L.A. Confidential




Regisseur Curtis Hanson stond voor 1997 enkel bekend als een
wannabe Hitchcock, die weinig opmerkelijke thrillertjes zoals ‘The
Hand That Rocks The Cradle’ en ‘The River Wild’ in elkaar had
geflanst. Schrijver Brian Helgeland, op zijn beurt, stond het best
bekend als auteur van het scenario voor het Sylvester
Stallone-vehikel ‘Assassins’. Er was geen enkele reden waarom deze
twee commerciële hacks een succesvolle verfilming van James
Ellroy’s ‘L.A. Confidential’ zouden kunnen maken – niets in hun
vorig werk deed het nodige talent vermoeden om van dat lange,
ingewikkelde, ontoegankelijke werk een goeie film te maken. Maar
soms slaat de bliksem wel eens in op onverwachte plaatsen. ‘L.A.
Confidential’ werd een instant-klassieker, een neo-film noir die er
op een knappe manier in slaagde om de ondoordringbare plot van
Ellroy’s boek te vereenvoudigen tot iets dat gebruikt kon worden in
een film van twee uur, zonder daarom verraad te plegen aan het
bronmateriaal.

‘L.A. Confidential’ is in de eerste plaats een illustratie van de
tijd toen Los Angeles z’n onschuld begon te verliezen – in de
vroege jaren vijftig leek iedereen in die stad zich plots bewust te
worden van de mythische aantrekkingskracht die de stad uitoefende
op de rest van de wereld. Danny DeVito somt het allemaal prachtig
op in z’n openingsmonoloog: ‘Kom naar Los Angeles, waar de mensen
mooi zijn, waar je op elke straathoek een filmster ontmoet, waar
land en huizen goedkoop zijn en de politie wonderen verricht om
haar burgers veilig te houden.’ Via films en die nieuwe uitvinding,
de televisie, was dàt het beeld dat mensen hadden op L.A, en
uiteraard wilde men niets doen om dat beeld te verstoren. Ellroy,
en in de film natuurlijk Curtis, gaan achter die facade kijken en
ontdekken daar de corruptie en smerige zaakjes waarop zo’n stad
écht draait – we kijken naar de verzamelde cast van ‘L.A.
Confidential’ en we zien hoe een incident als Rodney King mogelijk
werd.

De plot is opgebouwd rond drie personages, die elk één aspect van
de wetshandhaving in Los Angeles vertegenwoordigen: Kevin Spacey is
Jack Vincennes, een uitbundige showman die als technisch adviseur
werkt voor de tv-serie ‘Badge of Honor’ (een nauwelijks verhulde
verwijzing naar ‘Dragnet’) – hij leeft voor de spotlight, en werkt
schijnbaar alleen maar voor de politie omdat in die tijd flikken
nog steeds een glamoureus beroep leken te hebben. Mensen keken naar
hen op, respecteerden hen. Russell Crowe speelde z’n doorbraakrol
als Bud White, een eenvoudige, hardhandige straatflik die net zo
makkelijk aan de andere kant van de wet terecht had kunnen komen –
hij is een man van simpele methodes, die bekentenissen uit
verdachten klopt en een persoonlijke kruistocht voert tegen mannen
die vrouwen slaan. De derde man is Ed Exley, gespeeld door Crowe’s
collega-aussie Guy Pearce – een jonge, terminaal ambitieuze
rechercheur die alles volgens het boekje wil doen, maar ondertussen
niet zoveel last heeft van z’n geweten dat hij z’n maten niet zou
verraden om hogerop te komen.

Rond die drie mannen wordt een verhaal geweven waarin een brutale
moordoverval, hoertjes die lijken op filmsterren, mishandeling van
gevangenen door de politie, de diefstal van een grote hoeveelheid
cocaïne en een gearresteerde gangster genaamd Mickey Cohen allemaal
een rol spelen. Het is opmerkelijk hoe Hanson en Helgeland erin
slagen om al die verschillende elementen aan het einde samen te
trekken in één samenhangende plot, maar het lukt ze: alles klikt
netjes in elkaar, en indien er ongeloofwaardigheden of simpelweg
gaten in het scenario zitten, heb ik die niet opgemerkt. ‘L.A.
Confidential’ is een film die met een zeer groot zelfvertrouwen in
elkaar is gestoken – de regisseur en scenarist wéten waar ze
naartoe gaan, ook al weet het publiek dat niet, en zelfs wanneer de
machinaties van de plot volstrekt obscuur zijn voor wie de film
voor de eerste keer ziet, blijf je het gevoel behouden dat alles
uiteindelijk wel duidelijk zal worden. Dat is één van de grote
krachten van ‘L.A. Confidential’ – het is een complexe film met
veel personages, waar zich geen enkele held tussen bevindt. De cast
is zelfs een prachtige collectie anti-helden, allemaal immoreel en
corrupt op hun eigen manier. En tóch weten de makers ons op het
einde probleemloos op het juiste spoor te zetten zodat we perfect
begrijpen hoe het in elkaar zit, en tóch gaan we sympathie voelen
voor de personages.

Hanson doet dat in de eerste plaats via de dialogen – elke zichzelf
respecterende hommage aan de film noir heeft een paar goed bekkende
oneliners nodig, en ‘L.A. Confidential’ stelt niet teleur. Mijn
persoonlijke favoriet: Danny DeVito als schrijver voor een
schandaalblad: ‘He’s on a night train to the big adios.’
Waarom worden dat soort van dialogen niet vaker geschreven?

De film is een moderne herwerking van de films noir uit de jaren
veertig en vijftig, maar Hanson heeft er bewust voor gekozen om de
roots van ‘L.A. Confidential’ voornamelijk via de inhoud tot uiting
te brengen. De typische contrastrijke belichting en het regelmatig
gebruik van expressieve close-ups die zo kenmerkend waren voor de
misdaadfilms uit die tijd, worden ditmaal achterwege gelaten.
Visueel maakt Hanson hier een film van z’n eigen periode, waarin
het licht steeds een natuurlijke bron heeft (we weten en begrijpen
waar het vandaan komt) en er gebruik wordt gemaakt van steadicam en
andere technische hulpmiddeltjes die destijds nog niet voorhanden
waren. Het is de structuur van de plot, de dialogen en de corrupte
personages waardoor ‘L.A. Confidential’ een moderne film noir wordt
– niet de visuele stijl. En voor die aanpak valt veel te zeggen –
maar al te veel middelmatige misdaadfilms zoeken hun toevlucht in
zware schaduwen en vreemde belichting om te verhullen dat ze
eigenlijk niet zoveel te vertellen hebben. Dit exemplaar
daarentegen heeft die uiterlijke showstukjes niet nodig – het
scenario is zo ook al sterk genoeg.

Met een zeer dominant gevoel van intelligentie schetst ‘L.A.
Confidential’ een beeld van de tijd toen populaire media (tv,
schandaalbladen) voor het eerst grote macht begonnen uit te oefenen
op het publieke leven. Het werd plots belangrijk voor
politieagenten om er goed uit te zien wanneer hun foto werd
genomen. Een misdaad moest niet alleen worden opgelost, het moest
ook snel en spectaculair gebeuren, want de mensen zouden er alles
over lezen in de krant en ze zouden een verslag zien op tv. De film
gaat in grote mate over die overgang naar een wereld waarin alles
show is en moet zijn – zelfs wetshandhaving. Dat een show per
definitie fake is en geen echte waarde heeft, was een nevenwerking
waar schijnbaar niemand op voorhand bij had stilgestaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in