Hearts of Darkness :: A Filmmaker’s Apocalypse





Terry Gilliam zei ooit: ‘Ik heb gemerkt dat voor mij het
productieproces van een film na een tijdje de inhoud van de film
zelf gaat volgen. Het probleem is alleen dat ik regelmatig films
maak over waanzin.’ De filmgeschiedenis is bezaaid met hallucinante
verhalen over rampzalige producties – Joseph L. Mankiewicz’
‘Cleopatra’, een prent die zó ver over budget ging dat studio 20th
Century Fox zo goed als failliet was tegen de tijd dat hij klaar
was. Werner Herzogs ‘Fitzcarraldo’, waarvoor een volschalige boot
over een berg gehoffen moest worden. James Camerons ‘The Abyss’ en
‘Titanic’, waarin twee keer het
water roet in het eten kwam strooien. En natuurlijk Coppola’s
‘Apocalypse Now’, net zoals Terry
Gilliam het zegt, een film over waanzin waarvan het maken zelf de
vorm van een afdaling in de hel van volslagen krankzinnigheid ging
aannemen. Toen de regisseur in 1979 de Gouden Palm in Cannes in
ontvangst nam voor zijn Viëtnamepos, zei hij: ‘Mijn film gaat niet
over Viëtnam. Mijn film is Viëtnam. We zaten daar in de jungle met
teveel mensen, teveel apparatuur, teveel geld. En langzaam maar
zeker werden we gek.’ Wat ‘Apocalypse
Now’
zo bijzonder maakte, waren niet zozeer de problemen
waardoor de film geplaagd werd – dat soort van griezelverhalen zijn
er meer dan genoeg te vinden – maar wel dat de resulterende film
uiteindelijk tóch een algemeen bewonderd meesterwerk werd. En dat
er in dit geval steeds camera’s aanwezig waren op de set om de
catastrofes vast te leggen terwijl ze gebeurden.

In 1976 trok Coppola, samen met zijn vrouw en kinderen, naar de
Fillipijnen om te beginnen aan wat een snel, goedkoop geproduceerd
filmpje moest worden. ‘Apocalypse
Now’
was een moderne herwerking van Joseph Conrads ‘Heart of
Darkness’, over een marinier die samen met enkele soldaten een
lange rivier in Viëtnam en Cambodja afvaart om een gek geworden
kolonel op te sporen en te doden. Oorspronkelijk was het de
bedoeling dat George Lucas de prent zou regisseren voor Coppola’s
onafhankelijke filmmaatschappij American Zoetrope, maar die was
eerst bezig met ‘American Graffiti’ en vervolgens ‘Star Wars’, dus
besloot Coppola maar om “zelf snel even ‘Apocalypse’ in elkaar te
steken”. Dat “snel even” bleek achteraf nogal tegen te
vallen.

Voor een gedeelte was het Coppola’s eigen schuld: hij vertrok naar
de Fillipijnen met een script van John Milius dat verre van
volledig was en na het succes van de eerste twee ‘Godfathers’, was
zijn ego zodanig opgezwollen dat hij van niemand nog tegenspraak
wenste te horen. In een tropisch klimaat een logistiek complexe
film gaan opnemen terwijl zelfs je scenario nog niet af is, is om
problemen vragen. En problemen kwamen er ook, als was het een straf
van God: na slechts enkele dagen filmen, werd de beslissing gemaakt
om hoofdrolspeler Harvey Keitel te vervangen – Martin Sheen werd in
zijn plaats overgebracht. De helikopters die nodig waren voor de
spectaculaire Wagner-scène met Robert Duvall, werden keer op keer
teruggevraagd door de overheid om enkele kilometers verderop een
oorlog mee uit te vechten. Tyfoons vernielden heelder sets. Martin
Sheen kreeg een hartaanval. Marlon Brando liet de hele filmploeg
weken lang in twijfel leven of hij wel zou komen opdagen of niet om
kolonel Kurtz te spelen en toen hij eindelijk op de set verscheen,
had hij zich niet eens voorbereid voor z’n rol. De wet van Murphy
werkte overuren om de filmmakers het leven zuur te maken: de kosten
stegen zienderogen en het schema liep op tot meer dan 200
draaidagen.

