House of Sand and Fog




Wie ooit ‘The War Of The Roses’ heeft gezien, weet dat mensen
soms gekke dingen kunnen doen voor een huis. In ‘House of Sand and
Fog’, één van de meest deprimerende films van het jaar, zien we de
personages nog niet direct in een gigantische luchter bengelen,
maar de strijd om een uiteindelijk onbetekenend stukje onroerend
goed neemt ook hier hallucinante vormen aan. Gebaseerd op de roman
van Andre Dubus III, is dit een loodzwaar drama over identiteit,
het vasthouden aan je waardigheid, zelfs onder de moeilijkste
omstandigheden en de noodzaak om opnieuw te kunnen beginnen in het
leven. Kortom: miserie alom, maar dan wel goed gebracht.

Jennifer Connelly, de dame die met één oogopslag van haar
bodemloze groene kijkers een wervelstorm in onze hormonale
huishouding kan doen ontstaan, speelt hier Kathy Nicolo, een
huishoudster die enkele maanden geleden door haar man in de steek
werd gelaten en nu wanhopig probeert om niet opnieuw te beginnen
drinken en roken terwijl ze de scherven van haar leven weer
opraapt. Veel succes heeft ze er niet mee: het grootste deel van
haar tijd spendeert ze slapend, het huis dat ze van haar vader
heeft geërfd een enorme bende, zelfs de post ligt ongeopend op de
vloer.

Op die manier is het haar schijnbaar ontgaan dat de overheid 500
dollar van haar eist als belasting op haar huis. Aangezien ze niet
reageert op de aanmaningen, wordt ze op een ochtend simpelweg
buitengezet – het huis wordt aan een dumpingprijs verkocht en Kathy
blijft met niets achter.

Koper van het pand is Massoud Amir Behrani, een Iraanse
immigrant die in z’n eigen land een kolonel was, maar nu is moeten
vluchten vanwege de politieke situatie. Tegenover de kleine Iraanse
gemeenschap in de VS waar hij deel van uitmaakt, probeert hij de
schijn hoog te houden dat alles goed met hem gaat, maar ondertussen
weet zijn gezin nauwelijks het hoofd boven water te houden met de
twee jobs die hij heeft – als wegwerker en als bediende in een
nachtwinkel. Met zijn laatste geld koopt hij Kathy’s huis, om het
achteraf aan de normale marktprijs weer te kunnen doorverkopen –
wat neerkomt op pakweg viermaal wat hij er zelf voor betaald
heeft.

Op die manier begint een verbeten strijd tussen Kathy en de
Behrani’s om het huis, en de kracht van ‘House of Sand and Fog’
ligt juist in de manier waarop de film nergens expliciet voor een
bepaalde kant kiest. Kolonel Behrani is een man van eer, vanaf het
begin zien we dat hij, zelfs in een overall, met een helm op z’n
kop en een besmeurd gezicht, altijd een onpeilbare waardigheid
uitstraalt. Hij was een man van betekenis, een man naar wie
geluisterd werd, maar nu in Amerika is hij enkel iemand met een
moeilijke naam die niemand juist kan uitspreken. Aan het begin van
de film zien we hem na zijn job een hotel binnenlopen – een
bediende vraagt hem wat hij daar doet. ‘Mijn wagen staat hier
geparkeerd,’ antwoordt Behrani. En tegen zichzelf voegt hij eraan
toe: ‘Zoals ik gisteren al heb gezegd.’ Hij wordt niet eens
opgemerkt. En dat terwijl hij maar één heel simpele wens heeft: een
goed, waardig leven voor z’n familie bieden. Kathy’s huis lijkt hem
een oplossing voor z’n problemen te bieden en als publiek gunnen we
hem dat. Maar we zien ook hoe moeilijk Kathy het heeft – ze heeft
geen geld, slaapt in haar auto en op de koop toe moest ze die
luizige 500 dollar waar het allemaal mee begonnen was, niet eens
betalen. Een fout van de overheid. ‘House of Sand and Fog’ is in
feite een verhaal over goedbedoelende mensen die in een onmogelijke
situatie terecht komen. Er bestaat geen zwart-wit tegenstelling van
goed en kwaad.

