Team America :: World Police




Nu de producenten van de James Bondreeks er toch niet uitkomen (Wie
zal de volgende film regisseren? Wie zal Bond spelen?), misschien
een kleine suggestie: neem Trey Parker en Matt Stone onder de arm
en doe het hele ding als een poppenfilm. De makers van ‘South Park’ nemen met ‘Team America: World
Police’ zowel de internationale politiek van de voorbije vijf jaar
als de Jerry Bruckheimer-actiefilms op de korrel, en ook al kent
hun prent zo z’n ups en downs, de makers tonen meer begrip van het
actiegenre en meer gevoel voor humor dan de gemiddelde
Bondregisseur. Zwaar geïnspireerd door ‘Thunderbirds’, hebben Parker en Stone hier
een marionettenfilm gemaakt die in Amerika een R-rating kreeg
omwille van “grafische seksscènes, gewelddadige beelden en grove
taal – all involving puppets.”

Team America is een elite-eenheid Amerikaanse spionnen die de
wereld, willen of niet, veilig houdt van terroristen (Hoe herken je
een terrorist? Hij heeft een baard en spreekt een brabbelversie van
het Arabisch, waar het woord “jihad” continu in terugkeert.). Aan
het begin van de film zien we één van hun acties, waarbij het team
de Eiffeltoren, de Arc de Triomphe én het Louvre vernielen om vier
terroristen met een kofferbom te vatten. Achteraf vallen ze elkaar
triomfantelijk in de armen omdat ze zo’n goed werk hebben verricht
“Fuck yeah!”

Wanneer Team America bericht krijgt dat de Koreaanse dictator Kim
Jong Il snode plannen aan het smeden is met een groot aantal
weapons of mass distruction, besluit chef Spottswoode dat ze
een nieuwe agent nodig hebben – de beste acteur ter wereld, die
zich moeiteloos als een Moslim-terrorist zal kunnen voordoen om te
infiltreren in de wereld van bommengooiers. Die acteur is Gary
Johnston, een man die geplaagd wordt door spoken uit z’n verleden –
‘Gorillas hebben mijn broer doodgemept en het is mijn
schuld!’

Zowel de politiek als de steeds infantieler wordende filmindustrie
moeten het ontgelden in ‘Team America’, maar in de praktijk werkt
de prent het best wanneer de makers hun verwijzingen naar de
actualiteit even vergeten om zich simpelweg te concentreren op hun
Jerry Bruckheimer-Michael Bay-parodieën. De manier waarop de
actiescènes zijn opgebouwd, komt bijvoorbeeld rechtstreeks uit
films als ‘The Rock’, ‘Con Air’ en ‘Pearl Harbor’: slow-motion beelden van onze
rennende helden, terwijl op de achtergrond heel het decor de lucht
invliegt. Bombastische muziek en flauwe one-liners vliegen je samen
met de kogels rond de oren. Dat is allemaal zeer nauwkeurig
geobserveerd door gebroeder Parker en Stone – ze creëren hier
scènes, en bij uitbreiding een heel verhaal, dat zó gebruikt zou
kunnen worden door Bruckheimer voor z’n nieuwe actiespektakel, ze
overtreden zelden of nooit de wetten die dat soort films beheersen.
Maar door de context die de heren aan die scènes geven, en
uiteraard door het feit dat we hier met poppen te maken hebben,
wordt het grappig.

Ook de bewust onnozele pogingen tot “uitdieping van de personages”
zijn een knipoog naar de obligate emotionele problemen die de
hoofdpersonen in Bruckheimerproducties steeds hebben. Eéntje zit
met een trauma omdat hij denkt verantwoordelijk te zijn voor de
dood van z’n broer. Een vrouw in het team heeft haar vriend
verloren, nét nadat hij haar ten huwelijk had gevraagd – gedood
door terroristische kogels. ‘Ik kan alleen maar van je houden,’
zegt ze tegen een nieuwe kandidaat, ‘als je me belooft dat je nooit
zult sterven.’ Precies het soort van debiele dialogen dat we zouden
horen in de nieuwste Michael Bay.

Soms wordt de satire nóg openlijker, met als hilarisch hoogtepunt
een liedje over ‘Pearl Harbor’: ‘I miss you more than Michael
Bay missed the point when he made ‘Pearl Harbor’. I need you more
than Ben Affleck needs acting classes – man, he sucked in that
movie!’
Enzovoort. Wie dacht dat Bruckheimer-cinema zich niet
zou lenen voor een parodie, aangezien die films al een parodie op
zichzelf zijn, heeft het dus mis: stop er poppen in en opeens
worden er weer heel wat dingen mogelijk.

Parker en Stone doorprikken de bombastische toon van hun film door
af en toe het publiek vierkant met z’n neus in de gekunsteldheid
van hun prent te duwen. Op de meest quasi-serieuze momenten lassen
ze bijvoorbeeld een wide shot in, waarin we de personages kunnen
zien lopen – hun voeten bewegen zich niet, maar als ware
marionetten zweven ze enkele millimeters boven de vloer, waarbij de
poppenspelers overduidelijk de wandelbewegingen proberen te
simuleren. Tegen het einde van de film zit er een scène waarin onze
helden aan tijgers worden gevoerd – die tijgers zijn gewoon zwarte
katten, maar door de afmetingen van de poppen kloppen de proporties
wel ongeveer. En toch is het pijnlijk duidelijk dat je naar katten
zit te kijken, alsof Parker en Stone hun publiek domweg zitten uit
te lachen met het feit dat ze naar een poppenfilm zitten te
kijken.

Wat de politieke satire betreft, is ‘Team America’ evenwel een maat
voor niets. Zowel rechts als links krijgt ervan langs, met Team
America zelf als hersenloze propagandisten van het idee dat Amerika
een meerderwaardig land is dat het recht heeft om overal de
wereldpolitie te gaan uithangen. Aan de andere kant staan dan weer
al die Hollywoodsterren die het nodig hebben gevonden om tijdens de
laatste jaren de gewetensvolle lefties uit te hangen: Sean Penn,
Tim Robbins, Matt Damon, Michael Moore. Het kan Parker en Stone
schijnbaar geen bal schelen wié ze raken met hun satire, zolang ze
maar wild om zich heen schoppen. Het gevolg daarvan is dat ze zich
op een bepaalde manier ook weer indekken tegen kritiek: aangezien
ze de beide kanten belachelijk maken, hoeven Parker en Stone nooit
politieke kleur te bekennen, ze kunnen zich altijd verschuilen
achter het feit dat de andere kant evenzeer onder z’n kont krijgt.
In zekere zin is dat lafheid: een politieke satire kan pas werken
wanneer er een duidelijke visie achterzit, een overtuiging. ‘Team
America’ daarentegen, lijkt eerder een statement te zijn tégen
mensen die überhaupt overtuigingen hébben.

Maar goed, voor het grootste deel is dit gewoon een geestige
pastiche, die op effectieve manier een genre naar de prullenmand
verwijst dat daar thuishoort. De kans dat er hier in Europa
evenveel discussie zal ontstaan rond de politiek van de film als in
Amerika, lijkt me bijzonder klein – daarvoor is de prent
uiteindelijk te onbetekenend. Maar geestig is hij wel. Fuck
yeah!

http://www.teamamericamovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in