Z

“Enige gelijkenis met bestaande personen of incidenten is niet
toevallig. Dat was de bedoeling,” meldt een titel aan het begin van
‘Z’ ons. Costa-Gavras, de extreem politiek bevlogen regisseur die
ons later nog werkjes als ‘Missing’, ‘Betrayed’ en ‘Music Box’ zou
geven, was al vanaf het begin van z’n carrière niet bang om
duidelijk te tonen waar hij voor stond. Toen Oliver Stone nog geen
camera van dichtbij had gezien, maakte hij al razend spannende
politieke thrillers, waarin een links-liberale boodschap gekoppeld
werd aan suspensevolle plots. Het is dan ook jammer dat zowel deze
film als de ware feiten waar Costa-Gavras zo passioneel mee bezig
was, grotendeels vergeten zijn.

Het verhaal van ‘Z’ wordt nooit expliciet gelokaliseerd, maar het
mag duidelijk zijn dat het hier gaat over Griekenland onder het
kolonelsregime. Na de tweede wereldoorlog barstte er een
burgeroorlog los tussen de verschillende linkse en/of
communistische verzetsbewegingen die tegen de Duisters hadden
gevochten, en de regering van Papandreou. Die burgeroorlog eindigde
in 1949 met een overwinning voor de overheid, die werd gesteund
door de VS – een land dat tenslotte altijd klaarstond om te helpen
het communisme te overwinnen. Extreem-rechts ging steeds meer een
rol spelen in het bestuur, wat uiteindelijk leidde tot de moord op
linkse politicus Griorios Lambrakis in 1963 en een staatsgreep door
Georg Papadopoulos, een vroegere nazi-collaborateur, in 1967. Met
die staatsgreep was het kolonelsregime begonnen, dat zou duren tot
in 1973.

‘Z’ dateert van middenin die periode, 1969, en is overduidelijk
gebaseerd op de moord op Lambrakis. In de film zien we een
pacifistische senator (Yves Montand), die tijdens een meeting met
zijn sympathisanten openlijk het door de VS gesteunde militaire
beleid in vraag trekt. De meeting is sowieso al niet zonder slag of
stoot verlopen: op het laatste moment moest er een nieuwe zaal
gezocht worden, buiten hebben de pacifisten af te rekenen met
extreem-rechtste onruststokers en de politie, die hun democratisch
recht op samenkomst moet verzekeren, staat er maar wat bij zonder
echt iets te doen. Wanneer Montand na zijn speech het gebouw
verlaat, wordt hij door een man op een voorbijrijdende oplaadwagen
neergeslagen met een knuppel. Hij loopt hersenbeschadiging op en na
enkele vruchteloze pogingen om de schade te beperken, overlijdt
hij.

Nog geen 24 uur na het incident heeft de overheid z’n officiële
versie van de feiten al klaar: de chauffeur van de wagen was
dronken, heeft de senator aangereden en de rest was een ongelukkige
wending van het lot. We zien de militaire leiders haastig
samenkomen om hun verhaal samen te stellen en alle eventuele
plooien erin glad te strijken. Niemand zegt met zoveel woorden dat
ze wel degelijk weten dat het om een moord ging, alles gebeurt in
bedekte termen: ‘Duidelijk een ongeluk. Dat lijdt geen twijfel.’
Natuurlijk niet. Waar de hoge heren echter geen rekening mee
houden, is net die éne eerlijke magistraat die het incident moet
onderzoeken (Jean-Louis Trintignant) – tegen alle verwachtingen in,
blijkt hij écht van zin om de waarheid over de dood van de senator
te achterhalen, zelfs als dat betekent dat er belangrijke koppen
zullen rollen.

