Mean Creek




‘Did you ever look out over a lake and think of something buried
underneath it? Buried underneath it. Well man, that’s just about as
buried as you can get.’
Dat zegt Burt Reynolds in John Boormans
film ‘Deliverance’, een prent waarnaar herhaaldelijk wordt verwezen
over de loop van ‘Mean Creek’. Mensen doen dat constant, dingen
begraven – de zogenaamde lijken in de kast. Teleurstellingen,
geheimen uit het verleden waar we ons voor schamen. We stoppen ze
weg onder de oppervlakte, en de enige vraag die dan nog overblijft
is hoe we daarmee leven. Debuterend regisseur Jacon Aaron Estes is
met ‘Mean Creek’ al zowat alle internationale filmfestivals
afgelopen, en telkens kreeg hij haast unanieme lof voor een
verrassend gevoelige, intelligente prent. Het is een film met
vrijwel uitsluitend oudere en jongere tieners in de cast, maar het
is allesbehalve een tienerfilm. De plot lijkt voorspelbaar en voor
de hand liggend, maar wordt hier louter gebruikt voor een
fascinerende vraagstelling rond moraliteit: waar trekken we de
grens? Wat kunnen we onszelf vergeven van al die dingen, begraven
onder de oppervlakte van ons leven?

‘Mean Creek’ speelt zich af in een klein stadje in landelijk
Oregon, waar er schijnbaar nog uitgestrekte natuurgebieden bestaan
en rivieren waar je een dag lang over kunt varen zonder iemand
tegen te komen. George (Josh Peck), is de flink uit de kluiten
gewassen pestkop van de plaatselijke school – een dikkerdje, die
constant rondloopt met een dure videocamera maar geen vrienden
lijkt te hebben en zich dan maar laat gelden door z’n vuisten te
gebruiken. Nadat George z’n tenger, intelligent klasgenootje Sam
(Rory Culkin) een pak slaag geeft, besluiten Sam, zijn oudere broer
Rocky (Trevor Morgan) en diens vriend Marty (Scott Mechlowitz) om
wraak te nemen. Samen met nog een vriend, Clyde (Ryan Kelley) en
Sams vriendinnetje Millie (Carly Schroeder) zullen ze George
uitnodigen voor een boottochtje en hem tijdens een spelletje
uitdagen om zich uit te kleden en in het water te springen.
Vervolgens zullen ze hem simpelweg achterlaten, om naakt en
vernederd terug naar huis te lopen.

Vanuit dat gegeven kun je nog zowat alle richtingen uit: een gemeen
thrillertje over de machtsposities tussen de jongens, een drama à
la ‘Stand By Me’, over de emoties van de jonge personages, of zelfs
een ordinaire klucht uit de ‘American Pie’-traditie. Wat de
machinaties van de plot betreft, liggen op dat moment nog alle
wegen open, maar Estes kiest voor de minst voor de hand liggende
route: een grondige uitdieping van z’n personages, tot ze
driedimensionele figuren worden met een eigen verstand en een eigen
stem, een vrije wil buiten de vereisten van de plot. ‘Mean Creek’
is een zeldzaamheid in die zin dat we personages krijgen van onder
de veertig, die tóch blijk geven van min of meer rijpe emoties en
enige intelligentie. Wanneer Sam en Rocky praten over een plan om
wraak te nemen op George, is het eerste dat Sam vraagt: ‘Zijn wij
dan niet even erg als hij?’ Ook later, tijdens het boottochtje
zelf, zien we hoe er constant twijfels blijven bestaan over wat ze
nu precies moeten doen. Doorzetten of toch maar het hele plan
afblazen?

