Suspect






Een drietal jaar geleden kwamen Ivan Boeckmans en Guy Lee Thys met
‘Kassablanka’ op de proppen, een
drama over de spanningen tussen blanken en moslims in de armere
buurten van Antwerpen. De film werd vrij snel weer de zalen
uitgehaald en heeft sindsdien een stil leventje geleid op dvd – wat
jammer is, want de prent bevatte dan wel een groot aantal
beginnersfouten, maar het bleef een boeiend, oprecht verhaal. Nu
staan de filmmakers er met ‘Suspect’, en de tussenliggende jaren
hebben hen goed gedaan: ze werken met een groter budget dat betere
technologische middelen toelaat, een cast met professionele acteurs
in plaats van debutanten die ze van de straat moesten plukken, en
hun film wordt ditmaal zelfs een beetje gepromoot door de verdeler
(daar moesten ze zich ten tijde van ‘Kassablanka’ ook niet teveel
van voorstellen).

De premisse is in principe krek hetzelfde als die van ‘Anklaget’ enkele weken geleden: Gene
Bervoets speelt Rob Dekoster, een ietwat slijmerige manager die
samenwoont met herstellende cocaïneverslaafde Nell (Karlijn
Sileghem) en haar twee kinderen: de zeventienjarige, mentaal
gehandicapte Jimmy (Elias Mentzel), en de vijftienjarige Sandy (Zoë
De Roovere). Sandy is volop aan het puberen: het meisje ligt
overhoop met haar apatische moeder en Rob vindt ze een griezel die
haar continu met z’n ogen zit uit te kleden. Wanneer sociaal
assistente Lydia (Ellen Ten Damme) op een dag in Sandy’s school les
geeft over ongewenste intimiteiten, doet het meisje haar een
schokkend verhaal: Rob zou haar hebben aangerand.

Net als in die Deense film, weten we aanvankelijk niet of de
verdachte pedofiel het heeft gedaan of niet, maar nog sterker als
in ‘Anklaget’, wordt het duidelijk
dat schuld of onschuld in dit soort gevallen irrelevant is: de
verdenking alleen is genoeg. Het is ronduit beangstigend hoe snel
Robs leven in elkaar stuikt, terwijl er nog helemaal niks is
bewezen. Iedereen die ooit met hem overhoop heeft gelegen (en
gezien zijn rotkarakter zijn dat heel wat mensen), keert zich nu
ogenblikkelijk tegen hem om te incasseren op de situatie. Een
carrièrebeluste reporter springt bovenop de zaak, zonder zich
vragen te stellen bij de reputaties die ze misschien verwoest, en
een openbaar aanklager onder immense publieke druk is meer bezorgd
om een bekentenis ten allen prijze, dan om de waarheid. Elke
dubbelzinnige opmerking die Rob ooit heeft gemaakt, elke keer dat
hij wat te dicht in de buurt van Sandy’s slaapkamer is gekomen, elk
misverstand dat er ooit tussen stiefvader en -dochter heeft
plaatsgevonden, wordt plotseling heel anders geïnterpreteerd. Heeft
hij het gedaan? Tja, er zijn wel video’s van Sandy op een
naaktstrand en in bad die niet echt koosjer lijken. En inderdaad,
we zien hem in het midden van de nacht uit Sandy’s slaapkamer
komen. Maar hoe kunnen we zeker zijn?

Die desintegratie van Robs leven wordt erg boeiend en geloofwaardig
in beeld gebracht. In een andere recensie heb ik iemand horen
klagen dat de film voorspelbaar zou zijn omdat al de punten waarop
men Rob achteraf probeert te pakken, aan het begin van de film te
duidelijk worden geïntroduceerd. Voorbeeld: in een vroege scène
poetst hij zijn tanden. Zonder te kijken neemt hij van de wasmand
naast zich een stukje stof om z’n mond af te vegen, dat hij
vervolgens in z’n kamerjas stopt. Hij weet het zelf niet, maar dat
stukje stof is een slipje van Sandy. Driemaal raden of dat later
nog zal meespelen. Dan kun je zeggen dat dat voorspelbaar is, maar
omdat je op voorhand weet dat het gaat komen, kun je wel beter
delen in de oprechte verbazing van het hoofdpersonage op dat
moment. Hadden de regisseurs die scène niét zo zorgvuldig
opgebouwd, dan zou het ongeloofwaardig zijn overgekomen – want het
wil toch wel weer juist lukken, eigenlijk. Soms moet je verrassing
opofferen voor geloofwaardigheid.

Daar staat wel tegenover dat er zeker twee personages zijn die
eigenlijk niet door de beugel kunnen: Joke Devynck als persmuskiet
en Frank Focketijn als openbaar aanklager. Die twee personages zijn
zodanig over de top dat het bijna lachwekkend wordt. Wanneer Rob de
cameraploegen op zich af ziet stormen, vlucht hij snel weg in z’n
auto – Devynck doet snel een standup-verslagje terwijl hij
wegsjeest: ‘Dit is geen normaal gedrag voor een onschuldig man.’
Niet dat ik onze pers wil onderschatten, maar zouden ze zo ver
durven gaan? Focketijn, op zijn beurt, moet Rob tijdens een verhoor
domweg meedelen dat hij geen advocaat mag zien en probeert hem
zelfs een bekentenis te laten ondertekenen die hij nooit heeft
afgelegd. Dit zijn geen personages, maar karikaturen.

De acteerprestaties zijn over het algemeen sterk. Gene Bervoets,
nochtans niet m’n lievelingsacteur, schittert als Rob, een man die
zich onschuldig gedraagt en sowieso een loer wordt gedraaid door
iedereen met enige wrok tegen hem – maar die daarom nog niet
onschuldig is. Bervoets weet de ambiguïteit van dat groezelige
personage perfect te vatten. Karlijn Sileghem als zijn echtgenote
acteert hier met een gepaste verdwaasde blik: haar personage is dan
wel van de zware drugs af, maar ze puft regelmatig een jointje, en
loopt over het algemeen rond alsof het leven net iets te snel gaat
om goed te kunnen volgen. Zoë De Roovere is dan weer een ander
verhaal: zolang de scènes rustig blijven, is ze geloofwaardig
genoeg. Maar eens de emoties toenemen en de situaties heftiger
worden, zie je de toneelschool er al snel doorheen schemeren, met
teksten die té nadrukkelijk en té hysterisch worden uitgesproken.
De Roovere heeft talent, daar niet van – het was aan de regisseurs
om haar te vertellen dat je óók boos, bang of verdrietig kunt zijn
zonder die emoties tot in het extreme aan de oppervlakte te
brengen.

Thys en Boeckmans hebben echter nog steeds een even goed oor voor
dialoog: de personages drukken zich uit in een realistisch, sappig
Antwerps en krijgen af en toe zelfs een degelijke one-liner. Dixit
Sileghem na een huiszoeking: ‘Je hebt toch niks met de computer
gedaan, hè, want ik mag die van onze Rob zelfs niet afstoffen.’ Dat
soort momenten voegen meer toe aan een scenario dan je zou
denken.

‘Suspect’ is, net als ‘Kassablanka’,
een film waar fouten inzitten – maar wat dan nog? Het is tenminste
een prent die ergens over gaat (hallo, ‘Verlengd Weekend’?) en die, op de momenten
dat het er echt toe doet, toch weet te overtuigen met goed
geobserveerde scènes. De indruk die je krijgt, is dat de regisseurs
hier volop leergeld aan het betalen zijn – leergeld dat rendeert.
Geef die mannen nog een film of twee om hun talent bij te schaven
en ze komen misschien wel met een pareltje op de proppen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in