Gèsman :: Slicht Vant Eten

Gèsman is een liveband. Wie hen ooit in levende lijve aan het werk heeft gezien, zal dat beamen. Het blijkt ook uit de resem optredens die de band voor zijn rekening neemt. En het blijkt ook uit het eerste studioalbum.

Gèsman bestaat uit frontman Steven Vervaecke (een Dylaneske Deerlijkse singer-songwriter) en zes kornuiten, luisterend naar de glorieuze naam De Zwoare Combinatie. De band drukt zich uit in de eigen, sappige streektaal, zijnde het Zuid-West-Vlaams. Voor de rest van Vlaanderen zal dit dialect allicht voor eens en voor altijd vereenzelvigd worden met Gerrit Callewaert uit Bavikhove, de geniale In de Gloria-creatie, maar dat het gebruik van de eigen streektaal absoluut geen gimmick is, wordt op deze plaat al gauw duidelijk.

Door de keuze voor zijn dialect wordt de band vaak nogal gemakkelijk in hetzelfde muzikale vakje als Flip Kowlier en Willem Vermandere gestopt. Gèsmans muziek verdient echter een breder forum. De band timmert immers al enkele jaren aan de Lange Weg Hogerop (al is dit voor de schrijver van songflarden als "kè nog liever geene frank dan dak moe werken gelijk een peird" en"kben nooit gène vechter gewist" allicht een iets te actief werkwoord), en heeft zo met optredens van Zwevezele tot Péutie een aardige schare fans opgebouwd. En nu is er dus zijn eerste volwaardige studioalbum, het in eigen beheer opgenomen Slicht vant eten.

De plaat begint met een vrolijk triumviraat van catchy popsongs: zomerse gitaardeuntjes op gepaste wijze begeleid door de prominent aanwezige blazerssectie, met kluchtige teksten over uiterst herkenbare situaties, waarbij enige voorkennis van het Zuid-West-Vlaams altijd wel van pas komt. De plaat gaat gezwind van start met het frêle "Vuile Leegoar" (een als fleurig feestnummer verpakt Gèsman-weigert-mee-te-doen-aan-het-systeem nummer), en daarna "Wél, Wél, Wèl", meteen hét hoogtepunt van de plaat. Een vlot mee te fluiten gitaarriedeltje wordt hier ondersteund door enkele zwoele trompetklanken; de backing vocals van ene Charlotte stuwen het nummer vooruit. En bovenal: de tekst getuigt van een prettige, onbekommerde humor: "Wèl wèl wèl da ziet er goed uit/ Wèl wèl wèl komt er doar bloed uit". Uitstekend als soundtrack bij een zomerse autorit doorheen het platte Vlaamse land, zon op het hoofd, wind in de haren, en dan uit volle borst meezingen.

Het meer ingetogen "Duvels" vervolmaakt de openingshattrick, maar daarna valt het opgebouwde enthousiasme plotsklaps in duigen. "Psychologica" is na het consumeren van enkele pretsigaretten allicht een wereldnummer, maar wij hebben vooral de neiging om de skip-toets in te drukken. De pianoballad "t Was Olsan ’t Selde" begint dan weer veelbelovend, maar legt verder vooral Gèsmans beperkingen qua stemgeluid bloot, en als we het rotcliché "met een half idee maak je nog geen song" dan toch één keer van stal moeten halen, doen we het graag voor "Cowboys". Met het ironische "Mathieu III" (over een fils à papa zonder vrienden) wordt den droad echter weer opgepikt van waar de groep hem enkele liedjes geleden had laten liggen. Met "Laat Et Aan U Erte Komen" herhaalt de band nog eens hetzelfde kunstje als met "Wèl wèl wèl", maar met resultaat van een dergelijke schoonheid zijn wij de laatste om daarover te malen. Het nummer kabbelt rustig voort en de tekst is alweer van een hoog Gèsman-alooi: "Laat et an u erte komen/ En ge haalt geen 50 jaar."

Met het psychedelisch aandoende "In’t gris" en vooral "En Danny" wordt de plaat afgesloten zoals ze was begonnen: met enkele goed in het oor liggende, vlot meefluitbare liedjes over "De Doodgewone Dingen Des Levens", doorspekt met een serieuze portie zelfrelativering en humor, om de plaat niet te zwaarmoedig te maken.

Einduitslag: 7/11 — met de niemendalletjes "Radio Kaboel" en "Olve zot" even buiten beschouwing gelaten. "Fraai rapport, al zat er meer in.", zou de juf destijds gezegd hebben. Desalniettemin: fijne, zomerse plaat!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in