Summertime :: Abstractie, kunst uit de Andes als inspiratie voor avant-garde kunstenaars

Het zomert in het Paleis voor Schone Kunsten (PSK) en dat zul je geweten hebben. Summertime, een programma rond abstracte kunst, bundelt drie exposities en een rits films en concerten. Elders kunt u lezen over de expositie rond de Waalse Marthe Wéry. Hier nemen wij u verder mee in de wereld van de abstracte kunst.

Het doel van dit luik van Summertime is erg eenvoudig: aantonen dat de abstracte kunst geen westers gegeven is. Anders dan de vorig jaar gehouden tentoonstelling, Borderline, vergaloppeert deze zomerexpo zich niet met gratuite vergelijkingen tussen abstracte westerse en abstracte niet-westerse kunst. De tentoonstelling herbergt een beknopt overzicht van abstracte kunst, zowel van de westerse kunstenaars, als van niet-westerse schilders, beeldhouwers, architecten… U merkt het, op Abstractie is er geen onderscheid gemaakt inzake de materialen en media van de diverse kunstenaars. Een bont allegaartje van textiele kunsten, schilderijen, beeldhouwwerken, foto’s en grafiek komt aan bod in de zalen van het PSK te Brussel. Duidelijk onderbouwde vergelijkingen tonen aan dat verschillende toonaangevende westerse kunstenaars tijdens hun leven inspiratie zochten in de kunst van de Indianen in de Andes. Denk maar aan twintigste eeuwse avant-gardekunstenaars zoals Paul Klee, Joseph Albers, Adolph Gottlieb en Barnett Newman.

Samensteller van de tentoonstelling is de Argentijnse kunstenaar en auteur César Paternosto (º1931). Hij zet de algemeen aanvaarde idee dat abstracte kunst een typische uiting is van de westerse cultuur, op de helling. De strakke geometrie en de felle kleuren van de Indiaanse textielen en de huizen in de Andes zijn als het ware een raster dat voorafgaat aan het westerse modernisme. De confrontatie tussen enerzijds de kunst van de oude Amerikaanse culturen en anderzijds de abstracte kunst verschijnt niet langer als een radicale breuk tussen beide kunstvormen, maar eerder als een continuïteit.

Verschillende kunstenaars zochten en vonden, onafhankelijk van elkaar, inspiratie in de kunst uit de Andes. Neem nu bijvoorbeeld Joseph Albers, overbekend dankzij zijn reeks Hommage to the Square. In de jaren veertig gebruikte hij vaak tectonische motieven. Die figuren ontleende hij aan de huizenarchitectuur van de Pueblo-Indianen. Voor een schilderij op de tentoonstelling maakte hij bijvoorbeeld gebruik van een afbeelding in vogelvlucht van een afgeknotte piramide. Dat gegeven reduceerde hij tot een tweedimensionele vorm en zo bekwam hij een emblematisch motief dat vaak gebruikt werd in de antieke Mexicaanse architectuur.

De bekendste kunstenaar op de tentoonstelling is ongetwijfeld Paul Klee. De Duitse expressionist en mede-oprichter van de kunstenaarsgroep Der blaue Reiter, bezocht geregeld musea voor volkenkunde. Het schilderij dat aanwezig is op de tentoonstelling, verwijst duidelijk naar een Pachacamac-textielfragment dat Klee zeker gezien heeft in een museum. Toen Paul Klee een aantal jaren later in het Bauhaus textiel onderwees, werd zijn fascinatie voor de oude Amerikaanse culturen en kunst duidelijk: hij gebruikte ook antieke Andeaanse weefsels als lesmateriaal. Tijdens die periode onderwees hij er overigens onder andere aan Anni Albers, de latere echtgenote van Joseph Albers. Ook van deze kunstenares zijn er werken te bewonderen op de tentoonstelling.

Paternosto kon het niet nalaten om eigen schilderijen tentoon te stellen. Archaïserende, geometrische vormen modelleert hij in de dikke impasto op het doek. Door die manier van werken krijg je een werk waar je de verfklodders duidelijk ziet liggen. Voor dergelijke schilderijen haalde hij zijn inspiratie bij de precolumbiaanse keramiek.

Ook in de architectuur kun je invloeden dedecteren uit de Andesarchitectuur. Tony Smith, een leerling van de Amerikaan Frank Lloyd Wright, maakt in zijn modulaire architectuur gebruik van de simpele, eenvoudige rechthoekige vormen die we terugvinden in de huizen van de Indianen en in de Mayatempels. Ook zijn leermeester Wright kende een periode waarin hij zich liet inspireren door de architectuur in de Andes.

Er zijn, naast de bovengenoemde bekende kunstenaars, ook heel wat minder bekende kunstenaars te ontdekken in het PSK. Zo kun je bijvoorbeeld sculpturen van Eduardo Ramirez Villamizar bestuderen. Zijn werk kreeg een andere wending nadat hij in contact gekomen was met de kunst van de Machu Picchu-Indianen. Librero Bodii daarentegen wilde oude kunst leren ontdekken en trok naar de Andes. Voor hem bleek die reis erg betekenisvol te zijn, de impact kun je ontdekken op zijn tentoongesteld oeuvre. Ook Gonzalo Fonseca trok naar de Andes, alwaar het architecturale karakter van de sculptuur van de Indianen hem ingrijpend beïnvloedde. Ook zijn beeldhouwwerken vertonen architecturale eigenschappen.

Abstractie creëert een ander, niet-traditioneel kader om de Westerse kunst eens van naderbij te bekijken. Door de theoretische onderbouw die Paternosto op de tentoonstelling en vooral in de catalogus geeft, biedt de tentoonstelling een andere, verrijkende kijk op diverse avant-gardekunstenaars uit de vorige eeuw.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in