The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy




En Terry Gilliam maar denken dat hij al lang bezig is aan zijn Don
Quichote-project. Neenee, als je echt eens het verhaal van een
onmogelijke filmproductie wil horen, dan moet het dat van Douglas
Adams’ ‘Hitchhiker’s Guide To The Galaxy’ zijn: het is al van 1982
geleden dat de auteur zijn eerste versie van het scenario indiende.
Sindsdien is dat scenario drie keer herschreven, zijn er een
tiental regisseurs en nog veel meer acteurs aan te pas gekomen tot
eindelijk, meer dan twintig jaar na dato, de film de zalen
binnenrolde. Adams, schrijver van eerst de radioreeks en vervolgens
de vijf romans van ‘Hitchhiker’s Guide’, heeft het zelf niet meer
mogen meemaken, maar geen paniek: het resultaat is de moeite. Een
meesterwerk is het niet, oké, maar dat heeft dan ook meer te maken
met problemen die eigen zijn aan het bronmateriaal dan met de
filmbehandeling die het heeft gekregen.

De plot begint wanneer de aarde vernietigd wordt om plaats te maken
voor een intergalactische snelweg. Arthur Dent (Martin ‘The Office’
Freeman) is een doodgewone Engelse slungel die door zijn vriend
Ford Prefect (Mos Def) gered wordt, op het laatste moment voordat
de planeet ontploft. Ford blijkt een buitenaards wezen te zijn, een
schrijver voor The Hitchhiker’s Guide To The Galaxy, een immens
populair elektronisch boek dat je alles vertelt over… alles.
Vooral hoe je doorheen het universum kunt liften voor minder dan
geen geld, wie je best kunt vermijden en waar de beste restaurants
zich bevinden.

Arthur en Ford komen terecht op het ruimteschip van Zaphod
Breeblebox (een uitzinnige Sam Rockwell), de koning van het
universum, en Trillian (Zooey Deschanel), een vrouw van de aarde
waar Arthur een oogje op heeft. Samen met hen en Marvin, de
paranoïde androïde (stem van Alan Rickman) gaan Arthur en Ford op
zoek naar het antwoord op het leven, het universum en al de rest.
Nuja, het antwoord weten ze al: 42. Ze zouden enkel nog de correcte
vraag moeten ontdekken.

Die plot klinkt ongetwijfeld enigszins verwarrend en dat is hij
ook. ‘Hitchhiker’s Guide’ werd oorspronkelijk geschreven als een
radioprogramma in zes delen (waarna er nog een tweede reeks kwam),
en de plot is dan ook zeer episodisch gestructureerd, ook in de
romans en – uiteindelijk – in de film. Het lijkt erop dat Douglas
Adams steeds een sectie van het verhaal bedacht, zonder zich af te
vragen hoe hij van al die personages en al die verhaallijnen later
een samenhangend geheel moest maken. Je schrijft een programma van
een half uur, en later zie je wel weer. Het gevolg is dat het
verhaal van ‘Hitchhiker’s Guide’ altijd al een ietwat richtingloze
bedoening was. Je kunt de vijf boeken lezen en achteraf geen idee
hebben waar het nu eigenlijk over ging. Hoewel je wél goed gelachen
zult hebben. Dat probleem wordt overgenomen in de film: dit is geen
verhaal dat van a naar b gaat – in plaats daarvan gaat het van a
naar s naar c naar z en zo weer terug naar b. Zodra je op zoek gaat
naar logica of consistentie, ben je reddeloos verloren.

Wat inhoudelijk wél erg sterk was in de boeken, en wat ook bewaard
blijft in de film, is de subtiele satire op de manier waarop mensen
zich laten domineren door hun machines. Ford Prefect noemt zichzelf
zo, omdat hij bij z’n aankomst op aarde dacht dat auto’s de
dominante levensvorm op aarde waren. We krijgen de fantastische
Marvin, een robot die met een constante depressie rondloopt omdat
hij een immens brein heeft maar geen enkele gelegenheid krijgt om
het te gebruiken (Marvin, you saved us! – I know, wretched,
isn’t it?)
en Eddie, een maniakaal enthousiaste en
optimistische boordcomputer die de ruimtereizigers aanspreekt alsof
hij een deur- aan deurverkoper is. In de romans was dit idee nog
iets sterker, maar je ziet het hier ook duidelijk doorkomen – we
maken onze machines steeds intelligenter en menselijker, omdat we
onszelf eigenlijk willen wijsmaken dat die machines menselijke
eigenschappen hébben. Spraaktechnologie, artificiële intelligentie
en al die andere technische speelgoedjes zijn niet meer dan
manieren om technologie te humaniseren. Douglas Adams voerde dat
idee op een logische manier nog een stap of twee verder en gaf de
machines in zijn verhaal inderdaad menselijke trekken: depressie,
agressie, manische energie en al die andere eigenschappen die we
liever kwijt dan rijk zijn.

Debuterend regisseur Garth Jennings’ grootste prestatie hier is dat
hij zijn speciale effecten onder controle weet te houden – er
vallen heel wat knappe dingen te zien in ‘Hitchhiker’s Guide’,
inclusief een adembenemende rondrit doorheen de werkplaats van de
mensen die de aarde heropbouwen, maar je krijgt nergens het gevoel
dat de effecten het verhaal of de humor verstikken. Jennings slaagt
er misschien niet in om Adams’ onsamenhangende narratieve draden
samen te bundelen, maar hij houdt in ieder geval dezelfde speelse
toon aan die de boeken hadden en die de fans verwachten. De visuele
pracht en praal dient enkel als ondersteuning daarvan.

En grappig is het, met een paar fantastische scènes, inclusief John
Malkovich als leider van een planeet waar men neuzen vereert en
wacht op de komst van de grote witte zakdoek én een ronduit
hilarische openingssequens waarin we een musicalnummer krijgen,
gezongen door dolfijnen: ‘So long and thanks for all the fish’.
Alleen al die openingsscène is de prijs van een bioscoopticket
waard.

Gareth Jennings heeft hier een waardige verfilming van het boek
gecreëerd: het verhaal slaat nog steeds nergens op, maar dat is de
fout van Douglas Adams, niet die van de regisseur. Voor het overige
krijgen we dezelfde satirische terzijdes, dezelfde humor en
dezelfde memorabele personages – zij het dan net iets minder van
alles, maar ja, dat is dan weer onvermijdelijk bij een film. Toch
goed gelachen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in