Lost In La Mancha




Je weet dat je naar mensen met problemen aan het kijken bent
wanneer je iemand met een uitgestreken gezicht en zonder enig spoor
van ironie de vraag hoort stellen: “Wanneer kun je spreken van een
act of God?” De persoon die die vraag stelt, is Terry
Gilliam, op de set van wat zijn film ‘The Man Who Killed Don
Quixote’ had moeten worden. Die film is er nooit gekomen, en ‘Lost
In La Mancha’, een documentaire die aanvankelijk had moeten
uitgroeien tot zo’n making of-special die ze op dvd’s
zetten, blijft nu over als het enige gedenkteken voor Gilliams
poging. Dit is geen making of, maar een unmaking of, over
een groepje zeer getalenteerde mensen die allemaal heel erg hun
best doen om een film van de grond te krijgen, en er simpelweg niet
in slagen.

Terry Gilliam is één van mijn favoriete regisseurs: ‘Brazil’ was weinig minder dan geniaal, ‘The
Fisher King’, ‘Twelve Monkeys’ en
zelfs het maar al te vaak afgekraakte ‘Fear and Loathing In Las
Vegas’ behoren tot mijn persoonlijke top weet-ik-veel-wat. Zijn
films zijn opgetrokken uit een nauwelijks controleerbare chaos van
plotlijnen, personages en thema’s die op een vaak bombastische
manier op het publiek worden losgelaten. Achteraf ben je doodop,
maar je hebt wél iets unieks gezien. Een gevolg van die aanpak (hoe
groter en hoe fantasierijker, hoe beter), is dat zijn films langs
de éne kant gedoemd zijn om altijd maar voor een beperkt publiek
toegankelijk te blijven, maar dat ze langs de andere kant toch ook
weer een groot budget nodig hebben om volledig tot hun recht te
komen. Elke productie van een Gilliamfilm is een strijd geweest
tegen de financiële en logistieke werkelijkheid van wat erbij komt
kijken om zo’n ding te maken. Tot voor 2000 is hij er altijd in
geslaagd om, ondanks alle moeilijkheden, toch als winnaar uit de
strijd te komen, met een film die zijn eigen unieke stempel draagt.
Maar met ‘Don Quixote’ ging het finaal mis – misschien was het wel
onvermijdelijk dat dat ooit eens zou gebeuren.

Op veel manieren was ‘Don Quixote’ dé ultieme Terry Gilliamfilm:
centraal in zijn werk staat immers steeds opnieuw de dromer, de man
die wil ontsnappen aan de saaie werkelijkheid in een fantasiewereld
waarin hij kan zijn wie hij wil zijn. Kijk maar naar ‘Baron
Munchhausen’ of ‘Brazil’. De grens
tussen fictie en realiteit, tussen waanzin en gezond verstand, was
altijd al enigszins vaag in zijn werk – ‘Don Quixote’ is de moeder
van dat soort verhalen en bijgevolg, niet geheel verrassend, een
project waar de regisseur al jarenlang mee in z’n hoofd zat. Na
verschillende gefaalde pogingen om de productie op gang te brengen,
lukte het hem in 2000 eindelijk om de camera’s aan het draaien te
krijgen. Gesteund door Franse en Spaanse financiers kreeg hij een
budget van 30 miljoen dollar bij elkaar (in feite lang niet genoeg
voor de film die Gilliam wilde maken, maar in ieder geval voldoende
om te beginnen) en begon hij in Spanje te filmen aan wat zijn
meesterwerk had moeten worden.

