Venetian Snares :: Rossz Csillag Alatt Született

Een standbeeld of een dwangbuis? We zijn er nog niet uit waar
Venetian Snares volgens ons het meest aan toe is. Waar er evenwel
geen twijfel over bestaat, is de status van Aaron Funk, het brein
achter Venetian Snares, als een van de boeiendste en meest
getalenteerde elektronica-artiesten van het moment. Aan een
hallucinant tempo gooit de Canadees platen op de markt en telkens
opnieuw slaagt hij erin te bewijzen dat hij allesbehalve een one
trick pony
is. Zijn handelskenmerken zijn hondsbrutale drill ‘n
bass en moordend snelle breakcore, die vaak flirten met de
gabbergrens. Maar als geen ander weet Venetian Snares de valkuilen
van banaliteit of hol gebeuk te ontwijken en komt hij haast altijd
inventief of verrassend uit de hoek.

Na een aantal sloophamer- en kettingzaagreleases op Planet Mu sloeg
Aaron Funk ons twee jaar geleden pas echt met verstomming toen
‘Winter In The Belly Of A Snake’ in onze cd-lader belandde. Een
geniaal werkstuk waarop Funk voor het eerst zijn emoties de vrije
loop liet, onder meer in een zelf ingezongen nummer over de dood
van zijn vader. Muzikaal puurde Venetian Snares het onderste uit de
kan en wist hij feilloos het midden te houden tussen apocalyptische
terreur en beklemmende soundscapes. Balanceren op het scherp van de
snee zonder ook maar een keer uit de bocht te gaan, zelfs levende
legenden als Aphex Twin of Squarepusher kunnen het de jongste jaren
niet meer claimen.

In ijltempo volgden in hetzelfde jaar als ‘Winter In The Belly Of A
Snake’ nog twee releases. De kans is niet gering dat wie de oren
spitste bij de eerste worp van Venetian Snares in 2002 even snel
met de staart tussen de benen weer afdroop. De reden? Het lugubere
breakbeatfestijn ‘Find Candace’, een conceptalbum rond kindermoord
(nee, we verzinnen niets!) en het donderende ‘The Chocolate
Wheelchair’, dat ragga in zijn hemd zette met briesende nummers
waarvan onduidelijk was of ze nu een eerbetoon op, dan wel een
persiflage van het genre waren. Vorig jaar pakte Venetian Snares
nog uit met een sterk IDM-album (‘Huge Chrome Cylinder Box
Unfolding’) en ook dit jaar is het weer raak voor de fans van de
mentaal ontspoorde Canadees. Extremer dan ooit smakte hij ons tegen
het canvas met het verschroeiende ‘Winnipeg Is A Frozen Shithole’,
een plaat waarbij de beats per second niet te tellen zijn en waarin
hij op weinig subtiele wijze Winnipeg – zijn geboorteplaats –
muzikaal met de grond gelijk maakt. Fijnzinnig kun je titels als
‘Winnipeg Is A Dogshit Dildo’ of ‘Die Winnipeg, Die Die Die Fuckers
Die’ bezwaarlijk noemen. Ook de ‘Infolepsy EP’ ging volledig over
de rooie. Trok Venetian Snares uiteindelijk dan toch definitief de
kaart van het louter snoeiharde gebeuk? Helemaal niet. Wie de humor
ontgaat van deze breakcore mashups of niet bestand is tegen
dergelijke met uranium versterkte mokerslagen, doet er goed aan het
kersverse ‘Rossz Csillag Alatt Született’ niet met het badwater weg
te gooien. Want als nooit tevoren bewijst Aaron Funk dat hij heel
wat meer in zijn mars heeft dan veel van zijn muzikale
geestesgenoten.

Dat reizen de geest verrijkt, ondervond Funk aan den lijve tijdens
een trip naar Hongarije op zijn Europese tournee. Hij kwam er in
aanraking met Slavische muziek, wat hem ertoe aanzette om trompet
en viool te leren spelen. ‘Rossz Csillag Alatt Született’ is dan
ook opgetrokken uit dreigende, klassieke composities met een sterk
filmisch karakter, waarmee Venetian Snares op grandioze wijze zijn
beats laat interageren. Zo ontplooit zich boven de strijkerpartij
van openingsnummer ‘Szamar Madar’ een old school jungletrack om
duimen en vingers bij af te likken. Het valt trouwens op hoezeer de
jachtige ritmes op deze plaat aansluiten bij de junglehype van
halfweg de jaren negentig. Knap ook hoe Aaron Funk sfeervolle
samples aanwendt om de sfeer van de plaat op te bouwen. Luister
maar naar ‘Oengyilkos Vasamap’ (‘Zelfmoord Zondag’), waar een
stoffige Billie Holiday een fragment zingt uit een nummer van de
(in Hongarije) beroemde componist Rezsô Seress. Op geen enkel
moment gaat Funk formulematig te werk, wat in grote mate de kracht
uitmaakt van deze plaat. ‘Hajnal’ is schitterend hedendaags
klassiek waar een Hongaarse bries door waait, voorbode van de
verwoestende storm die even later losbarst. Op het treurende
‘Galamb Egyedole’ doen zelfs piano en gitaar hun intrede. Afsluiter
‘Masodik Galamb’ is verpletterend. Naar eigen zeggen verbeeldde
Aaron Funk zich in Boedapest een duif te zijn op het Királyi
Palota, het Koninklijk Paleis. “Pigeon, am I not part of your
life anymore?
” klinkt het droef, voordat Funk nog eenmaal alle
registers opentrekt. Een absoluut hoogtepunt op een plaat die geen
zwakke broertjes kent en zonder meer een van de sterkste tracks die
Funk al uit zijn door demonen geplaagde hersenpan toverde. Met
‘Rossz Csillag Alatt Született’ stuurt Venetian Snares de
concurrentie onverbiddelijk terug naar de schoolbanken. Een
meesterwerk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − 2 =