L’Enfant




Drie jaar na hun triomftocht met ‘Le Fils’, zijn de gebroeders
Jean-Pierre en Luc Dardenne weer terug om ons voor de zoveelste
keer met onze neus in de sociale miserie van het Wallonië van
vandaag te wrijven. Als hofleveranciers van de Belgische cinema
vérité kunnen ze het maar blijven proberen, natuurlijk, hoewel de
slogans genre “profiterende Walen” er de laatste jaren nog niet
minder door zijn geworden – met een film proberen op te boksen
tegen vooroordelen is dan ook een verloren zaak. In ieder geval, de
waardering die de broertjes krijgen, is nog steeds even groot: in
Cannes mochten ze langs de kassa passeren voor een Gouden Palm en
het verzamelde filmjournaille ligt naar goeie gewoonte alweer te
schuimbekken van bewondering voor de minimalistische stijl die ze
erop nahouden. De Dardennes zijn zo’n onaantastbare iconen van de
arthouse-cinema geworden dat je bijna bang zou worden om een paar
kritische kanttekeningen bij hun films te plaatsen, maar goed, je
bent een beeldenstormer of je bent het niet.

Sonia (Déborah François) is een tienermoeder die aan het begin van
de film net uit het moederhuis komt met haar zoontje Jimmy. De
vader van het kind is Bruno (Jérémie Renier), een kleine ritselaar
en heler die regelmatig samen met de 14-jarige Steve (Jérémie
Segard) uit stelen gaat en z’n eigen moeder zou verkopen om aan
geld te geraken. Of z’n eigen kind. Wanneer Bruno via een louche
kennis hoort dat er mensen zijn die grof geld betalen voor een
adoptiekind, besluit hij de kleine Jimmy simpelweg van de hand te
doen. Wanneer Sonia hem achteraf vraagt waar Jimmy is, antwoordt
hij: ‘Ik heb hem verkocht. Maar maak je geen zorgen, we kunnen nog
altijd een ander kind maken.’

Hoewel ‘L’Enfant’ duidelijk de filmische stijl verderzet waar de
regisseurs sinds ‘La Promesse’ zo populair mee zijn geworden, zijn
er toch een aantal evoluties merkbaar. In vergelijking met
‘Rosetta’ of ‘Le Fils’, kun je er nauwelijks omheen dat ‘L’Enfant’
iets toegankelijker is, iets meer in de richting van de mainstream
gaat. In ‘Le Fils’, bijvoorbeeld, kregen we welgeteld twee scènes
(één in het midden van de film, één op het einde), waarin er een
belangrijk feit werd uitgesproken (“Ik geef les aan de jongen die
onze zoon heeft vermoord.”) De rest van de prent bestond enkel uit
de haast woordenloze observatie van het hoofdpersonage, dat met die
informatie moest zien te leven, zonder dat hij er iets mee dééd. Er
gebeurde helemaal niets: de regisseurs toonden hun personages in
hun dagelijks leven, met de wetenschap van een enorm groot,
achterliggend trauma. En dat was alles. In ‘L’Enfant’, daarentegen,
handelen de personages veel meer. De Dardennes creëren een probleem
voor Bruno (Sonia is niet echt enthousiast over de verkoop van haar
eerstgeborene en nu moet Bruno Jimmy terug zien te krijgen) en ze
tonen ook effectief hoe hij dat probleem probeert op te lossen. Het
gaat ditmaal niet enkel over de mentale en emotionele trauma’s van
de personages – er gebeurt ook iets. Naar het einde toe
krijgen we zowaar zelfs een achtervolgingsscène, wie zou dàt ooit
zijn gaan zoeken in een Dardennefilm?

In die zin gaan de regisserende broertjes dus wel voorzichtig een
ietwat andere richting uit, maar maak u vooral geen illusies: de
toon van ‘L’Enfant’ is nog steeds meer dan vergelijkbaar met die
van hun vorige films. Zo speelt de prent zich opnieuw af in het
wereldje van uitzichtloze economische en sociale ellende waar de
Dardennes ondertussen de voornaamste chroniqueurs van zijn
geworden. Het Seraing van deze film is een kleurloze, koude stad
waar mensen moedeloos rondscharrelen in een eindeloze zoektocht
naar voldoende geld om te kunnen overleven.

