Night Watch (Nochnoy Dozor)




Het oostblok is ook niet meer wat het geweest is. Tot voor een jaar
of twintig konden we steeds rekenen op de Russen (of op de USSR,
zoals het in mijn vaag-Trotskyistische nostalgie altijd zal heten)
voor zware existentiële drama’s die drie uur duurden, waar geen lap
in gebeurde en waar niemand in het publiek een bal van snapte,
zodat die we dan maar allemaal meesterwerken noemden, omdat dat het
gemakkelijkste was. U kent dat soort films wel: een in lelijke
kleuren gefilmd shot van een mistig landschap dat zeven minuten
duurt, waarna er een uitgemergelde man naar de camera toestapt en
iets zegt in de trant van: “Het leven is een molecule.”
Héérlijk.

Maar dat is allemaal het verleden. Sindsdien is het ijzeren gordijn
resoluut opzij getrokken, en heeft de Amerikaanse commerciële
cinema een culturele Anschluss uitgevoerd op de USSR,
gelijkaardig aan degene die ze jaren geleden al pleegde op de rest
van deze aardkloot. Timur Bekmambetov – hij omschrijft zichzelf als
regisseur, hoewel ik daar nog wel eens fundamenteel over wil
discussiëren – levert ons met ‘Night Watch’ sluitend filmisch
bewijs dat nu ook de Russen helemaal gewonnen zijn voor het soort
van afgelikte fantasy-science fiction troep die we al jaar en dag
te slikken krijgen van de Yanks. De acteurs praten dan wel
Russisch, maar voor het overige is dit net zo’n vulgaire orgie aan
misplaatste CGI, chaotische actie en bij de haren gesleurde
plotwendingen als eender welk Michael Bay-spektakel.

De plot vertrekt vanuit de premisse dat er al doorheen de hele
geschiedenis Anderen hebben bestaan: mensen met speciale gaven,
zoals heksen, tovenaars, vampieren en helderzienden, die ervoor
kunnen kiezen om hun krachten te gebruiken voor het goede of voor
het kwade. Na jarenlang oorlog te voeren, hebben de goede en
slechte Anderen besloten om een wapenstilstand af te kondigen – het
ene kamp laat het andere met rust, en om ervoor te zorgen dat dat
zo blijft, vaardigen beiden een aantal wachters af. De wachters van
het Licht (de goeien), zien er ’s nachts op toe dat de Anderen van
het duister het niet te bont maken, de wachters van het Duister
zorgen overdag voor het tegenovergestelde. Overtredingen worden
navenant bestraft en zo leeft iedereen relatief gelukkig
voort.

De fecaliën komen echter in aanraking met de knikker wanneer anno
2004 een “Night Watcher” (één van de goeien dus) een boze vampier
doodt tijdens een reddingsactie. De vamper in kwestie wou namelijk
in volle Michael Jackson-traditie z’n tanden zetten in een 12-jarig
jongetje, wat natuurlijk in hoge mate not done is. Als
gevolg van de dood van die vampier beginnen alle personages heel
druk over en weer te lopen, er is sprake van profetieën, een vrouw
die nog geen hond kan strelen zonder dat het beest vervolgens dood
neerstuikt, een uil die op simpel verzoek in een menselijk wezen
verandert (de restjes pluimen dekken strategische delen van het
lichaam af) enzovoort.