Wat dat betreft is het mooi hoe er over de loop van de film
steeds opnieuw parallellen worden getrokken tussen het leven van
Kathy en dat van Behrani – ze proberen zich allebei te redden in
moeilijke financiële en emotionele omstandigheden. De kolonel liegt
tegen zijn zoon en zijn kennissen over zijn standing, Kathy doet
het tegen haar eigen moeder, omdat ze niet wil toegeven hoe slecht
het wel met haar gaat. Ze zitten in hetzelfde schuitje, maar de
Iranese familie hangt op z’n minst nog enigszins aan elkaar, zodat
ze bij elkaar troost kunnen zoeken. Voor Kathy is er niemand,
behalve misschien een politieagent die haar wil helpen, maar
uiteindelijk hopeloos tekort schiet.

Regisseur Vadim Perelman begon als de regisseur van een resem
videoclips, maar dat zou je hem aan de hand van deze film niet
aangeven – en reken maar dat dat een compliment is. Het tempo van
de film ligt laag, Perelman neemt z’n tijd, maar hij is ook zeer
berekend, zodat we nergens het gevoel krijgen dat het langdradig
wordt. Dat evenwicht tussen een trage en een saaie film ligt heel
gevoelig (zo hebben we het voorbije jaar op pijnlijke wijze moeten
ontdekken), maar hier wordt die zeer mooi gevonden. Ook de visuele
stijl is sober, klassiek. Een gelige belichting domineert, en geeft
een melancholische kwaliteit aan de film – geen snelle mtv-montage,
niets dat ook maar in de verte iets te maken heeft met de
achtergrond van de regisseur.

Er zijn weliswaar een aantal problemen met het scenario: zo
worden een aantal praktische zaken nooit helemaal opgehelderd – dat
Kathy haar post niet opendoet, oké, maar zou men haar echt geen
aangetekend schrijven sturen voordat ze haar spullen in beslag
komen nemen? En kan een huis zomaar meteen verkocht worden na
inbeslagname, zonder dat er een tijd wordt ingelast waarin de
eigenaar met het vereiste bedrag kan komen (zeker als het over een
luttele 500 dollar gaat)? Misschien klopt het allemaal wel, ik ben
bepaald geen expert, maar de film is nogal vaag met al die details,
je krijgt de indruk dat de juridische kant van de zaak veel te
simplistisch wordt afgehandeld opdat de makers zouden kunnen
beginnen aan wat hen écht interesseert: de confrontatie tussen
Kathy en Behrani. Een begrijpelijke redenering, maar het laat je
wel achter met het gevoel dat er iets niet klopt in de logica van
de plot. Bovendien – en dit is veel erger – krijgen we een nogal
radicale plotwending aan het einde, die strikt genomen niet bijster
geloofwaardig is, maar ontworpen lijkt om toch maar een conclusie
aan de film te kunnen geven met Shakespeariaanse hoeveelheden
dramatiek.

De acteurs maken de film echter op zichzelf al de moeite waard:
Connelly is opnieuw perfect geloofwaardig in een rol die soms
verdacht doet denken aan haar prestatie in ‘Requiem For A Dream’ (let op de scène aan
de pier op het einde!), maar het is Ben Kingsley als onvermurwbare,
maar o zo respectabele en diep menselijke kolonel die de show
steelt: van begin tot eind is hij een aanwezigheid in de film die
met een moeiteloze autoriteit de aandacht van het publiek en de
andere personages opeist. Dit is dus typisch het soort rol waarvoor
je prijzen krijgt, en hij zou ze nog verdienen ook.

‘House of Sand and Fog’ is dus een film met een zeer rijke
thematiek, inhoudelijk complex en veelgelaagd, waarin we een aantal
geweldige acteurs aan de slag zien, maar die tijdens de finale
alsnog uit de bocht gaat. Dat is eeuwig zonde, maar laat het u niet
weerhouden om te gaan kijken. Dit is en blijft – zeker voor een
regiedebuut – een staaltje van zeer degelijke cinema.

http://www.dreamworks.com/dvd_features_hosaf.html

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in