Stafrænn Hákon :: Ventill / Poki

De mensen die Björk, Sigur Rós en
múm het einde vinden, nodigen we
aan volgende week nóg een stap verder te gaan in hun zoektocht naar
muzikale schoonheid uit het hoge noorden. Van 2 tot en met 9
december vindt in Gent namelijk ‘Etoiles Polaires’ plaats, een
zogeheten Vooruit Geluid Festival dat zijn (noorder)licht wil laten
schijnen over artistiek talent uit de arctische gebieden. Je kan er
dan terecht voor (muziek)films uit de landen rond de Noordpool,
voor video- en geluidsinstallaties en tentoonstellingen van
beeldende kunstenaars. Toch ligt de nadruk op muziek: Inuit hiphop
(met Nuuk Posse uit Groenland), keelzangeressen uit de ijsvlakten
van Nunavik in Québec, dans en zang uit Alaska, Siberië en Lapland.
De schare IJslandse artiesten op het programma lijken er plots
“heel gewoontjes” bij, al is dat natuurlijk heel relatief. Niet
zelden is het niveau van de muziek uit deze regionen recht
evenredig met de geografische ligging…

Björk en Sigur Rós niet meegerekend (beide acts worden sinds ze bij
een major zitten, naar verluidt door sommige landgenoten een beetje
met een “scheef oog” bekeken) is de crème de la crème van de
IJslandse scene present. Wanneer u op woensdag 8 december niet weet
wat te doen, dan raden we u aan af te zakken naar de Vooruit voor
Eberg (de man die o.a. een met snaren bespannen kleerhangertje
bespeelt) en Stafrænn Hákon. Nadat Hákon (voor de burgerlijke stand
Olafur Josephsson) in 1999 de band Sullaveiki Bandormurinn verliet,
begon hij te experimenteren met gitaren en drumloops. Gaandeweg
ontwikkelde hij zijn eigen stijl, een soort ambient gitaarmuziek;
laagjes warme gitaarmelodieën die over elkaar werden geplakt en
gestut door een drummachine.
Na enkele huisgemaakte e.p.’s en langspelers (‘Skvettir Edik a Ref’
en ‘I ástandi Rjúpunnar’) die later werden opgepikt door enkele
grotere labels, is Hákon met ‘Ventill / Poki’ aan zijn derde
langspeler toe. Dit is slechts een fractie van ’s mans productie,
want met de regelmaat van de klok stuurt hij nieuwe releases de
wereld in (soms met een oplage van slechts 50 exemplaren). Het is
dan ook haast onbegonnen werk het integrale oeuvre van de naar
Groot-Brittannië uitgeweken Ijslander in een overzicht te
gieten.
Qua intensiteit en subtiliteit combineert hij het beste van múm en
Sigur Rós (zonder zijn landgenoten evenwel te plagiëren of te
kopiëren). Het ene moment klinkt zijn muziek heel erg fragiel, dan
weer laat hij het geluid zo aanzwellen dat hij uitkomt bij de
epische walls of sound van Sigur Rós. De vergelijking met
In A Safe Place van The Album
Leaf, de plaat van James LaValle die eerder dit jaar verscheen en
waarop múm- en Sigur Rós-leden meededen, ligt dan ook voor de hand.
De schoonheidsfoutjes waarop Onze Man In A Safe Place betrapte, zijn er hier
evenwel niet bij. Niet alleen wordt er nergens gezongen op deze
plaat, de tien tracks hebben meer body dan die van The Album
Leaf. Hákon is er wel in geslaagd zijn gastmuzikanten mooi aan de
leiband te houden en alleen datgene te spelen wat de nummers ten
goede komt.
Een prominente rol is uiteraard weggelegd voor Hákons subtiele
gitaarspel en voor wat spaarzame drummachine-geluidjes, maar de
aanwezigheid van live drums maakt dat de muziek iets ruimtelijker
en concreter klinkt dan die van LaValle. Alsof Mogwai plots zou
zijn overgeschakeld op zachte wiegeliedjes. Wat dit alles live
geeft, zal volgende week blijken in Gent. Maar als u weet dat Hákon
in het verleden al het publiek van zowel postrockbands (Godspeed
You! Black Emperor) als elektronica-acts wist te bekoren (Ampop),
moét u wel hoopvol gestemd zijn!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in