Wat zo mooi is aan ‘Mean Creek’, is dat geen enkel personage zo
eenduidig is als hij of zij aanvankelijk lijkt. George geeft in het
begin de indruk gewoon een dik ettertje te zijn, die het verdient
een afstraffing te krijgen – maar daarna leren we hem beter kennen
als een erg eenzame jongen, die vervreemd is van zijn omgeving en
niet kan communiceren met z’n leeftijdsgenoten. Bijgevolg haalt hij
dan maar wild naar hen uit, telkens wanneer ze iets verkeerds
zeggen of doen. Sam is de eerste die zich morele vragen stelt bij
hetgeen hij George wil aandoen – hij wil zich niet verlagen tot het
niveau van de pestkop die hem in elkaar heeft geslagen. Rocky
gedraagt zich stoer, maar hij wil ook maar z’n jongere broertje
beschermen. Clyde heeft het moeilijk met het feit dat zijn vader
voor een andere man heeft gekozen en hij nu wordt opgevoed door een
homoseksueel koppel. En zelfs Marty, de stoere leider van de bende,
die op alles een antwoord klaarheeft, krijgt elke dag opnieuw
fysieke en emotionele klappen te incasseren van zijn eigen vader.
‘Mean Creek’ is een film die op een soms pijnlijk accurate manier
observeert hoe de personages spreken en zich gedragen – tijdens een
vroege scène zien we bijvoorbeeld hoe een gesprek bij Sam en Rocky
thuis ontaardt in een absoluut niet kwaad bedoeld gevechtje tussen
de beide broers – maar die ook heel goed weet waarom ze zo spreken
en zich zo gedragen. Elk personage heeft zo z’n eigen motivaties en
wat er ook gebeurt in de film, het is altijd logisch en
geloofwaardig.

Wat de plot betreft doet ‘Mean Creek’ soms denken aan Larry Clarks
film ‘Bully’, maar waar Clark (zoals wel vaker) voornamelijk
interesse toonde in de sensationele aspecten van de plot (geef mij
seks en geweld, en veel ervan!), probeert Estes met opmerkelijk
succes om door te dringen tot de psyche van z’n personages.
Vanzelfsprekend loopt het boottochtje hopeloos uit de hand, en de
manier waarop de hoofdfiguren vervolgens op hun situatie reageren,
is bijzonder fascinerend en realistisch – Marty is pragmatisch, hij
wil zich vooral zo weinig mogelijk problemen op de hals halen.
Millie distantiëert zich van alles wat er gebeurt: ‘Ik was er wel
bij, maar ik heb niets gedààn.’ De anderen zitten met
schuldgevoelens en proberen tegen Marty in te gaan, maar het
karakter van de oudere jongen is nu eenmaal te dominant om het van
hem te kunnen winnen. De dynamiek van die groep, het feit dat ze
allemaal hun eigen gevoelens hebben en genoeg verstand om er uiting
aan te geven, verheft ‘Mean Creek’ mijlenver boven eender wat dat
Larry Clark ooit heeft gepresteerd, en doet zelfs denken aan de
film ‘River’s Edge’, die een soortgelijke thematiek behandelde op
een even bedachtzame manier. (Die film is niet makkelijk te vinden,
maar als u aan een kopie kunt komen, mag u het zeker niet
laten.)

Het acteerwerk is verrassend sterk, gelet op het feit dat de
hoofdacteurs allemaal jonger zijn dan twintig. Scott Mechlowitz
toont ons na het lamentabele ‘Eurotrip’ dat hij wel degelijk kan acteren
– als Marty heeft hij duidelijk een showstelende rol, met een resem
goed geschreven one-liners. (Rocky tegen Marty: ‘Iedereen wil het
plan afblazen.’ Marty: ‘Dan is iedereen een vagina!’ – geestig,
maar toch cru genoeg om te kunnen geloven dat een personage als
Marty het ter plekke zou bedenken.) Het zijn echter Josh Peck als
George en Rory Culkin als Sam die op mij het meeste indruk
nalieten. Culkin was 14 op het moment van filmen, Peck (die
schijnbaar ouder is dan hij eruit ziet) 17, maar ze krijgen hier
moeilijk, emotioneel geladen materiaal om te spelen en ze zetten
nooit een stap verkeerd. Peck heeft een monoloog op het bootje die
voldoende is om over je hele lijf kippenvel te doen
uitbreken.

Mensen zijn nooit zo eenvoudig als ze lijken – er ligt altijd een
oneindig deel van hun persoonlijkheid begraven, vlak onder de
oppervlakte van de rivier. ‘Mean Creek’ is een film die dat zeer
goed begrepen heeft en ons op een intelligente, oprecht emotionele,
steeds volstrekt fascinerende manier kennis laat maken met op z’n
minst enkele verschillende delen van die persoonlijkheid. Dit is
rauwe, essentiële cinema.

http://www.meancreekmovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in