Boekentip :: Tom Reynolds analyseert 52 deprimerende songs

Tom Reynolds: I Hate Myself and Want to Die: The 52 Most Depressing
Songs You’ve Ever Heard

“On Celine Dion’s All By Myself: Had Celine been around in 1944,
the Allies could’ve skipped the D-Day invasion and just dropped her
off at Omaha Beach with a PA system so she could sing ‘All By
Myself’ until the German Infantry bayoneted themselves.”

Deze tekst prijkt op de achterkant van Reynolds’ geweldig mooi
geïllustreerde analyse van de 52 meest deprimerende nummers. Ik was
meteen verkocht, net zoals het boek. Okee, een selectie van 52
liedjes is wel zeer summier, maar dit werk is dan ook geen
naslagwerk. File under: Music/Gift/Humour, staat er op de
achterflap.

Verdeeld over 10 categorieën bespreekt Reynolds waarom deze nummers
er voor zorgen dat een mens zijn arm zou afknagen en zichzelf er
mee wil dood kloppen. In de inleiding ‘The Anatomy Of Melancholy,
or a brief history of the depressing song’ legt de auteur uit wat
een nummer zo deprimerend maakt. En vooral wat het verschil is
tussen een onwaarschijnlijk triestig liedje en een deprimerend
nummer. En hoe een liedje uit de eerste categorie zeer gemakkelijk
een uit de tweede wordt wanneer het in de verkeerde handen
terechtkomt. Hij vertelt ons ook dat zijn allereerste crash
gebeurde tijdens zijn kinderjaren, toen zijn ouders hem in de
kerstperiode blootstelden aan de gevaren die kerstmuziek met zich
meebrengt. Uit pure miserie lag hij uren op z’n bed te huilen om
zoveel leed dat zijn oren werd aangedaan. En weten we niet allemaal
wat hij daarmee bedoelt?

De categorieen waarin Reynolds de nummers onder brengt, krijgen
soms hilarische titels mee. Het bovenstaande nummer van Dion zit in
de Horrifying Remakes Of Already Depressing Songs-sectie.
Evenals ‘Without You’ van Carey, ‘I Will Always Love You’ van
Houston en ‘Send In The Clowns’ van Everybody. Dit laatste nummer
is blijkbaar in geen enkele versie goed.
Maar het is misschien gemakkelijk en goedkoop om voorgenoemde dames
en nummers af te breken en tot dodelijke wapens te herleiden.
Gelukkig trapt Reynolds niet in die val.

‘The River’ van Bruce Springsteen mag het I’m Telling A Story
Nobody Wants To Hear
-gedeelte aanvoeren. ‘Round Here’ van The
Counting Crows krijgt de hoofdrol in I’m Trying To Be Profound
But Really Suck At It
. En Reynolds is spitsvondig in het
verwoorden waarom deze nummers zelfs een compleet stabiel man naar
de dichtstbijzijnde kathedraal doen rennen om naar boven te klimmen
en er dan af te springen. Zo introduceert hij de term ‘BCM’ oftewel
Brain Concussion Modulation om aan te duiden wanneer een
vocalist uitbarst in iets wat geweldig zou moeten klinken, maar de
luisteraar half comateus achterlaat. En er is het Rasputin-effect.
Wanneer je denkt dat het liedje voorbij is, barst het andermaal los
in genadeloos, veelal orchestraal geweld. Op deze manier en aan de
hand van waanzinnige beeldtaal loodst Reynolds je langs 52 nummers,
die niet noodzakelijk op volgorde hoeven gelezen te worden.
Op het einde plaatst hij de 52 nog eens in een soort van top 52,
waarbij nummer 1 het meest deprimerende nummer aller tijden is.
Trouwens… ‘Gloomy Sunday’ heette, voor het vertaald werd, ‘The
Hungarian Suicide Song’, omdat het – yup – zoveel slachtoffers
maakte, de componist inbegrepen.

Elk hoofdstuk werd voorzien van prachtige tekeningen van Stacey
Earley, een klinkende naam die een naar muziek verwijzende
important noteop haar website heeft gezet
(http://www.staceyearley.com). Dit boek is een echte aanrader voor
wie met muziek kan lachen, al was het maar omdat zoveel zaken die
Reynolds analyseert eigenlijk ook wel kloppen. But then again, I
don’t hate myself…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in