The Weather Man




Om te weten dat weermannen soms erg droeve figuren zijn, hoeft u
natuurlijk niet naar de bioscoop te trekken – zet de televisie maar
eens aan en kijk naar de manier waarop Eddy De Mey twintig minuten
nodig heeft om u te vertellen of u morgen een extra paar sokken
moet aantrekken of niet. Regisseur Gore Verbinski, die even tussen
twee piratenepossen door wat vrije tijd had, probeert ons toch de
pijn van het weerman zijn duidelijk te maken met zijn nieuwe
tragikomedie, ‘The Weather Man’. Ik kan niet meteen zeggen dat zijn
pogingen een spontaan hogedrukgebied boven mijn Amazonewoud
veroorzaken, maar goed, ik heb ondertussen toch maar die
huurmoordenaar opgebeld om ‘m te melden dat De Mey voorlopig nog
niet bij de vissen moet gaan slapen. Da’s alvast iets.

Nicolas Cage is David Spritz, de weerman van een lokaal tv-station
in Chicago, wiens leven in een fenomenale dip is terechtgekomen.
Hij leeft gescheiden van zijn vrouw, zijn zoon is onlangs betrapt
met een joint en zijn twaalfjarige dochter grijpt nu al naar de
sigaretten als reactie op de problemen met haar gewicht.
Ondertussen heeft David het gevoel dat hij nooit zal kunnen voldoen
aan de standaards van zijn vader (Michael Caine), een schrijver die
voor z’n dertigste al de Pulitzer won en nooit enige moeite lijkt
te hebben met z’n leven. Zelfs zijn job brengt David weinig
vreugde: hij presenteert dan wel het weerbericht, maar hij is zelf
geen meteoroloog, wat hem hoe langer hoe meer tegensteekt. Op
straat gooien mensen regelmatig voedsel naar z’n kop.

‘The Weather Man’ is dus eigenlijk het verhaal van een man die
steeds maar probeert om z’n leven onder controle te krijgen, zonder
dat het ‘m lukt. Hij wil zich verzoenen met z’n ex, hij wil een
goeie vader zijn, hij wil een zoon zijn waar zijn eigen oudeheer
trots op kan zijn, hij wil geliefd zijn bij de mensen die hem op tv
zien. Hij wil zoveel, maar hij saboteert zichzelf bij elke poging
die hij onderneemt – op het laatste moment raakt hij zijn geduld
kwijt en zegt of doet hij iets waardoor hij alles de vernieling in
helpt.

Er zijn een aantal zaken die Verbinski en zijn scenarist Steve
Conrad erg goed doen: zo proberen ze niet om David Spritz
sympathieker te maken dan hij is. Er bestaat een tendens bij dit
soort films om van de hoofdpersonages een soortement heiligen te
maken, mensen die het allemaal goed bedoelen, maar verkeerd
begrepen worden door hun omgeving. Hier is dat niet het geval –
David gedraagt zich soms als een ongelooflijke lul, en je kunt
perfect begrijpen waarom zijn omgeving hem regelmatig beu is. Dat
is alvast een element dat van veel volwassenheid getuigt bij de
filmmakers: ze vertrouwen erop dat hun publiek óók zal duimen voor
iemand met serieuze karakterfouten. Waarom ook niet, tenslotte zijn
we allemaal zo’n mensen.

En ik vond het ook mooi hoe Verbinski en Conrad overdreven
sentimentaliteit weten te vermijden. Oké, je krijgt aan het einde
dan wel een scène tussen Cage en Caine die op het randje is, maar
gewoonlijk weet men hier de al te voor hand liggende emotionele
uitbarstingen achterwege te laten. Aan het einde van de film
krijgen we geen tranerige loutering voor elk personage, geen serie
knuffels waarmee alles toch nog goedkomt. Nee, de personages
blijven eigenlijk min of meer wie ze zijn, maar dan wel mét het
inzicht dat ze de realiteit moeten aanvaarden zoals die is. David
zal misschien altijd wel een beetje een sukkel blijven, maar wat
‘The Weather Man’ suggereert, is dat je dan maar moet proberen om
een zo goed mogelijke sukkel te zijn. Je moet maar leren leven met
wie en wat je bent, niet met wat je zou willen zijn. Da’s in ieder
een stuk oprechter en geloofwaardiger dan wat de meeste
Hollywood-melodrama’s ons willen verkopen.

Het probleem met de film is echter dat hij nooit echt op
kruissnelheid komt. Verbinski probeert een zeer moeilijk evenwicht
te bewaren tussen komedie en drama, dat vergelijkbaar is met de
balanceeract die Alexander Payne uitvoerde in ‘About Schmidt’. De plots van beide films
zijn natuurlijk helemaal anders, maar Verbinski mikt op dezelfde
toon, dezelfde ietwat melancholische vraagstelling: “Is dit nu mijn
leven?” Payne kwam daar moeiteloos mee weg, en wist een film te
maken die écht grappig was wanneer hij de mensen wilde doen lachen
en écht aangrijpend wanneer hij ze wilde doen huilen. Verbinski is
dat talent nog niet gegeven – maar al te veel grappen vallen dood
in het water en hoewel je wel enigszins gaat meevoelen met het
hoofdpersonage, kan ik nu niet direct zeggen dat de hele zaal zat
te snotteren aan het einde. ‘The Weather Man’ is eerder
onderhoudend dan pakkend.

Daar komt nog bij dat er een nevenplot in de film zit rond de zoon
van Nicolas Cage, die simpelweg uit het scenario verwijderd had
moeten worden. De begeleider die de jongen onder z’n hoede neemt
nadat hij werd betrapt met wiet op zak, blijkt immers een pedofiel
te zijn die steeds duidelijker avances maakt, tot Cage ingrijpt. Op
dat moment zit je naar een film te kijken waarin pedofilie gebruikt
wordt als plotingreep om een vader dichter bij z’n zoon te brengen.
Dat is sowieso al enigszins smakeloos, maar het wordt dan ook nog
eens aan de film geplakt als een nagedachte, iets dat ze er in
extremis nog hebben bijgesleurd omdat ze nog iets wilden doen met
de zoon.

Nicolas Cage is vrij goed als depressieve weerman – laat ons zeggen
dat hij zich ergens tussen de hoogtepunten van ‘Leaving Las Vegas’
en ‘Adaptation’, en de laagtepunten
van ‘Windtalkers’ en ‘National Treasure’ bevindt. Hij speelt het
niet slecht, maar dit is dan ook een scenario dat specifiek voor
hem werd geschreven. Het enige dat hij hoeft te doen, is een beetje
mistroostig voor zich uitstaren, en op z’n meest lijzige toon z’n
dialogen uitspreken. Niet bepaald een grote uitdaging. Michael
Caine blijft het dan weer moeilijk hebben met z’n Amerikaans accent
(zie ook ‘The Cider House Rules’). Die man kan àlles spelen, maar
laat ‘m alsjeblieft Brits Engels praten.

‘The Weather Man’ heeft zo z’n momenten – er zitten een paar heel
knappe scènes in en de film blijft steeds vermakelijk. Maar het is
duidelijk dat Gore Verbinski meer ambities had dan alleen maar dat.
Hij wilde ontroeren, hij wilde ons aan het denken zetten, hij wilde
ons iets geven van Alexander Payne-kaliber: een film over een
loser die tóch ons respect verdient. Leuk geprobeerd, maar
zover raakt Verbinski voorlopig niet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in