Je kunt het zo gek niet bedenken, of Bekmambetov heeft het wel in
z’n film gestoken. De hoofdplot wordt doorkruist met ongeveer 731
nevenplots waarvan aan het einde nog niet eens de helft een
resolutie heeft gekregen, de personages lopen door elkaar heen in
een nimmer in te schatten chaos en een getergd publiek moet maar
proberen om dat allemaal te kunnen volgen. Persoonlijk heb ik na
ongeveer 80 minuten simpelweg de hoop opgegeven om ooit nog een
samenhangend verhaal uit deze drek te kunnen halen. Benieuwd hoe
lang het bij u zal duren. De regisseur bombardeert je met zinloze
effecten en oorverdovende muziek, in de hoop dat je je uiteindelijk
zult laten omver blazen door al dat audiovisueel geweld en je je
niet langer zult bezighouden met de vraag of het allemaal wel
ergens op slaat. Ik kan op een bepaalde manier nog wel begrip
opbrengen voor het aloude argument dat je naar dit soort film niet
gaat kijken voor het verhaal, maar dit is niét zomaar een actiefilm
met een zwakke plot. Dit is er één die je doelbewust probeert omver
te lullen. De maker willen je hersenen expliciet platleggen, omdat
ze weten dat ze anders reddeloos verloren zijn.

Wat krijg je dan wel? Bombast. Een oneindige voorraad bombast. Het
is al van ‘Stigmata’ geleden dat ik nog eens een film heb gezien
die zo’n zwaar van geval van visuele diarree te verwerken had.
Bekmambetov heeft een fysieke handicap die hem verhindert om een
eenvoudige actie op een eenvoudige manier in beeld te brengen. Neem
een scène waarin het hoofdpersonage de koelkast opentrekt om iets
te drinken. Je zou toch denken dat één of hooguit twee, drie shots
wel voldoende zouden zijn om zoiets eenvoudigs in beeld te brengen,
of niet? Vergeet het maar. We beginnen met een wide shot van de
acteur. Dan een close-up van de koelkastdeur die opengaat. Een shot
van binnenin de koelkast, waar we de fles zien staan. Een shot van
de fles die uit de koelkast wordt gepakt. Een close-up van de mond
van de acteur terwijl hij drinkt. Opnieuw dat shot van in de
koelkast wanneer hij z’n fles terugzet. Een close-up van de
koelkast die wordt gesloten. En zo weer terug naar het originele
wide-shot. Het motto van de regisseur schijnt te zijn: waarom zou
je iets in één shot filmen als je het ook kunt verhakkelen in tien?
Bekmambetov lijkt wel een kind dat voor kerstmis een montagetafel
cadeau heeft gekregen, en nu van geen ophouden weet met dat ding.
De scène die ik net heb beschreven, was nog een gewoon, rustig
intermezzo, maar kunt u zich al inbeelden wat die kerel aanvangt
met z’n actiescènes?

Ook met het geluid van de film doen de makers precies hetzelfde:
elke stap die de personages zetten, weerklinkt als een oneindige
galm door de cinemazaal (eerst dacht ik nog dat er een probleem was
met de geluidsinstallatie, maar nee), elke keer dat ze hun hoofd
draaien horen we de lucht langs elk haartje op hun schedel klieven.
De soundtrack staat vol met geluidjes à la woosh, zjoeff en
zzzip. Ik zat steeds maar te wachten tot één van de acteurs
zou gaan plassen – allicht had Bekmambetov daar het geluid van de
Niagara watervallen overheen gemonteerd.

Blijkbaar bestaat er een hele aanhang voor ‘Night Watch’ – op het
BIFFF werd de film enthousiast onthaald en ook als je het internet
zo eens afschuimt, kom je heel wat onvoorwaardelijke fans tegen. De
regisseur heeft er in ieder geval z’n broek niet aan gescheurd –
hij is van plan om zowaar een hele trilogie te maken rond dit
gegeven. Ik kan niet zeggen dat ik zit te popelen. Ik kan zelfs
niet zeggen dat ik in de zaal zal zitten om dat feestje bij te
wonen. ‘Night Watch’ is een dodelijke aanval op je zintuigen,
vergelijkbaar met zo’n spotgoedkope fles wijn van de Aldi – het
smaakt naar pis, je wordt er niet eens beneveld van en de dag erop
barst je van de koppijn. Mijd deze film zoals u een woeste hond met
lepra zou mijden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in