The Legend of Zorro




Antonio Banderas werd, begin jaren negentig, met nogal wat bombarie
in Hollywood binnengehaald. De Spaanse dekhengst, bekend uit onder
andere de films van Pedro Almodovar, zou wel eens even de
Amerikaanse vrouwenharten doen smelten en de Valentino van zijn
tijd worden. Dat is een beetje tegengevallen – onzen Antonio
(ik mag hem zo noemen, dat heeft hij me zelf gezegd) had één succes
met ‘The Mask of Zorro’ in 1998, en bleef voor het overige vooral
steken in b-filmpjes zoals het fenomenaal lachwekkende ‘Original
Sin’ (waarin hij tweede viool speelde naast Angelina Jolie’s
tepels). Zijn enige succesvolle film sinds ‘Zorro’, was zijn
optreden als Puss In Boots in ‘Shrek
2’
. Het is geen goed teken als je alleen maar publiek kunt
lokken in films waarin je je smoel niet eens laat zien. Het gevolg:
zeven jaar na dato (eigenlijk veel te laat voor dit soort films),
kruipt Banderas nogmaals op z’n paard met een zwart lapje voor z’n
ogen, ter bescherming van weduwen, wezen en zijn
bankrekening.

Het is 1850 en in heel Californië vinden stemmingen plaats om te
beslissen of het land zich bij de Verenigde Staten zal voegen of
niet. Een toetreding tot de VS zou in ieder geval een economische
vooruitgang betekenen voor het volk, dus indien die doorgaat, kijkt
Zorro een rustige toekomst tegemoet. Don Alejandro de la Vega is in
de tien jaar sinds het einde van de vorige film zijn rol als Zorro
blijven spelen, tot steeds grotere ergernis van zijn vrouw Elena
(Catherine Zeta-Jones), die wil dat hij meer tijd spendeert bij hun
zoontje Joaquin (Adrian Alonso). In de maanden voor de officiële
aansluiting van Californië bij de VS, zal Zorro’s steun echter meer
dan ooit nodig zijn – een Franse wijnbouwer, Armand (Rufus Sewell),
blijkt snode plannen te hebben die de toekomst van het land in de
weg kunnen staan. Lap, het is weer zover: de Fransen hebben het
weer gedaan. Typisch die Amerikanen.

Heeft ‘Legend of Zorro’ echt een politieke dimensie? Er zijn mensen
die zouden beweren van wel, en ik kan inzien waar ze dat vandaan
halen: uiteindelijk komt het verhaal toch maar neer op terroristen
uit het buitenland die de stabiliteit en internationale overmacht
van Amerika onderuit willen halen. En bovendien lijkt het dat veel
filmmakers zich sinds 9/11 zijn beginnen schamen voor het feit dat
ze hersenloos entertainment maken, zodat ze zich verplicht zagen om
toch maar een politieke subtext in hun films te proppen (zie
‘War of the Worlds’). Het is dus
mogelijk, maar laat ons eerlijk zijn: daar gaat toch geen hond van
wakker liggen? Dit is een film waarin een man dubbele flik-flaks
doet vooraleer hij een overmacht van twintig man aan zijn degen
rijgt, zonder dat er een haar van z’n plaats verroert. Dat is niet
traditioneel het beste soort film om dingen te zeggen over de staat
van de wereld.

‘The Legend of Zorro’ is in de eerste plaats, net als z’n
voorganger, een ouderwetse mantel- en degenfilm, die zich resoluut
richt tot een jong publiek. Om zo toegankelijk mogelijk te blijven
voor kinderen, zoekt regisseur Martin Campbell continu een
evenwicht tussen humor en actie, wat niet altijd zo evident blijkt
te zijn. Een aantal van de grappen werkt perfect: een scène waarin
Elena een andere man moet opvrijen om aan informatie te geraken,
terwijl Alejandro geërgerd toekijkt, is zeer geestig. Net zoals een
moment waarin Alejandro, met een borrel teveel op, een dansje
uitvoert met de plaatselijke pastoor. De wisselwerking tussen
Banderas en Zeta-Jones zorgt trouwens in het algemeen voor de beste
momenten van de film. Maar dan zijn er ook scènes waarin Campbell
te ver gaat met die lolbroekerij: Tornado, Zorro’s trouwe hengst,
wordt hier getoond terwijl hij ladderzat tegen een muur aanleunt
(en een fikse boer laat). Later in de film rookt het beest zelfs
een pijp. Wanneer je dat soort momenten in een avonturenfilm stopt,
verval je in een niveau van kluchtigheid waar je écht niet terecht
wil komen. Je begrijpt wel waarom Campbell dit doet: hij wil de
kinderen aan het lachen brengen. Maar daarmee offert hij wel elk
laatste restje sérieux op dat de film had. Het is belangrijk dat
dit soort cinema zichzelf niet te ernstig neemt, maar er zijn
grenzen.

Een tweede pijnlijke maatregel die Campbell neemt om het klein grut
voor zich te winnen, is de toevoeging van Joaquin, het zoontje van
Alejandro en Elena, die op z’n tien jaar al een ware mini-Zorro is.
Het mannetje heeft een monter gezichtje en speelt z’n rol in feite
niet slecht, maar het is ook hier weer overduidelijk dat zijn rol
enkel en alleen geschreven is om het jonge doelpubliek ter wille te
zijn. Niet alleen is het ongeloofwaardig, maar dat hele personage
vormt ook een afleiding van de persoon die we zouden moeten volgen.
Schattige kindertjes in een actiefilm – executeer ze allemaal, zeg
ik.

Dat alles wil echter nog niet zeggen dat u per sé moet
thuisblijven. Tenslotte werkt een deel van de grappen wél en zijn
er ook de actiescènes die, net als in de vorige film, weer erg
zwierig in beeld zijn gebracht. Martin Campbell weerstaat de
verleiding van de hyperkinetische montagetechnieken van de laatste
jaren, en is slim genoeg om de meeste gevechten in de film
uiteindelijk te reduceren tot mano-à-mano confrontaties. Als
je een massale actiescène filmt, met tweeduizend figuranten en een
hoop rommel die ontploft, dan heb je een spectaculaire chaos. Maar
zet twee mensen tegenover elkaar, die in elkaars ogen kunnen kijken
terwijl ze het uitvechten, dàn heb je drama. Campbell heeft dat
zeer goed begrepen, en zelfs tijdens de finale, terwijl er vanalles
aan het gebeuren en exploderen is, blijft hij zich concenteren op
twee figuren die het tegen elkaar opnemen: Zorro en Armand. Oké,
ondertussen zitten ze wel op een rijdende trein die elk moment kan
ontploffen, maar dat doet er niet toe. De actie is overzichtelijk,
we weten wat er op het spel staat en waarom.

Al bij al is ‘The Legend of Zorro’ een plezierig avonturenfilmpje,
dat soms wat té kindvriendelijk wil zijn en daarmee een te
kluchtige richting uitgaat. Maar hey, de actie is goed in beeld
gebracht en de beide hoofdrolspelers hebben voldoende chemistry om
het scherm lichtjes te doen smeulen. In deze tijden van niet zo
‘Fantastic Four’ en onverdraaglijke
‘Stealth’ is dat alvast iets waard.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in