Ray




De Amerikanen hebben nog maar eens een nationale held bedacht met
een biopic: Ray Charles groeide op als het oudste kind van een
straatarme zwarte familie uit Georgia, hij zag zijn jongere
broertje verdrinken in een waskuip, hij was volledig blind ten
gevolge van glaucoom tegen de tijd dat hij zeven was en toch
slaagde de man erin om een soullegende te worden, een begrip in de
muziekindustrie. Precies het soort van from zero to
hero
-verhaal waar ze in de VS gek op zijn: ‘Ray’ is op het
moment van schrijven genomineerd voor een hele rist oscars, met
hoofdrolspeler Jamie Foxx als uitgesproken favoriet voor de prijs
van beste acteur. Waarom al die loftuitingen precies noodzakelijk
zijn, is mij evenwel een raadsel: jà, Foxx is zeer goed als Ray
Charles en de muziek kan uiteraard voor zichzelf spreken, maar het
scenario is zó conventioneel en voorspelbaar, dat je soms wilt
huilen van frustratie. ‘Ray’ is een braaf, opgepoetst
heiligenportret van een man die nochtans alles behalve heilig
was.

Regisseur Taylor Hackford, eerder verantwoordelijk voor ‘The
Devil’s Advocate’ en ‘Proof Of Life’, kiest er in navolging van
eerdere biografische films zoals ‘The
Aviator’
voor om slechts een beperkte tijdsspanne uit het leven
van z’n onderwerp te tonen: we volgen Ray vanaf zijn jeugd in de
jaren veertig, langs zijn vroege successen in de fifties, tot in
1966, wanneer hij het toppunt van z’n roem heeft bereikt en erin
slaagt om zijn heroïneverslaving te overwinnen. Wat daarop volgt,
redeneert Hackford schijnbaar, is minder interessant aangezien het
slechts de verderzetting van het succes is, en wordt dan ook naar
de vuilnisbak verbannen.

In het geval van ‘The Aviator’,
voegde de tijdslimiet van ongeveer twintig jaar effectief iets aan
de film toe, aangezien die Scorsese meer ruimte gaf om Howard
Hughes uit te diepen als personage. Scorsese’s film duurde 170
minuten, maar elke scène leverde een bijdrage aan de uiteindelijke
ondergang van de hoofdfiguur. In het geval van ‘Ray’ daarentegen,
krijgen we een prent van twee en een half uur die veel langer lijkt
te duren, omdat een groot deel van het materiaal dat we te zien
krijgen, strikt genomen overbodig is. Natuurlijk is het belangrijk
om in een biopic een idee te geven van wat zo’n man allemaal
gepresteerd heeft, maar is het echt noodzakelijk om hem àl z’n
grootste hits te zien opnemen? Of Charles nu in de studio ‘Georgia’
zit te spelen, ‘Unchain My Heart’ of ‘Hit the Road, Jack’… In een
film ziet het er allemaal grotendeels hetzelfde uit. Scène na scène
van eindeloze opnamesessies en optredens, tot je zin krijgt om naar
het scherm te schreeuwen: ‘Ja, ik wéét dat hij goeie muziek kon
maken, ik heb de cd thuis liggen!’ Voor Howard Hughes waren de
latere jaren van zijn leven een heel ander hoofdstuk, waar je een
film op zichzelf over zou kunnen maken. In het geval Ray Charles
volgden enkel de jaren van erkenning en welvarendheid. Waarom
moesten die volledig worden weggelaten?