Op die manier werd ‘Apocalypse Now’
een persoonlijke veldslag voor de regisseur, die na een tijdje aan
zware depressies begon te lijden. Zijn vrouw, Eleanor, was steeds
in de buurt met een 16-millimeter camera en soms zelfs met
verborgen geluidsapparatuur om haar conversaties met haar
echtgenoot op te nemen: we horen Coppola wanhopig tegen zijn vrouw
schreeuwen: ‘Uit de grond van m’n hart: dit wordt een slechte film.
Ik heb geen idee meer waar ik mee bezig ben, ik denk eraan om
mezelf voor m’n kop te schieten.’ Dat er uit die chaos ooit nog een
film is kunnen ontstaan, laat staan zo’n goeie, is een
mirakel.

‘Hearts of Darkness’ dateert uit een tijd vóór de dvd-release van
films dicteerde dat er op elke filmset wel drie of vier
verschillende ploegen met een camera staan te zwaaien – het
productieproces werd destijds niet routineus vastgelegd zoals dat
nu het geval is en de intieme toegang die we krijgen tot Coppola en
de mensen om hem heen, was dan ook zeer uitzonderlijk. Vooral omdat
niemand hier een blad voor de mond neemt. Coppola zelf, de acteurs
en de andere crewleden proberen nergens de vreselijke ervaringen
die ze hebben gehad te verdoezelen. We horen hoe de regisseur na de
hartaanval van Martin Sheen naar Amerika belt en koudweg liegt
tegen z’n producers: ‘Zelfs als Marty dood neervalt, wil ik jullie
horen zeggen dat alles in orde is tot ík zeg dat dat niet het geval
is.’ Later in de film krijgen we een ongebruikte take te zien van
Marlon Brando’s monoloog – hij loopt doodleuk de set af en zegt:
‘Ik denk niet dat ik vandaag nog kan improviseren.’ En wanneer dàt
allemaal niet aan de gang is, krijgen we eindeloze beelden van
Coppola aan een typemachine, hopeloos pogend om een samenhangende
visie in het onbestaande scenario te verwerken. ‘Ik ga deze film
‘The Idiodyssee’ noemen,’ zegt hij.

Ik heb ooit een twee uur durende documentaire gezien over het maken
van ‘Cleopatra’, een nog grotere ramp dan deze – logisch genoeg
werd heel die film opgetrokken uit retrospectieve interviews en een
aantal archiefbeelden. Hoewel dat een boeiende, goed gemaakte film
was, kan hij toch niet tippen aan wat we hier te zien krijgen,
simpelweg omdat de beelden in ‘Hearts of Darkness’ op het moment
zelf gemaakt werden. We zien een filmmaker worstelen met z’n eigen
prent – met de intellectuele en emotionele implicaties van het
verhaal, met de eenvoudige fysieke omstandigheden van het
filmmaken, met zichzelf. En hij heeft er geen idee van of hij ooit
wel een afgewerkte film zal hebben – de commentaar die hij geeft,
wordt niet achteraf gegeven in de wetenschap dat het uiteindelijk
allemaal nog in orde kwam. Coppola spreekt hier vanuit de wanhoop
van een kunstenaar die z’n hele leven – z’n fortuin, z’n gezin, z’n
artistieke geloofwaardigheid – verloren ziet gaan in een rivier
ergens in de Fillipijnen.

‘Ik denk soms wel eens hoe de eerste mensen op aarde gereageerd
moeten hebben toen het plots winter werd en alles stierf af. Die
moeten gedacht hebben dat dat het einde van de wereld was, maar
toen werd het lente, en alles werd beter,’ zegt Coppola in een
interview. Op een zekere manier is het voor hem na ‘Apocalypse’
nooit meer helemaal lente geworden – zijn latere films waren nooit
meer zo krachtig als ‘The Godfather’
of ‘Apocalypse’ zelf. De regisseur heeft permanent iets van
zichzelf verloren in die jungle, dat hij daarna nooit meer helemaal
heeft teruggevonden. ‘Hearts of Darkness’ toont ons wat en hoe. Het
is een diep fascinerende prent, die elke filmstudent zou moeten
zien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in