Radiohead

11 november 2003
Brussel – Vorst Nationaal

Het was al geleden van 1995 dat ik Radiohead nog eens live aan het
werk had gezien. Meer bepaald het Hasseltse Pukkelpop, alwaar ik in
de kleine, maar gezellige en intieme Marquee getuige was van een
magistraal concert dat tot op heden in mijn geheugen gegrift staat
als een echt kippevelmoment. Van toen af ben ik steeds een grote
fan gebleven van hun werk.
Mijn verwachtingen waren dan ook (min of meer) hoog gespannen voor
dit concert, dat overigens in een mum van tijd uitverkocht was. Bij
aankomst rond 19u was de zaal al aardig aan het vollopen en
aangezien mijn fotograaf van dienst erop stond om zo dicht mogelijk
bij het podium te gaan staan, beloofde het een hete en broeierige
avond te worden.
Vooraleer Radiohead zijn opwachting maakte, moest er wel eerst een
voorprogramma afgewerkt worden en tot mijn verbazing was dat
Asian Dub Foundation. Nu hoor ik
velen onder jullie al zeggen: “what the f*** komt een groep
als deze in ’s hemelsnaam in het voorprogramma van Radiohead doen”
? Volgens ondergetekende dacht minstens driekwart van de aanwezigen
daar net zo over, gezien de reactie op hun optreden eerder aan de
lauwe kant was. Het genre dat Asian Dub Foundation brengt is nu
niet bepaald te vergelijken met wat we gewoon zijn van Radiohead;
ongeveer drie kwartier lang kregen we loeiharde percussie, pompende
bassen en politiek geïnspireerde raps voorgeschoteld, wat slechts
sporadisch enige noemenswaardige reactie uitlokte in de voorste
gelederen. Niet echt een passend voorprogramma voor Radiohead dus
en bijgevolg snel te klasseren in mijn selectief geheugen als
zijnde een verdienstelijke poging om het publiek wakker te krijgen,
maar soit… on to the main event.
Rond 20u45 stegen de heren van Radiohead dan eindelijk ten tonele
onder een luidruchtig applaus, dat al meteen enige indruk maakte op
mijn getormenteerde trommelvliezen. Het toonde alleen maar aan dat
het publiek er duidelijk zin in had. “You should be dreaming,
you should be dreaming…”
, zong Thom Yorke bezwerend in de
betoverende opener ‘The Gloaming’ en zo was de toon meteen gezet
voor de rest van de avond. Met hun hypnotiserende klanken en een
mooie lichtshow greep Radiohead de aanwezigen vanaf de eerste
seconde bij de keel en die greep zou gedurende de eerstvolgende
twee uur zelfs geen klein beetje verzwakken. Aanvankelijk werden
vooral songs gebracht uit hun laatste album ‘Hail to the Thief’, waaronder de
nieuwste single ‘2+2=5’ en tot mijn grote vreugde het geweldige
‘Where I End And You Begin’. Na dit indrukwekkende beginoffensief
ging de storm enigzins liggen met een uitstekende versie van ‘Exit
Music’, met Yorke op akoestische gitaar. Tijdens dit nummer had je
op bepaalde momenten letterlijk een speld kunnen horen vallen in
Vorst Nationaal; zo mooi en ontroerend kan Radiohead live dus zijn.
Wat volgde, was een boeiende mix van werk uit hun hele oeuvre met
als hoogtepunten ‘Climbing Up The Wall’, ‘Lucky’, ‘Planet Telex’,
‘Mixomatosis’ en het avontuurlijke ‘Paranoid Androïd’. Natuurlijk
was er ook nog het obligate ‘Karma Police’, dat luidkeels
meegezongen werd door een ondertussen uitzinnige menigte.
Als vanouds had de schuchtere Thom Yorke tussen de nummers door
geen commentaar gegeven (slechts af en toe hoorde ik hem een
bescheiden dankwoordje uitspreken), speelde Jonny Greenwood gitaar
alsof zijn leven er van afhing, terwijl bassist Colin Greenwood en
tweede gitarist Ed O’ Brien hard hun best deden om zo weinig
mogelijk op te vallen; waarmee ik niet wil beweren dat hun inbreng
en verdienste binnen de groep onbelangrijk is, integendeel zelfs.
Nadat de laatste tonen van het laatste nummer waren weggestorven,
gaf het publiek duidelijk te kennen dat het meer wilde.
Logischerwijze kwamen er dan ook bisnummers, maar niet voordat er
eerst extra percussie op het podium werd gesleept, waarna ‘There
There’ ten beste werd gegeven, gevolgd door ‘A Punchup At A
Wedding’. Tot slot was het ingetogen en prachtige ‘Street Spirit
(fade out)’ aan de beurt, waarna de mannen van Radiohead nogmaals
vriendelijk goeiedag zwaaiden. Nog steeds had het publiek er niet
genoeg van (en gelijk hadden ze…). Er volgde dus nog een tweede
bisronde waarvan het orgelpunt een langgerekte versie van
‘Everything In Its Right Place’ was, waarbij sommige groepsleden op
hun knieën maffe geluiden uit de samplers toverden.
Na deze laatste traktatie werd de betovering abrupt verbroken door
de zaalverlichting die brutaal werd aangestoken. Enigzins verdwaasd
en plakkend van het zweet kon de tocht huiswaarts aangevangen
worden. Radiohead stelde dus absoluut niet teleur. Live klonk de
muziek minstens even goed als op plaat en wat Radiohead zo goed
maakt, is dat hun muziek nooit gaat vervelen of achterhaald gaat
klinken. Ze blijven origineel en ondanks alle kritiek blijven ze
koppig hun eigen ding doen. Wat mij betreft mogen ze nog lang op
deze manier doorgaan. ALL HAIL RADIOHEAD !

In samenwerking met De
Muziekfriek

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × drie =