Waarvoor we naar de cinema gaan, waar we deze film voor gaan
bekijken, is om de mens achter de zonnenbril en de brede glimlach
te leren kennen zoals hij was, en dat is hier helaas onmogelijk.
Hackford en scenarist James L. White hebben blijkbaar zo’n enorm
ontzag voor hun onderwerp dat ze elke controverse uit zijn leven
met de mantel der liefde willen bedekken: Ray Charles was een
vrouwenloper die twaalf kinderen bij zeven verschillende dames
kreeg, sommigen daarvan zelfs bij zijn eigen echtgenote, Bea (Kerry
Washington). In de film wordt wel getoond hoe hij met andere
vrouwen rotzooit, maar tegen het einde krijgt hij zowaar zelfs een
onuitgesproken toelating van z’n eega om daarmee door te gaan –
probeer zijn slechte gewoontes dan maar eens serieus te nemen. Zijn
drugverslaving wordt dan weer niet getoond als een zwakte, maar
enkel als de aanleiding voor zijn grootste overwinning – een titel
aan het einde van de prent deelt ons enigszins zelfgenoegzaam mee
dat Ray na 1966 nooit nog drugs aanraakte. Zo zie je maar –
belangrijke mensen kruipen enkele dagen in hun bed, zweten hun
verslaving eruit en klaar is kees. Charles’ kleine kantjes worden
systematisch geminimaliseerd in ‘Ray’, wat simpelweg oneerlijk is
in dit soort van biografie. Het is mooi dat de makers meer
interesse hebben voor de muziek dan voor de vraag “wie deed wat met
wie en wanneer”, maar wanneer je niet het lef hebt om dat soort van
kleine en grote zondes te tonen en serieus te nemen in je film,
verlies je op den duur alle geloofwaardigheid. Na een tijdje gaat
de man Ray Charles opnieuw verloren achter de mythe van de
pianovirtuoos.

De pogingen tot psychologische uitdieping en motivatie zijn
daarenboven lachwekkend simplistisch: zoals we het hier te zien
krijgen, werd Ray vanaf z’n vroegste jeugd gestuwd door de
herinnering aan de dood van zijn broertje. Uiteraard zal dat wel
een belangrijke drijfveer zijn geweest – geen enkel kind kan zoiets
zien zonder er de gevolgen van mee te dragen. Maar geen enkel
mensenleven wordt zo enkelvoudig gedomineerd door één feit. Is dat
àlles dat Ray Charles was? Een man die muziek maakte, drugs nam,
alle vrouwen besprong die hij maar kon krijgen, enkel en alleen
door de dood van z’n broer?

Technisch gezien is de film toereikend, maar niet veel meer. De
fotografie bestaat hoofdzakelijk uit zeer fotogenieke shots van Ray
Charles in profiel aan z’n piano, belicht door een spotlicht,
sigarettenrook opkringelend in de schijnwerper. De flash-backs naar
zijn kindertijd worden dan weer gekenmerkt door fellere kleuren en
een hogere lichtverzadiging, zodat alles een meer heldere, warme
indruk geeft. Het is goed gedaan, daar niet van, maar cinematograaf
Pawel Edelman put tenslotte toch ook maar uit het Groot Boek der
Voor de Hand Liggende Fotografische Trucjes. De look van de film is
nergens verrassend. Wél verrassend zijn dan weer de momenten waarop
Jamie Foxx de liedjes van Ray Charles begint te zingen – tijdens de
dialogen hoor je de hele tijd Foxx z’n stem, maar nu trekt hij
plots z’n mond open en daar horen we die van Ray Charles uit z’n
strot komen. Een stem die in niéts lijkt op die van de acteur. Het
gevolg is soms onbedoeld lachwekkend.

Voor het overige is Foxx de enige goeie reden om te gaan kijken: de
brave man droeg tijdens het filmen prothesen over z’n ogen die hem
effectief blind maakten, tot 14 uur per dag. De lichaamstaal die we
ons herinneren van Charles, zijn bewegingen en de mentaliteit die
hij uitstraalt (“niemand behandelt mij als een kreupele!”), zitten
helemaal juist. Zolang u maar niet te nauw luistert wanneer hij
zingt.

‘Ray’ is een oerconservatieve biopic, die regelmatig in herhaling
valt, wat het tempo niet ten goede komt, en voor het overige vooral
geïnteresseerd is in het idealiseren van een man die, zoals wij
allemaal, z’n fouten en gebreken had. Om kort te gaan: typisch
Hollywood dus.

http://www.raymovie.com/index.php

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in