Shark Tale




Vandaag in de bioscoop, morgen bij uw visboer: ‘Shark Tale’, een
weinig geïnspireerde animatieklucht van Disney-rivaal Dreamworks,
de studio die eerder al verantwoordelijk was voor het veel
inventievere ‘Shrek’. Nog geen jaar
nadat ‘Finding Nemo’ ervoor zorgde
dat uw jankend kroost u dag en nacht aan het hoofd zeurde voor een
aquarium met een stel clownvisjes, probeert de concurrentie het met
haaien. Toeval? Zegt u het maar. Het feit blijft dat ‘Shark Tale’
in vergelijking met Pixars prent van verleden jaar maar een mager
beestje is – de personages maken ongelooflijk veel lawaai, er
flitsen ongelooflijk veel kleuren over het scherm tegen zo’n
ongelooflijke snelheid dat een acute aanval van magraine niet
uitgesloten is… En toch blijft het allemaal zo ongelooflijk
zielloos.

Oscar (stem van Will Smith), is een onbetekend visje dat werkt in
de walvissen-carwash van Sykes (stem van niemand minder dan Martin
Scorsese, die voor de gelegenheid bedacht werd met een vis met een
stel opzienbarend borstelige wenkbrauwen). Maar Oscar droomt van
een beter leven – roem, rijkdom en al die andere dingen die hij op
reclameborden ziet. De onderzeese stad waar hij woont, wordt
regelmatig opgeschrikt door de haaienaanvallen van Don Lino (Robert
De Niro) en zijn maffiabende, die hun hoofdkwartier hebben in het
wrak van de Titanic (er hangt een mooie tekening van een dame met
een hartvormige diamanten ketting aan haar hals tegen de muur).
Wanneer één van de zonen van Don Lino zichzelf te pletter zwemt
tegen een anker, wordt Oscar door omstandigheden aangetroffen
bovenop diens levensloze lichaam – het kleine visje wordt opeens
een grote held, de Shark Slayer die ervoor zal zorgen dat niemand
ooit nog de stad onveilig zal komen maken. Ondertussen krijgen we
ook nog eens Lenny (Jack Black), de timide tweede zoon van Don
Lino, die leeft als vegetariër en gewoon wil wegvluchten van z’n
wrede familie. Hij zoekt hulp bij de enige die hij denkt te kunnen
vertrouwen – Oscar.

Het is de laatste jaren een gegeven geworden dat alle animatiefilms
a) een hele resem grote sterren achter de microfoons nodig hebben;
en b) constant dienen te verwijzen naar meer of minder recente
films, opdat de volwassenen ook iets zouden hebben om mee te
lachen. In sé is daar niets mis mee – in het geval van deze film,
krijgen we personages die zelfs fysieke gelijkenissen vertonen met
de acteurs die hen spelen. De wenkbrauwen van Scorsese, natuurlijk,
maar ook de gelaatstrekken en outfit van Will Smith. Het
pruilgezichtje van Rénee Zellweger, die het liefje van Oscar
speelt. De explosieve lippen van Angelina Jolie, die fungeert als
femme fatale van dienst. De moedervlek op de wang van Robert De
Niro. Ook krijgen we voortdurend referenties naar films als
‘The Godfather’, ‘GoodFellas’ (I’m funny how?),
‘Scarface’ (Say hello to my
little friends!)
, ‘The Sopranos’ en zelfs eerder werk van de
betrokken acteurs, inclusief ‘Ali’
en ‘Jerry Maguire’. En waarom niet? Als je die verwijzingen
enigszins subtiel in je verhaal kunt verwerken, kunnen ze een
meerwaarde bieden voor de volwassenen, en de kinderen hebben er
geen last van. Maar daar wringt het schoentje bij ‘Shark Tale’:
neem de referenties naar de acteurs en de o zo slimme knipoogjes
naar zowat elke gangsterfilm sinds 1940 uit de prent weg, en wat
hou je nog over?

Voor u zegt dat die vraag niet aan de orde is, omdat je die
verwijzingen nu eenmaal wél hebt, stel uzelf eens even de vraag:
welk kind dat tot het doelpubliek van ‘Shark Tale’ behoort, zal die
gangsterfilms gezien hebben? Of zal weten hoe De Niro of Angelina
Jolie eruit zien? (Zeker als u uw kroost meeneemt naar de
Nederlandstalige versie, komt heel dat aspect van de film
automatisch te vervallen.) Wel dan. Wat blijft er nog over?

We hebben een plot die het risico loopt om maar weinig kinderen aan
te spreken – in ‘Finding Nemo’
kregen we een vader die naar z’n zoon zoekt. In ‘Shrek’ een klassieke zoektocht van een
(weliswaar onzettend lelijke) ridder naar z’n prinses. Dat zijn
verhalen die ofwel inhaken op de leefwereld van kinderen, ofwel
door een eeuwenlange verteltraditie zodanig vertrouwd zijn
geworden, dat elk kind er wel iets in kon vinden om zich aan vast
te klampen. In het geval van ‘Shark Tale’ krijgen we gangsters,
schulden en afpersing. Ik wil onze jeugd niet onderschatten, maar
verlangen we niet een beetje teveel van hen als we hen vragen om
zich hiermee te identificeren?

‘Shark Tale’ is één en al energie, zonder dat die ergens naartoe
gericht is. Will Smith is met voorsprong de ergerlijkste vis die
ooit in ’n animatiefilm is opgedoken – hij schrééuwt z’n rol in,
hij is één brok hyperactiviteit, maar al z’n hysterische capriolen
kunnen niet verhinderen dat het nergens over gaat. Neem
bijvoorbeeld een scène waarin Oscar een gevecht met Lenny
ensceneert, om aan de andere vissen de indruk te geven dat hij wel
degelijk een stoere haaienslachter is. Eens het nepgevecht
afgelopen is, krijgen we een stukje van zeker een volle minuut lang
waarin Will Smith one-liners naar het juichende publiek mag smijten
(Are you not entertained? You can’t handle the truth! …)
Leuk? Mja, een beetje. Maar vooral erg druk zonder dat het enige
functie heeft. Die scène (en zo zijn er veel), staat enkel op
zichzelf om Smith de kans te geven uit de bol te gaan, én om de
film te rekken tot een volwaardige lengte. Maar gààt nergens
over.

Ook visueel kan ‘Shark Tale’ nergens tippen aan ‘Finding Nemo’, z’n meest voor de hand
liggende voorganger. In ‘Nemo’ kreeg je een prachtige indruk van
een onderzeese wereld – hier heeft letterlijk élke vis wel een
andere kleur en die kleuren vloeken meestal dan nog met elkaar dat
het een aard heeft. Het wereldje dat we hier krijgen, ziet er
vooral kitscherig uit. We bevinden ons hier blijkbaar in het Las
Vegas van de Atlantische Oceaan. Bovendien wisten de makers van
‘Nemo’ steeds een indruk te geven van het water waar de personages
zich doorheen bewogen. We waren ons altijd bewust van het volume
van dat water, van de druk die het uitoefende. Hier lijken de
personages simpelweg door een groen-blauwige lucht te zweven –
enkel de occasionele luchtbubbels herinneren aan het water dat hen
omringt.

Natuurlijk krijgen we hier en daar wel een geslaagde grap, maar
‘Shark Tale’ is een film die zo krampachtig hip en cool probeert te
zijn, dat hij gaandeweg z’n doelpubliek helemaal uit het oog
verliest. Dit een leuke film? Foggetaboutit!

http://www.sharktale.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in