Flightplan




Een veelfilmster kun je Jodie Foster nauwelijks noemen – haar
laatste hoofdrol dateert alweer van 2002, toen ze ‘Panic Room’ maakte, en sindsdien is ze
enkel even opgedoken om haar feilloze Franse uitspraak te laten
horen in ‘Un Long Dimanche de
Fiançailles’
. Mogen wij mevrouw Foster bij deze vriendelijk
edoch met aandrang verzoeken om haar rollen, wanneer ze er dan toch
één speelt, met iets meer zorg uit te kiezen? Want ‘Flightplan’,
van regisseur Robert Schwentke, is ondanks een fascinerend eerste
uur toch een teleurstelling van formaat. Zo’n film waarbij je
buitenkomt en zegt: ‘O. Was het dàt maar?’ Een actrice van Fosters
kaliber verdient meer dan dat.

De premisse klinkt nog veebelovend: Foster speelt Kyle Pratt, een
vliegtuigingenieur die werkt in Berlijn, maar terug naar huis keert
nadat haar man is omgekomen bij een ongeluk. Samen met haar
zesjarige dochtertje Julia stapt ze op een vliegtuig richting New
York, het lichaam van haar man in een kist benedendeks. Nadat Kyle
wakker wordt van een kort dutje, blijkt Julia echter spoorloos
verdwenen te zijn: de paniekerige moeder loopt het hele vliegtuig
op en af, wc-deuren worden opengetrokken en kasten worden
doorzocht, maar het kleine grut is nergens te vinden. Sterker nog:
niemand van het personeel of van de andere passagiers kan zich
herinneren Julia überhaupt gezien te hebben. Om het zekere voor het
onzekere te nemen, besluit de captain (Sean Bean) om een volledige
zoektocht te organiseren, zonder resultaat. Hoe kan een kind op
10.000 meter hoogte zomaar verdwijnen? En is er wel ooit een kind
gewéést, of speelt alles zich enkel af in de verziekte verbeelding
van een rouwende vrouw?

Zolang we het antwoord op die vragen niet krijgen, wérkt
‘Flightplan’. Voornamelijk omdat Jodie Fosters personage niet
dommer is dan ze hoeft te zijn: ze stelt de juiste vragen, maakt de
juiste suggesties en maakt op de juiste momenten al eens goed van
haar oren om het vliegtuigpersoneel tot actie te bewegen. Tijdens
het eerste uur worden Fosters angsten op een redelijk
geloofwaardige manier uitgewerkt, met dank aan de veelzijdige dame
zelve. Foster kan perfect een moeilijk evenwicht vatten tussen een
vrouw die helemaal op rock bottom zit, maar die in principe
wel een sterk karakter heeft. Kyle is iemand die vliegtuigen bouwt,
godbetert – een intelligente madame die nu met immense tegenslagen
wordt geconfronteerd. Veel mensen hebben Fosters rol hier
vergeleken met haar optreden in ‘Panic
Room’
, maar verder dan wat oppervlakkige gelijkenissen komen ze
daar niet mee. Kyle Pratt heeft de controle over haar leven in veel
grotere mate verloren, ze is in feite een veel extremer personage
(daarom niet per sé complex, maar wel extreem in haar emoties).
Maar Foster weet dat moeiteloos op te vangen.

Ook visueel zit het tijdens dat eerste uur wel snor. Zowat de hele
film speelt zich af op een vliegtuig, wat zorgt voor een ernstige
beperking in je cameravoering. Wes Craven loste datzelfde probleem
onlangs op door in ‘Red Eye’
resoluut te kiezen voor absolute eenvoud in z’n cameravoering.
Tijdens het laatste half uur verliet hij dan het vliegtuig om daar
al z’n visuele vondsten te etaleren. Schwentke heeft op z’n minst
het voordeel dat z’n personages niet beperkt zijn tot hun
stoeltjes, zoals dat in ‘Red Eye’
wel het geval was – de regisseur laat z’n camera soepel over en
tussen de stoeltjes bewegen, en gebruikt regelmatig een
handgehouden camera of steadicam die Foster volgt op haar zoektocht
– hij filmt eigenlijk grotendeels vanuit het standpunt van zijn
hoofdpersonage, wat het ook weer iets makkelijker maakt om ons met
haar te identificeren. Soms verliest Schwentke wel de controle over
z’n visuele trukendoos – tijdens een belangrijke scène begint de
camera in 360 graden rond Foster te draaien om haar desoriëntatie
weer te geven. Ze voelt zich alsof de grond onder haar voeten
wegzakt, en met dat hyperkinetische shot zullen we het geweten
hebben. Waar is dat eigenlijk voor nodig?

Maar goed, so far, so good. Het is echter wanneer de aap uit
de mouw komt, dat ‘Flightplan’ definitief in elkaar stuikt. De clou
van de film (ik zou er niet van dromen om ‘m te verraden, dus maak
u niet ongerust) is zo onnoemelijk ongeloofwaardig en stupide, dat
je zin krijgt om Schwentke hoogstpersoonlijk bij z’n vestje te
grijpen, hem een flinke klap te verkopen en te vragen: ‘Is het dàt
dan? Hebben we dààr allemaal zo lang op zitten wachten?’ Het is al
lang geleden dat ik me nog zo bekocht heb gevoeld aan het einde van
een film.

Daarna ontaardt ‘Flightplan’ in een ongeïnspireerd
“goeien-tegen-de-slechten”-crapfest, dat braafjes
conformeert met alle geëikte regels van het genre. De slechten die
niet kunnen schieten en ons zeer gewillig de hele plot uitleggen
terwijl ze proberen om de goeie af te knallen, de met opvallend
slechte CGI getrukeerde explosie op het einde enzovoort… Vult u
maar aan.

De degelijke set-up van ‘Flightplan’ zorgt ervoor dat je dit niet
helemaal een mislukking kunt noemen. Zo zitten er ook een paar zeer
rake scènes in de film waarin Fosters paranoïa zich tegen enkele
Arabische passagiers keert. “Een racistische film”, orakelde alvast
één collega uit de landelijke pers. Terwijl ik dat eerder een zeer
geloofwaardig statement vind van de filmmakers: er gaat iets mis op
een vliegtuig, er zitten Arabieren aan boord… Wie gaat dan
automatisch de schuld krijgen? Dat is een racistische reflex van
het hoofdpersonage, niet noodzakelijk van de film. Die dingen hééft
‘Flightplan’ dus allemaal wel, maar dat einde! Mensen, lievedeugd,
dat éinde!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in