Julian Cope :: Rome Wasn’t Burned in a Day

Een paar weken geleden stond er een grappig artikel in Focus Knack.
Nu ja, grappig, het artikel ging over de sterren uit de jaren ’80
en wat er nu van hen is geworden. Opvallend is dat de meesten onder
hen zich hebben teruggetrokken uit het publieke leven en ergens “op
den buiten” een rustig bestaan leiden, ver weg van de showbizz.
Wanneer de popcoryfeeën uit het Donkere Decennium nog eens van zich
laten spreken, dan heeft dat meestal weinig of niks te maken met
muziek. (Denken we maar aan de dood van Falco, of aan Steve Strange
van Visage, die zich liet betrappen bij het stelen van een
Teletubbie-pop).
En wat met Julian Cope? Deze geniale gek (of dit gestoord genie,
daar raakt de wetenschap maar niet uit) werd niet vermeld in het
artikel van Knack. Ik vermoed dat hij over het hoofd werd gezien
door de redactie, of dat men hem niet belangrijk genoeg vond. Dat
neemt echter niet weg dat hij met zijn band The Teardrop Explodes
en later solo toch mee de sound van de eighties heeft
bepaald.
Eén ding kan je Cope niet verwijten: dat hij hopeloos verslingerd
is aan roem. Toen bleek dat zijn platen steeds slechter verkochten
en hij bijgevolg werd gedumpt door de platenmaatschappijen, heeft
hij zich niet opgeknoopt, is hij niet in de drank of de drugs
gesukkeld en heeft hij zijn apparatuur niet over de heg gegooid.
Hij is gewoon doorgegaan en heeft van zijn zwakte zijn sterkte
gemaakt. Als de platenfirma’s mijn muziek niet meer willen
uitbrengen, dan maak ik voortaan de muziek die ik wil maken op mijn
eigen label, zonder toegevingen, zo redeneerde hij.
En dat doet hij nu al meer dan tien jaar, met Queen Elisabeth (een
soort acid ambient), Like A Mother Fucker ( ambient metal), Brain
Donor (Stooges-in-Space) en onder zijn eigen naam, op zijn eigen
label, Head Heritage. Het klopt dus niet als Oor, de befaamde
popencyclopedie uit Nederland, ‘Interpreter’ uit 1996 beschouwt als
het laatste exploot van deze
poëet-sjamaan-heiden-archeoloog-muzikant. Sinds enkele jaren heeft
Julian Cope zelfs zijn eigen festival. Eén keer om de zoveel jaar
verlaat hij zijn thuishaven in Zuidwest-Engeland, en huurt hij een
theater af in het centrum van Londen voor drie dagen vol muziek,
film en literatuur.
Naar aanleiding van de editie van vorig jaar, in Hammersmith,
verscheen deze cd, ‘Rome Wasn’t Burned in a Day’. Laat je vooral
niet misleiden door het onderschrift ‘Original Soundtrack’. ‘Rome
Wasn’t Burned in a Day’ is wel degelijk een volwaardig album. Wie
vertrouwd is met het werk dat Cope uitbracht in de jaren ’90 zal
zich meteen thuisvoelen bij deze plaat. Van bij het begin zit het
snor. Zo neemt opener ‘Shrine of the Black Youth’ een stevige
kickstart met luide wahwah-gitaren die ongegeneerd de
huiskamer binnenwaaien, maar al gauw weer een paar versnellingen
lager schakelen, zodat Cope voldoende ademruimte krijgt om een lang
verhaal te vertellen over lang vervlogen tijden (meerbepaald over
de periode dat de mens met menhirs zeulde om bouwwerken als
Stonehenge neer te poten). ‘Zennor Quoit’ en ‘The-Way-Love-Is’,
twee Cope-aans nonchalante ballads, hebben misschien net iets te
weinig om het lijf om echt te beklijven. Het feest begint dan ook
pas echt met ‘King Minos’, een song die de jonge Beatles opsluit in
een kleine liftkooi met de Stooges. ‘Dance By the Light of the
Bridges You Burn’ verdient niet alleen een vermelding omwille van
de geweldige titel, maar ook omdat deze song zich, net als
afsluiter ‘Eccentrifugal Force’, uitstekend leent voor een wilde
heksensabbat.
The Archdrude is back zou een ongepaste titel zijn bij dit
stuk, want op deze plaat bewijst Cope dat hij nog steeds alive
and kicking
is. Het lukt hem na meer dan dertig pogingen nog
steeds niet de ‘perfecte popplaat’ af te leveren, en haast
traditiegetrouw heeft ook deze plaat net iets te veel minder sterke
momenten. ‘Rome Wasn’t Burned in a Day’ is dus zeker niet de beste
Cope-plaat, maar wel een hele goeie, zonder meer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + zes =