Galatasaray + Bigband Bigbandski @ Happy New Ears

Happy New Ears, het zelfverklaarde Kortrijkse festival voor nieuwe
muziek, is dit jaar aan zijn tiende verjaardag toe. Feest dus, en
daarom doet de organisatie nog net iets meer haar best om voor deze
verjaardagseditie het onderste uit de kan te halen. Tussen 24
september en 9 oktober passeren ronkende namen als Peter Vermeersch
of Kim ‘Sonic Youth’ Gordon herself de revue. Maar zoals elk
jaar zijn vooral de minder of niet bekende namen de rode draad voor
Happy New Ears, dat vooral een forum wil bieden aan (gedurfd)
experiment en avant-garde. Deze editie programmeert dan ook “een
explosieve cocktail met grensverleggende componisten en rockers,
glasorgel, laptop, boomcarorkest, bigbangopera én
geluidsinstallaties”.

Zenuwcentrum van het festival is het fabriekcomplex Heilig Hart.
Wie daarbij denkt aan een koude, ongezellige setting, onderschat de
organisatie. Die deed er alles aan om een heuse ‘muziekfabriek’ tot
stand te brengen. Met succes: geluidsinstallaties, videoprojecties,
sfeervolle gloeilampjes en een ingerichte bar moesten de bezoeker
in de juiste stemming brengen. Voorproeven was mogelijk aan de
verschillende ingebouwde tv-kasten waar je met hoofdtelefoon een
eigen keuzeparcours van geluidsinstallaties, concertfragmenten of
interviews kon doorlopen.

Een eigenzinnige programmatie riskeert vaak enkel een select
publiek te appelleren. Dat er deze avond geen tickets aan de kassa
bleven liggen, had alles te maken met Galatasaray, een rockorkest dat zich in
Kortrijk en brede omgeving wereldberoemd mag noemen. Voor de aftrap
tekende Bigband Bigbandski, een gelegenheidsorkest rond het
Kapotski-trio met muzikale assistentie van onder meer Tomas De Smet
(Think of One, ex-Zita Swoon), TC Matic-gitarist Jean-Marie Aerts,
jazzdrumster en percussioniste Isolde Lasoen en actrice Leen Roels
(Tg Ceremonia). Tot onze niet geringe spijt had de aangekondigde
laptopartiest Johann Johannsson zijn kat gestuurd. We waren
nochtans razend benieuwd naar de inbreng van de meest allitererende
IJslander en de confrontatie van zijn neoklassieke aanpak met de
chaotische sound van Kapotski en co.

Dat Bigbandski geen band als een andere is, was in een oogopslag
duidelijk. In een kleinere zaal op het tweede verdiep van de
fabriek – een excellente locatie voor de industriële sound van de
groep – lagen enkele tapijten bezaaid met instrumenten. Denk
daarbij niet in de eerste plaats aan gangbare snaar-, blaas- of
slaginstrumenten. Naast een batterij ouderwetse synthesizers vooral
veel aftands speelgoed, huishoudapparaten en voorwerpen waar op het
eerste gezicht weinig muziek in zit. Een winkelkarretje waar een
cimbaal in ligt, wordt in de wereld van Bigbandski een drumstel.
Geinig en tegelijk een goede vondst.

De geluidsbrij die het Bigbandski-collectief uitbraakte, knipoogde
naar het werk van het New Yorkse Black Dice maar viel enigszins
tussen twee stoelen. Op hun best klonk de gekkenhuisfanfare
intrigerend en op zoek naar een eigen geluid. Keerzijde waren de
passages waar vooral aan muzikale masturbatie werd gedaan en het
groepsgeluid niet meer was dan de som van individuele
lawaaimakerij. Boeiend waren vooral de momenten waarop
ijzingwekkende soundscapes weerklonken voor horrorfilms waar je
liever niet naar gaat kijken. Of ratelende en rammelende
groepspercussie alsof Slagerij van Kampen losgelaten werd in de
Gamma. Op goed getimede momenten scheurde de gitaar van Jean-Marie
Aerts door de kakofonie. Isolde Lasoen ging timmerend en zingend
tekeer als een dolle Mina en gaf de wat steriele vertoning een
scheut charmante zotheid.

Terug op de gelijkvloerse verdieping kregen we een heel ongewone
set van Galatasaray te horen. Alleen al de hellende tribune
met zitjes wees erop dat de band dit keer eerder op een aandachtig
dan op een uitbundig publiek mikte. De opener klonk veelbelovend:
één spot tekende een silhouet op de muur van een enkele blazer. Je
hoorde de luchtverplaatsing in de saxofoon, maar nauwelijks noten.
Langzaam ontwikkelde zich een ambientwolk van digitaal
gemanipuleerde saxofoonaccenten en elektronische bleeps. Een
spannend begin dat gevolgd werd door verschillende kleine
bezettingen: blazers in dialoog met elektronica, een briesend duet
tussen gitaar en sax of de naakte essentie van pompende bas en
drum. Galatasaray puurde het maximum uit het muzikaal talent dat de
twaalfkoppige band verenigt. Het succes wisselde: het improviserend
gestoei van elektronica, percussie en akoestische gitaar kon niet
lang boeien en was beter binnen de vier muren van het
repetitielokaal gebleven.

De experimentele aanpak was duidelijk niet wat een deel van het
publiek had verwacht. Tussen de bezettingswissels door zagen
sommigen hun kans schoon om zich uit de voeten te maken. Jammer
voor hen, want tijdens de finale van het concert, twee stroomstoten
Galatasaray pur sang, ging het dak er af: de voltallige
blazerskapel toeterde zich de longen uit het lijf, de gitaren
blaften gevaarlijk en de dubbele drums donderden door de
fabriekshal. Opeens bleken de stoeltjes erg ongemakkelijk en
overbodig.

Tekenend voor de experimentele aanpak van beide concerten was het
ontbreken van bisnummers. Of beter: het wegblijven van een joelend
publiek dat meer wil. Wie samentroept onder de banier van Happy New
Ears is van geen kleintje vervaard, maar zelfs taaie
festivalgangers kregen het soms moeilijk. En dat is tegelijk de
achilleshiel en de sterkte van het festival: hier krijgen artiesten
de ruimte om mogelijkheden af te tasten en zichzelf te verkennen
met vallen en opstaan. Daar staat hun publiek grotendeels voor
open.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in