The Life Aquatic With Steve Zissou




Aan het einde van deze nieuwste van Wes Anderson, toen de
aftiteling begon te lopen en de lichten aangingen, hoorde ik een
vrouw achter mij aan haar gezelschap vragen: “Wat was dààr nu de
bedoeling van?” Nuja, eigenlijk zei ze simpelweg “what the
fuck?”
, maar ’t is maar even voor de duidelijkheid. Die reactie
hebben wel meer mensen op de films van Anderson – voor de vierde
keer al, verzamelt de regisseur een collectie excentrieke
personages in een bizarre plot en plaatst hij hen in een
surrealistische wereld waar geen enkele kijker meteen z’n weg in
weet. Voor de vierde keer slaat hij een toontje aan dat het midden
houdt tussen absurde humor en oprechte tragedie, zodat je als
publiek niet helemaal weet wanneer je nu mag lachen en wanneer
niet. Enfin, voor de vierde keer heeft Anderson dus een film
gemaakt die ongegeneerd gebruiksonvriendelijk is, eentje die
vrolijk z’n eigen weg gaat en het schijnbaar niets kan schelen of
je nu kunt volgen of niet. Het gevolg van die zeer persoonlijke
aanpak is, dat bij de meeste mensen Andersons films nogal extreme
gevoelens uitlokken: je bent er gek op of je vindt er niks aan.
‘The Life Aquatic’ zal in die situatie alvast geen verandering
brengen, want opnieuw bevinden we ons in Andersonland, een plek
waar andere wetten van kracht zijn en vreemde creaturen
leven.

Bill Murray speelt Steve Zissou, een duidelijk op Jacques Cousteau
geïnspireerde natuurfilmer, die ooit immens populair was met zijn
diepzeedrama’s, maar tegenwoordig enkel nog teert op zijn reputatie
van vele jaren geleden. Tijdens het draaien van z’n laatste prent,
werd een medewerker voor z’n ogen opgegeten door een jaguarhaai, en
nu is Zissou vastbesloten om, in pure Ahab-stijl, wraak te nemen op
het moordlustige dier. Samen met een bemanning die uitsluitend is
opgebouwd uit geassorteerde weirdo’s en freaks, trekt hij
erop uit om de haai op te jagen en te doden.

Onder die bemanning bevinden zich onder andere de bastaardzoon van
Zissou (Owen Wilson), een zwangere journaliste die een stuk over
hem wil schrijven (Cate Blanchett), Zissou’s vervreemde echtgenote
(Anjelica Huston), een Duitse matroos die hem verafgoodt (een
fantastische Willem Dafoe), een schandalig rijke concurrent (Jeff
Goldblum) en dan nog iemand die nauwelijks een functie heeft op
Zissou’s boot, behalve dan continu liedjes van David Bowie te
zingen – in het Portugees.

Dat er aan al die personages een hoek af is en dat ze voor het
einde in verschillende geflipte situaties terecht zullen komen,
spreekt bijna vanzelf. Bizarre stijlgrepen, zowel in de look van de
film als in het scenario ervan, zijn Andersons handelsmerk
geworden. ‘The Life Aquatic’ is vrijwel geheel opgetrokken uit
momenten van gortdroog geënsceneerde waanzin: wanneer Owen Wilson
officiëel lid wordt van de bemanning van Murray’s schip, krijgt hij
een pistool in z’n handen gestopt. ‘Wat moet ik daarmee doen?,’
vraagt Wilson. ‘Al onze stageaires krijgen er één,’ antwoordt
Murray. Op de achtergrond onderbreekt Anjelica Huston: ‘Nee, dat is
niet waar, de stageaires moeten er allemaal één delen!’ Nog
dergelijke toestanden: Murray die vrolijk een sierlijke duik maakt
in een wak in het poolijs. Een scène waarin hij loos gaat tegen een
bende piraten. De openingsscène, waarin Murray gevraagd wordt wat
de wetenschappelijke waarde zou zijn van het doden van de
jaguarhaai. Zegt Murray: ‘Wraak.’ Net zoals in zijn vorige films,
met ‘The Royal Tenenbaums’ als
voorlopig hoogtepunt, serveert de regisseur ons met een
uitgestreken gezicht een verdraaide blik op de werkelijkheid – hij
creëert een surrealistische wereld met geschifte personages en als
kijker moet je daar dan maar tegen kunnen. Het is dat of aan de
eerste halte afstappen en de film vaarwel zeggen.