We zien Gilliam, een man die is opgetrokken uit drukke
lichaamsbewegingen, een constant ratelende mond en een lachje dat
doet denken aan dat van Tom Hulce in ‘Amadeus’, door zijn productiekantoor lopen
– hij neemt het script door met acteurs Jean Rochefort, die
Quichotte zal spelen, en Johnny Depp, die een geüpdate versie van
Sancho Panza moet neerzetten. We zien hem de rekwisieten keuren,
waaronder een aantal prachtige levensgrote marionetten, en we
krijgen een indruk van wat voor film het zal worden via de
storyboards en de repetitiebeelden die Gilliam filmt met een aantal
figuranten. De preproductie verloopt in een sfeer van optimisme
tegen beter weten in (anders zou het geen optimisme zijn,
natuurlijk) – iedereen weet dat er eigenlijk niet genoeg geld is om
het scenario eer aan te doen, maar niemand schijnt het hardop te
willen zeggen. Na enkele dagen komt de realiteit echter op de
filmploeg neergedaald als een straf van God.

Het begint met figuranten die niet voldoende zijn voorbereid om
een bepaalde scène te spelen. Gilliam, die onder zware tijddruk
staat teneinde het budget onder controle te houden, besluit dan
maar een andere scène te filmen. Terwijl hij daarmee bezig is,
blijkt dat er om de zoveel seconden een vliegtuig voorbij komt
gesjeesd dat de opnamen bederft. Daarna begint het zowaar te
regenen, in het midden van een woestijngebied. Te regenen, en
vervolgens te hagelen. Tegen het einde van de bui staat de helft
van het materiaal onder water en ziet de omgeving er niet meer uit
zoals het zou moeten. Wanhoop slaat toe, we horen Gilliam het woord
“fuck” vaker gebruiken dan het gemiddelde personage in een Quentin
Tarantinofilm, maar de lijdensweg is nog lang niet voorbij. De
volgende dag blijkt immers dat Jean Rochefort aan vreselijke pijn
lijdt telkens hij in het zadel kruipt – hij heeft problemen met z’n
prostaat. De acteur wordt terug naar Frankrijk gevlogen voor
medisch onderzoek en niemand weet wanneer hij nog zal terugkeren.
De droom van Gilliam valt voor z’n ogen uit elkaar. Na zes dagen
filmen besluiten de financiers om de productie stop te zetten. Aan
het einde van de documentaire zien we de kostuums en rekwisieten
weer verdwijnen in kartonnen dozen, de acteurs zijn spoorloos
verdwenen, Gilliam blijft alleen over met een zuur gezicht en een
verloren droom: “I’ve already made this film,” horen we hem
zeggen. “I’ve made it in my head, over and over again.”
Zoals het ernaar uitziet, zal hij daar ook blijven.

Het is gek om te zien hoe de realiteit de fictie achternaloopt:
een film over een dromer die het uiteindelijk niet kan halen van de
werkelijkheid, gemààkt door een dromer die het niet kan halen van
de werkelijkheid. We zien Gilliam vloeken en tieren, cynische
grapjes maken en uiteindelijk berustend zuchten. Het débacle is
niemand z’n schuld, wat het eigenlijk alleen nog maar erger maakt:
er is niemand om verwijten te maken.

‘Lost In La Mancha’ werd gemaakt door Keith Fulton en Louis
Pepe, dezelfde documentairemakers die de geweldige making of van
’12 Monkeys’ regisseerden: ‘The
Hamster Factor’ (terug te vinden als extra op de dvd van die film).
Het is duidelijk dat Gilliam zich op z’n gemak voelt bij Fulton en
Pepe – zelfs nadat alles reddeloos verloren is blijft hij tegen ze
praten en blijft hij ze toelaten bij het soort van gesprekken en
vergaderingen waar vele anderen waarschijnlijk liever geen getuigen
bij zouden willen. Het resultaat heeft veel weg van gluren naar een
auto-ongeval – je voelt jezelf een voyeur, maar ondertussen kun je
ook niet wegkijken. Daarvoor is het veel te fascinerend. Terry
Gilliam heeft ondertussen een nieuwe film klaar, die eind dit jaar
in de zalen moet komen: ‘The Brothers Grimm’, opnieuw een verhaal
over twee mannen die fictie en realiteit vrolijk vermengen.
Bepaalde obsessies kun je nu eenmaal niet kwijtraken, zelfs niet na
een rampenproductie als deze.

http://www.lostinlamancha.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in