Tegenwoordig is het vrijwel onmogelijk om naar ‘Z’ te kijken en
niét te denken aan de cinema van Oliver Stone. Net als in zijn
films, krijgen we ook hier een intrigerende complottheorie over de
pogingen van extreem-rechts om alle linkse oppositie het zwijgen op
te leggen – een theorie die gezien de politieke context waarin de
film gemaakt werd, niet eens zo onwaarschijnlijk lijkt.
Costa-Gavras heeft hier duidelijk een ei te leggen, je voélt in
elke seconde van de film de kracht van z’n politieke overtuigingen
en z’n verontwaardiging over de manier waarop z’n land bestuurd
wordt. Dit is een film die werd gemaakt uit oprechte overtuiging,
zonder ook maar een moment stil te staan bij de mogelijke gevolgen.
Dat soort films zie ik graag – ze bevatten een soort van
roekeloosheid, een vrolijke nonchalance tegenover de mogelijke
risico’s. En wanneer je als Griek een film maakt die je eigen
dictatoriale regering ronduit van politieke moord beschuldigt, dan
loop je nu eenmaal bepaalde risico’s.

Maar meer nog dan een politieke donderpreek, is dit ook gewoon een
erg sterke thriller. Costa-Gavras schrijft hier, samen met Jorgé
Semprun, een scenario dat werkelijk geen enkele scène teveel bevat.
Strikt genomen komen we maar weinig te weten over de persoonlijke
gevoelens van de personages, ze zijn enkel interessant voor zover
ze bijdragen aan de plot. In andere films zou dat ongetwijfeld een
nadeel betekenen, maar de structuur van ‘Z’ is zo al complex genoeg
om ons twee uur lang bezig te houden. Costa-Gavras en Semprun
gooien dat soort van subtiliteiten bewust overboord, om recht op
hun doel af te gaan: géén intieme, persoonlijke momenten waarin we
de emoties van de personages ontdekken, geen lange monologen waarin
we hun achtergrond te weten komen. Alleen het centrale mysterie –
het hoe en waarom van de moord – is belangrijk. Je zou dat
oppervlakkigheid kunnen noemen, maar de manier waarop dat mysterie
wordt ontrafeld, is al ingewikkeld genoeg – die extra baggage
hebben we echt niet nodig. Bovendien geeft deze rechtlijnigheid de
film ook een manische energie mee. Elke scène is belangrijk, er
gebeurt nooit iets van minder belang. Op die manier raast ‘Z’ als
een wervelwind over het scherm, het tempo vertraagt geen
seconde.

De complexe structuur van de plot wordt voornamelijk gedicteerd
door een monteerstijl die ook later weer zou worden overgenomen
door Oliver Stone voor zijn politieke thrillers – Stone noemde het
‘vertical cutting’: tijdens een scène worden er korte
beelden ingelast die illustreren wat één van de personages zegt of
denkt. Zo krijgen we bijvoorbeeld de vrouw van de vermoorde senator
die in een lift onderweg is naar de verdieping waar haar man ligt.
Terwijl de medewerkers van de senator haar moed proberen in te
spreken, gaan haar gedachten terug naar bepaalde momenten die ze
samen met haar man beleefde, en die krijgen we dan ook te zien, in
flash-backs die nauwelijks enkele seconden duren. Later in de film
krijgen we van verschillende getuigen te horen hoe de aanslag zelf
er precies aan toeging. Afhankelijk van de politieke sympathieën
van de spreker, verandert hun versie van de feiten: er zat niemand
op de laadklap, er was wél iemand aanwezig, het was een ongeluk,
het was een aanslag. Met als gevolg dat we de aanslag, drie, vier
keer in licht uit elkaar lopende versies te zien krijgen.
Costa-Gavras monteert hier niet enkel chronologisch, om
verschillende feiten binnen zijn verhaal op een rijtje te zetten,
maar ook in de diepte, om verschillende versies van de feiten te
presenteren. Net zoals Stone dat later zou doen met ‘JFK’. Die montagestijl is gedeeltelijk
beïnvloed door de nouvelle vague, de Franse avant garde cinema die
berucht gebruik maakte van jump cuts, maar wordt hier op een
veel hoger niveau gehoffen, al was het alleen maar al omdat de
stijl ditmaal niét zomaar op zichzelf staat als filmisch trucje,
maar aangewend wordt om extra diepte te geven aan het
verhaal.

‘Z’ was inhoudelijk gewaagd voor z’n tijd, en nu nog steeds is het
makkelijk om omver geblazen te worden door de koortsachtige energie
van de film en de intrigerende structuur ervan. Een meesterwerk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in