De vraag die zich dan stelt, is of die georganiseerde waanzin ook
effectief iets te betekenen heeft, of het wel méér is dan enkel
frivoliteit. In ieder geval kun je een thema uit ‘The Royal
Tenenbaums’ opnieuw zien terugkomen in ‘The Life Aquatic’: het idee
van een man (of, zoals bij ‘Tenenbaums’, een familie) die vroeger
succesvol en populair was, maar nu aan lager wal is geraakt. Steve
Zissou is uiteindelijk een ongelooflijk eenzame man, die met een
melancholieke blik door het leven loopt, alsof hij continu rouwt om
de gemiste kansen uit het verleden. Hij praat nauwelijks nog met
z’n vrouw en zijn carrière gaat er zienderogen op achteruit. De
mensen met wie hij zijn intiemste banden heeft, zijn z’n
bemanningsleden, en tegen het einde van de film toe, beginnen zelfs
zij een muiterij tegen hem te plannen.

Is die thematiek sterk genoeg om de excentriciteit van het scenario
te ondersteunen? Tja, dat moet ieder maar voor zich uitmaken. Ik
geloof in ieder geval dat het fout is om te veronderstellen dat
Anderson met elk vreemd detail in z’n film een weldoordachte
bedoeling heeft. Vroeg in de film zien we Murray voor een raam
zitten, terwijl achter hem een orka voorbij het raampje zwemt – op
z’n rug. Er loopt een scriptgirl rond op Zissou’s boot, die om geen
enkele aanwijsbare reden constant topless over en weer huppelt.
Zijn er rationele redenen voor die gekke kleinigheden, of zitten ze
er alleen in omdat Anderson misschien dacht dat ze de film leuker
zouden maken, meer offbeat? Er bestaat een neiging onder
filmjournalisten om achter alles in Andersons films een peilloos
diepe betekenis te gaan zoeken, maar volgens mij doet de regisseur
doelbewust een beetje anders dan de anderen, enkel óm anders dan de
anderen te zijn. En dan is thematiek bijkomstig.

Visueel blijft Anderson in ieder geval steeds beter worden: hij
maakt gebruik van verrukkelijk levendige kleuren en zijn
mise-en-scène is om duimen en vingers bij af te likken: let op de
manier waarop hij zowat al z’n shots nauwkeurig symmetrisch
ensceneert, vaak met een vierhoekige figuur achter de hoofden van
de personages (een venster, een schilderij, een patroon in de muur
enzovoort). Voor sommige scènes verwijderde de regisseur zelfs
simpelweg de zijwand van het schip, zodat de camera in één shot een
overzicht kan bieden van de verschillende kamers. De vissen die we
te zien krijgen, zijn zeer gestileerde, kleurrijke, glittery
animatiedieren, die niets met de werkelijkheid te maken hebben. De
regisseur bouwt een alternatieve wereld voor ons op, waarin er
ruimte is voor dit soort gesjeesde personages en hij doet dat met
onwaarschijnlijk veel zwier.

Heeft het aan het einde van de dag allemaal wel iets te betekenen,
of is het toch maar stijl zonder substantie? Weirdness voor z’n
eigen goed, of omdat Anderson er iets mee wil zeggen? Kijkt u zelf
maar. ‘The Life Aquatic’ kan soms bevreemdend aandoen, maar er
zitten zoveel goeie ideeën in, en Bill Murray is zo heerlijk
melancholisch als Zissou zelf, dat ik er niet aan mag denken u deze
film af te raden.

http://lifeaquatic.movies.go.com/splash.html

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in