xXx2 :: The Next Level




Even een dienstmededeling: trotse bezitters van een getunede wagen,
een reeks witte petjes, de volledige cd-collecties van 50 Cents,
Tupac en Dr. Dre en/of de gehele dvd-verzameling Steven Seagalfilms
mogen zich melden bij de dichtstbijzijnde bioscoop. Uw gezamenlijke
natte droom is immers net de cinema ingedonderd en heet ‘xXx2: The
Next Level’. Dit heet een actieprent te zijn, maar eigenlijk
spreken we hier over iets helemaal anders. Dit is wat ik een
SBU-film zou willen noemen. Een Shit Blowing Up-film. De
naam is eenduidig en laat nauwelijks ruimte voor twijfels of
verkeerde interpretaties: een SBU-film gaat over shit die ontploft.
En verder, hoor ik u al vragen, een blik van gepijnigde
verbijstering op het sufgetergde gelaat. En verder niks, is het
antwoord. Shit onploft. 100 minuten lang. Dan loopt de aftiteling.
Dat is het dan.

De eerste ‘xXx’ ging over Vin Diesel
die de wereld beschermde tegen snode Russen met dromen van
werelddominantie. Die film was onversneden crap, gehuld in een
kitscherige bontjas, maar nog niks in vergelijking met wat Lee
Tamahori, regisseur van ‘Once Were Warriors’ en ‘Die Another Day’, heeft uitgevroten met
deze sequel. Het verhaal (tja) begint met een militaire aanval op
een geheime basis van het NSA. Aangezien Vin Diesel het te druk
heeft met pampers verversen in het eveneens weinig artistiek
verantwoorde ‘The Pacifier’, moet
rekruterend NSA-agent Gibbons een vervanger zoeken (het kan Samuel
L. Jackson blijkbaar echt geen reet meer kan schelen in wàt voor
ongein hij opduikt, zolang het maar goed betaalt). Zijn lodderig
oog valt op Darius Stone (Ice Cube), die twintig jaar in de nor
uitzit nadat hij tijdens de golfoorlog een bevel van z’n overste
weigerde uit te voeren. Die overste is tegenwoordig minister van
defensie, en het feit dat hij gespeeld wordt door Willem Dafoe zou
al voldoende aanwijzing moeten zijn wie de slechterik eigenlijk is.
Het één en ander blijkt te maken te hebben met een onzinnig plan om
een staatsgreep te plegen, maar het precieze hoe, waarom, wanneer,
hoe dikwijls en waaraan hebben wij het verdiend om hiernaar te
moeten kijken, gaan verloren in het oorverdovende rumoer van de
ontploffende shit.

Nu ken ik persoonlijk niemand die Vin Diesel een groot acteur zou
willen noemen – ik wil ook zo niemand kennen – maar het minste dat
je van hem kon zeggen, was dat hij de fysiek had om een superheld
te spelen. Hij had meer spieren dan verstand, maar hij had dan toch
tenminste spieren. Niet zo in het geval van Ice Cube, een
zelfverklaard acteur die op een weinig ergerlijke manier tweede
viool speelde in films als ‘Three Kings’, maar als acteur niet
voldoende charisma heeft om een film te dragen, en als actieheld
niet het lichaam heeft om op een geloofwaardige manier vanaf een
dak in een helikopter te springen. “We need someone with
attitude,”
horen we Samuel L. Jackson zeggen aan het begin van
de film. Die attitude vertaalt zich in de praktijk vooral in
het feit dat meneer Cube continu een smoel trekt alsof z’n
tegenspeler net een wind heeft gelaten. De man is de minst
waarschijnlijke action man sinds Woody Allen een auto in
elkaar ramde in ‘Anything
Else’
.

Over het feit dat het verhaal absurd is, wil ik niet al te moeilijk
doen, maar laat ik u toch één giller niet onthouden. In een
bepaalde scène wil onze nieuwe xXx Willem Dafoe afluisteren terwijl
die rondloopt op een receptie. Dus wat doet de heer Ijsblok? Hij
verkleedt zich als ober en gaat met een schotel vol drankjes
vierkant nààst Dafoe staan om zijn gesprek op te vangen. Zo simpel
is dat. Om niet herkend te worden, houdt hij z’n hand halfweg voor
z’n ogen, allicht vanuit de struisvogelgedachte dat wie je zelf
niet kunt zien, jou ook niet kan zien, ook al staat hij dan vlak
naast je. Laat Leslie Nielsen identiek diezelfde scène spelen en
hij kan zó in ‘The Naked Gun 4’.

Wat echt een eigenaardig detail is voor deze film, in tegenstelling
tot al die andere randdebiele actievehikels, is de manier waarop er
met seks wordt omgegaan in ‘xXx2’. Wanneer Ice Cube net de bak
uitkomt, zegt hij met een grijns tegen Jackson: ‘Ik heb net negen
jaar in de gevangenis gezeten, ik heb eerst iets nodig.’ Waarna we
hem op beduidend onsmakelijk smakkende wijze een hamburger met
frieten en een milkshake naar binnen zien spelen. Cube wordt de
hele prent lang omringd door esthetisch verantwoorde vrouwen met
een bodemloze decolleté (leg er je oor aan te luisteren en je kunt
de echo horen van de hulpkreten van tientallen mannen die erin zijn
gesukkeld en er niet meer uitgeraken), maar hij interesseert zich
enkel in hen voor zover ze vergezeld gaan van een goed opgepoetste,
fiks opgedreven wagen. We zien één zo’n lellebel zich haast
spinnend van genoegen over de motorkap van zo’n Johnny-mobiel
buigen, en Cube kijkt waarderend toe… Naar de auto. Ice Cube is
wellicht de eerste frigide actiester in de filmgeschiedenis, die
kickt op snelle auto’s en fast food, maar mooie vrouwen zonder meer
afwijst. Rare jongens, die Amerikanen.

Maar goed, de actiescènes, hoe zit het daarmee? Zullen we juichend
van enthousiasme naar huis keren, adrenaline pompend door onze
aders? Niet echt – de openingsscène is matig onderhoudend, maar
daarna is het enkel meer van hetzelfde. Tamahori situeert één van
z’n meest grootschalige actiesequensen op een vliegdekschip, waarin
Ice Cube een tank kaapt om er de slechteriken mee te lijf te gaan.
Nu kan dat misschien wel als een geinig ideetje klinken, maar in de
praktijk is zo’n tank gewoon een ontzettend traag voertuig, zodat
er nauwelijks leven in de scène komt. Over de intercom horen we de
acteurs overigens bijzonder originele dialogen snauwen zoals: ‘Je
rijdt in die tank rechtstreeks naar de hel!’ Ow yeah! De
finale speelt zich dan wél weer af op hoge snelheid, in een trein
die aan ruwweg 300 kilometer per uur voorbijraast, maar is zo bar
slecht getrukeerd dat je de indruk krijgt dat ze gewoon een stel
kinderen met ADHD aan de computer hebben gezet en hen hun gang
hebben laten gaan. Het flitst, het knalt, het maakt ongelooflijk
veel lawaai, maar het slaat absoluut nergens op en als een gevolg
daarvan wordt het al snel bijzonder saai.

Dat laatste vat trouwens de film ook mooi samen. Dat het onnozel
is, stoort me niet, dat hoort bij het genre. Maar zit hier helemaal
niks amusants in – een leuke one-liner, een actiescène die
eruitziet alsof tenminste iémand er ooit twee minuten over heeft
nagedacht… Vergeet het. Shit Blowing Up, en al de rest is
gezeik.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + 17 =