jaar zover gekregen om boeken van 700 pagina’s te lezen, ga
er maar eens aan staan.

In ‘The Goblet of Fire’ is Hogwarts de gastheer voor het ‘Triwizard
Tournament’, een evenement waarin de kampioenen van drie scholen
het tegen elkaar moeten opnemen in drie levensgevaarlijke proeven.
Leerlingtovenaars die willen deelnemen, moeten hun naam in de
Vuurbeker werpen. Harry speelt niet mee, voornamelijk omdat hij
daar te jong voor is, maar toch wordt hij geselecteerd, en op die
manier begint een lijdensweg langs draken, meerminnen en doolhoven.
Ondertussen voelen hij, Ron en Hermione ook hun hormonen behoorlijk
opspelen én begint aartsvijand Voldemort steeds meer teken van
leven te vertonen.

Dit vierde deel van de serie bracht zo z’n eigen problemen met zich
mee voor een verfilming: voor het eerst stonden de makers tegenover
een boek van om en bij de 800 bladzijden. Regisseur Mike Newell
dacht al aan een ‘Kill Bill’-gebeuren, met ‘The Goblet of Fire’
Volume 1 en 2 (’t is dat ik het nog gezegd heb in m’n recensie van
‘The Prisoner of Azkaban’), maar dat
heeft de studio uiteindelijk afgewimpeld. Het eindresultaat is een
film van 157 minuten, waar echt geen enkel dood moment inzit – hoe
kun je je dat permitteren als je een boek verfilmt dat werkelijk
bàrstensvol zit met personages en gebeurtenissen?

In de praktijk betekent dat dat scenarist Steven Kloves behoorlijk
heeft moeten knippen in het materiaal – nuances uit het boek gaan
verloren en sommige personages krijgen nauwelijks iets te doen
(vooral de fel bebaarde Hagrid en Alan Rickmans heerlijke Snape
zijn hier zware slachtoffers van). Kloves en Newell moeten
eigenlijk een hele film lang achter het bronmateriaal aanhollen, om
toch maar zoveel mogelijk verteld te krijgen op zo weinig mogelijk
tijd. Gezien die beperkingen, die inherent zijn aan het medium, is
het opmerkelijk hoe goed Kloves z’n job wel heeft gedaan. Hij heeft
uit die 800 pagina’s van Rowling op een zeer vakkundige wijze de
essentie gehaald, zónder daarom de emoties van het verhaal uit het
oog te verliezen. We lezen ‘Harry Potter’ omdat we willen weten
welke wezens er nu weer zullen opduiken en omdat we nieuwsgierig
zijn of Voldemort definitief zal terugkeren. Maar veel meer dan
dat, lezen we ‘Harry Potter’ om te weten te komen of Hermione en
Ron eindelijk in elkaars armen zullen vallen en of Harry een lief
zal vinden. Dat element blijft verrassend sterk in leven in deze
filmversie: ergens in het midden van de film nemen Kloves en Newell
ongeveer een half uur pauze van de actie, om een paar lange scènes
in te lassen over de relatie tussen Harry, Ron en Hermione. Dat
hadden ze korter kunnen doen, om dan méér tijd te spenderen aan het
getover, maar daarmee zouden ze de menselijkheid van de serie
geschaad hebben. Ik heb al mensen gehoord die die scènes
kinderachtig en naïef vinden, maar hey, het gaat dus wel over
veertienjarigen, wat verwacht je dan?

De inkortingen van het boek zijn eigenlijk alleen maar écht
voelbaar tijdens de eerste tien minuten van de film – een 150
pagina’s tellende proloog over de Quidditch World Cup wordt er in
die tien minuten doorheen gejaagd, met als gevolg een
openingssequens die chaotisch, opgefokt aanvoelt. Daarna, eens de
film naar de school is verhuisd, vindt Newell z’n ritme – een tempo
dat noodgedwongen continu hoog ligt, maar nergens over de grens van
het hysterische gaat (een grens waar de meeste actiefilms
tegenwoordig d’office over zitten).

De actiescènes zijn, in vergelijking met de vorige films,
grimmiger, harder: Harry heeft een confrontatie met een draak en
komt zwaar bebloed uit de strijd tevoorschijn. De eindscène eist
zelfs een dodelijk slachtoffer. Naarmate Harry en z’n vrienden
ouder worden, worden ook de boeken en films iets volwassener van
toon, meer gericht tot een tienerpubliek dan tot jongere kinderen.
Waarschijnlijk is het daarom dat zoveel critici dit de beste uit de
reeks vonden. Feit blijft dat de actie over het algemeen goed in
beeld is gezet, met hier en daar een voorbeeldje van CGI die niet
helemaal niet is wat het moet zijn: wanneer Harry plots in een
halve vis verandert en een vreugdesprongetje uit het water maakt,
lijkt hij meer een langwerpig stukje CGI-blubber dan wat anders.
Ook de finale valt al bij al een beetje mager uit, wat eerder de
fout van Rowling is dan die van de filmmakers – zij heeft het zo
geschreven.

Maar goed, uiteindelijk gaat het voornamelijk om de sfeer van de
films, en die is nog steeds intact gebleven. De toch al uitgebreide
cast van de vorige films wordt ditmaal aangevuld met Brendan
Gleeson als “Mad Eye” Moody, de nieuwe Defence against the dark
arts-professor. Gleeson staat zich overduidelijk te amuseren in een
rol waarin hij ongegeneerd over de top mag gaan en weet op zeer
korte tijd toch een duidelijk personage af te bakenen. Daniel
Radcliffe, Rupert Grint en Emma Watson krijgen al voor de vierde
maal op rij bakken kritiek over zich heen voor hun rollen als
Harry, Ron en Hermione, maar in vergelijking met irritante
monstertjes à la Dakota Fanning en aanverwanten, is het ronduit een
genot om nog eens kinderen bezig te zien die er niét uitzien alsof
ze net van bij de visagisten komen buitengestapt.

‘Harry Potter and the Goblet of Fire’ heeft zo z’n gebreken, maar
de film biedt precies wat de fans ervan willen hebben: een aantal
spectaculaire momenten, wat aandoenlijke tienercapriolen en bovenal
de terugkeer van You-Know-Who. Ze mogen allemaal zeggen wat
ze willen: ik heb ervan genoten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in