De voornaamste eigenschap die alle films van de Dardennes gemeen
hebben, en dus ook deze, is dat je eigenlijk nauwelijks over cinema
kunt praten. Wat zij maken, is journalistiek. Ze observeren hun
personages, maar wagen zich nergens aan een analyse. Ze gaan nooit
op zoek naar verklaringen en bieden ook bitter weinig context aan
de handelingen van hun figuren. Zo krijgen we de moeder van Bruno
één keer heel even te zien, maar daarmee komen we nog niet te weten
waar Bruno nu precies vandaan komt en hoe hij in zijn huidige leven
verzeild is geraakt. Over de ouders of de achtergrond van Sonia
komen we helemaal niets te weten. Al die dingen interesseren de
Dardennes niet. Het enige dat ze doen, is gedrag observeren en
gortdroog verslag uitbrengen.

En dat observeren doen ze goed, hoor, daar niet van. We zien Bruno
met z’n schoenen in de modder stappen om vervolgens zo hoog
mogelijk tegen een muur te stampen. We zien hem snel geld verdienen
door gestolen goederen te verkopen – op één avond rijft hij 750
euro binnen, wat toch geen slechte vangst is – en vervolgens gooit
hij dat geld over de balk aan rommel die hij niet nodig heeft.
Wanneer hij aan het begin van de film samen is met Sonia, beleven
de twee het soort van speelse kalverliefde dat je gewoonlijk ziet
bij verliefde scholiers. De boodschap is duidelijk: het kind van de
titel is niet alleen Jimmy, maar vooral ook Bruno, een twintigjarig
kind dat niet bestand is tegen de verantwoordelijkheden van een
volwassen leven of het vaderschap. Zoals het goeie journalisten
betaamt, observeren de Dardennes op een heldere manier, die het
mogelijk maakt voor het publiek om haar eigen conclusies te
trekken. Maar ze doen nergens een poging om antwoorden aan te
reiken, om bepaalde zaken uit te leggen. Het gedrag staat op
zichzelf.

Dat allemaal nog tot daaraan toe, maar een minder prettige
eigenschap van die journalistische aanpak, is dat de regisseurs
zich verplicht zien om, opnieuw geheel naar gewoonte, een bijzonder
lijzig toontje in hun film te leggen. In de meeste films maken
scenaristen er een gewoonte van om zo laat mogelijk een scène te
beginnen en er zo snel mogelijk mee op te houden. Je zegt wat je
wil zeggen met een scène en je gaat verder. De Dardennes doen juist
het omgekeerde: waar we in een andere film een personage een deur
zien binnenlopen en beginnen spreken, zien we hier dat personage
eerst tien à vijftien seconden lang op de deur aflopen, dan
binnenkomen, dan een pauze inlassen van nog eens tien à vijftien
seconden, dan gaan zitten en dàn pas spreken. In de laatste scène
van de film zit een prachtig voorbeeld van deze vertelstijl: Bruno
loopt een kamer binnen, we zien hem heel de weg afleggen naar het
tafeltje waar Sonia zit, en hij gaat tegenover haar zitten. Een
lange stilte. Sonia zegt: ‘Wil je een koffie hebben?,’ Bruno zegt
ja. Sonia staat op, loopt naar de koffieautomaat, koopt een koffie,
loopt terug, gaat zitten, geeft Bruno z’n bekertje en er valt een
pauze tussen de twee. Dat is dus een scène van een volle minuut.
Dan heb je mensen die dat prachtig vinden en de regisseurs de hemel
inprijzen omdat ze dat durven doen, maar waar heb je dat allemaal
voor nodig? Hyperrealistisch is het zeker, dat zal niemand kunnen
ontkennen. Maar erg boeiend kon ik het niet noemen.

Hitchcock zei ooit: ‘Film is life with the boring parts cut
out.’
De Dardennes laten opzettelijk de saaie delen erin
zitten, en volgens velen is dat juist hun genie. Hoeveel respect ik
ook kan opbrengen voor wat ze proberen te doen, een film als
‘L’Enfant’ is teveel reportage en te weinig drama om mij te kunnen
boeien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in