Jamie Lidell :: Multiply

Tot voor kort waren er excuses om Jamie Lidell niet te kennen. Begiftigd met een fantastische soulstem en in staat tot vocale capriolen waar zelfs Prince van zou blozen, blonk hij op plaat vooral uit in bizarre elektronica. Met Multiply heeft hij nu ook een instant genietbaar album uit dat zelfs uw bejaarde grootmoeder aan het swingen krijgt.

Live is Jamie Lidell al jaren een sterk aan te raden belevenis. Met behulp van een sampler, een beatbox en twee microfoons samplet en loopt hij zijn vocale improvisaties tot onweerstaanbare soul jams. Zijn vroegere solowerk bij WARP en de samenwerking met technozot Christian Vogel als Super_Collider leverden straffe albums op, die door uw favoriete muziekfascist ongetwijfeld al jaren gekoesterd worden. We zouden u er echter niet spoorslags voor naar de winkel laten rennen (tenzij u een medemuziekfascist zou zijn, dat spreekt).

Met Multiply mikt Lidell echter breder dan dat, meer bepaald ook op de heupen in meer besloten kring. Al wie een Motown- of Stax-album in de kast heeft staan, zal genieten van Multiply. Het album klinkt namelijk als een bloemlezing uit de soulgeschiedenis. Met de hulp van schoon volk als Matthew Herbert, Gonzales en Mocky bouwt Lidell een feestje dat alle mogelijke soulregisters opentrekt.

De ingehouden zang van het titelnummer zou van Otis Redding kunnen komen. "When I Come Back Around" is perfecte discosoul zoals die waarmee Stevie Wonder zich op het toppunt van zijn kunnen de geschiedenis in katapulteerde. Op "Newme" lijkt Lidell de funkmachine van James Brown als backing band te hebben. "What Is It This Time?" herinnert dan weer aan Marvin Gaye. Met "What’s the Use?" maakt Lidell het soort zoetgevooisde funk dat Prince sinds de jaren tachtig niet meer weet te maken.

Na een eerste beluistering valt vooral op hoeveel zangstijlen Lidell aankan en hoe goed hij de stijl van souliconen weet te imiteren. Je zou het daarom een leuke vingeroefening kunnen noemen, of (met wat kwade wil) een flauwe stap terug naar een ver verleden na enkele baanbrekende albums. Je zou echter ook kunnen zeggen dat chocolade slecht is voor je tanden of dat je van tongzoenen vooral ziektes kunt oplopen. Je kan met andere woorden een gigantische zeurpiet zijn en dat exemplaar van Multiply in het rek laten liggen, zodat de levensgenietende medemens er plezier aan kan beleven.

Na een nadere beluistering of twee en een passage per koptelefoon, valt bovendien op dat Multiply op het eerste gehoor misschien heel erg jaren zeventig en retrosoulig klinkt, maar ook heel erg 2005. Lidell hangt wel het soulicoon uit, maar is in de grond een kind van deze tijd dat zonder blozen met laptops en gekke programma’s fröbelt. Naast de vele Stevie Wonderknipoogjes, heeft "When I Come Around" ook een intro die op zijn Aphex Twins heen en weer stuitert en zwiept, en een beat die hier en daar subtiel op een loopje lijkt te gaan. Naar goede gewoonte verknipt Lidell bovendien zijn zang op de meest onverwachte momenten tot gelaagde koortjes (zie bijvoorbeeld "Music Will Not Last"). "The City" leunt nog het meeste aan bij Lidells minder toegankelijke werk, maar misstaat absoluut niet tussen de zwoele ballads en funky krakers van Multiply.

Als een gevierd muzikant uit de avant-garde zijn laptopexperimenten even opzij zet voor een nagenoeg perfect en toegankelijk soulalbum, zal de meer saaie tak der elektronicaliefhebbers hem uitspuwen, maar de rest van de wereld kan er in dit geval alleen maar blij om zijn. Multilply is een heerlijk zomers album dat ook uw barbecue of intiem samenzijn met een schone deern of deerne weet op te luisteren. Het hoeft niet altijd Marvin Gayes Let’s Get It On te zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in