De Zaak Alzheimer



De wonderen zijn blijkbaar de wereld nog niet uit. Na ‘Any Way The Wind Blows’ komt er in
hetzelfde jaar nóg een goeie Vlaamse film uit, en dat zonder dat er
in één van beide een pastoor, dan wel boer-met-riek, dan wel Dora
van der Groen te bespeuren is. ‘De Zaak Alzheimer’ is een
uitstekende policier geworden, die zich (iedereen zegt dit, maar
het is wel waar), gerust kan meten met elke Hollywoodfilm.

Jan Decleir speelt Angelo Ledda, een Belgische huurmoordenaar
die werkt vanuit Marseilles. Ledda bevindt zich in de eerste fases
van de ziekte van Alzheimer, wat zijn job er natuurlijk niet
makkelijker op maakt, maar toch aanvaardt hij een opdracht in
Antwerpen. Via gladjakker Seynaeve (Gene Bervoets), krijgt hij z’n
instructies voor een dubbele moord.

Wanneer Ledda echter ontdekt dat één van zijn slachtoffers nog
maar een kind is, besluit hij de boel af te blazen. Zijn
opdrachtgevers zijn hier niet blij mee, en binnen de kortste keren
ontstaat er een oorlog tussen Ledda en de al dan niet mysterieuze
mannen achter de schermen, kerels die veel smeriger plannetjes
uitbroeden dan de huurmoordenaar ooit had kunnen vermoeden.
Politieduo Vincke (Koen De Bouw) en Verstuyft (Werner De Smedt),
moeten proberen om het raadsel op te lossen, waarbij het hoe langer
hoe moeilijker wordt om te weten wie ze kunnen vertrouwen en wat ze
mogen geloven.

Erik Van Looy is een lid van de jongere garde van Vlaamse
filmmakers, waartoe ook commercanten als Marc Punt en Jan Verheyen
behoren, die zijn opgegroeid met de films van Steven Spielberg in
plaats van die van pakweg Frederico Fellini, en daaruit ook hun
gevoel voor cinema hebben gehaald. Het mag snel gaan, het hoeft
niet per sé diepzinnig te zijn, zo lang het maar onderhoudend is,
en het oog wil ook wat, dus mag de montage en cameravoering best
trendy zijn. Normaal gezien sta ik enigszins achterdochtig
tegenover films die vanuit een dergelijke mentaliteit gemaakt zijn,
maar ‘De Zaak Alzheimer’ is een project dat zich hier schijnbaar
perfect voor leent. Ja, het is allemaal op Amerikaanse leest
geschoeid, maar dan toch op z’n minst op de leest van goeie
Amerikaanse producties, in plaats van slechte (hallo, ‘Alias’?). Van Looy haalde z’n inspiratie –
vooral visueel – bij persoonlijke favorieten als Michael Mann (dat
openingsshot! Die blauw-grijze kleuren de hele film lang!), David
Fincher (bepaalde shots in de regen komen zó uit ‘Seven’) en Christopher Nolan (‘Memento’). Maar hij zorgt er wel voor dat
‘De Zaak Alzheimer’ méér wordt dan zomaar een wanna-be
Hollywoodthrillertje, een doorslagje van wat anderen hem hebben
voorgedaan, door ook het allerbelangrijkste aspect nooit uit het
oog te verliezen: het scenario.

De plot speelt zich af in 1995, wat een goeie keuze was,
aangezien dat ervoor zorgt dat de zaak Dutroux nooit z’n schaduw op
bepaalde verhaallijnen kan werpen, én omdat het zo mogelijk blijft
om de conflicten tussen rijkswacht en politie uit te spelen. Een
groot deel van wat ‘De Zaak Alzheimer’ meer maakt dan alleen maar
een “whodunit”, is het politieke aspect dat – het zou geen Jef
Geeraerts zijn – steeds voelbaar aanwezig is. Het onderzoek wordt
tegengewerkt, onderlinge rivaliteit onder de wetshandhavers en de
almacht van geld gaan belangrijke rollen spelen – of zoals een
majoor van de rijkswacht op een bepaald moment tegen Vincke zegt:
“Zoeken jullie naar jullie moordenaar. Wij zoeken wel naar die van
ons.”

En ook voor het overige zit het goed in elkaar. Hoe weet je in
de gemiddelde aflevering van ‘Baantjer’ wie het gedaan heeft en
waarom? Juist ja, de dader zit in een stoel en vertelt het gewoon
van a tot z. Die gemakkelijke val wordt hier met glans vermeden –
over de loop van twee uur wordt de plot heel natuurlijk opgebouwd,
de stukjes van de puzzel worden mondjesmaat uitgedeeld, en er is
nergens één moment waarop alles plotseling duidelijk wordt. We
wéten het gewoon, omdat we net als Vincke en Verstuyft de
aanleidingen aan elkaar hebben weten te knopen.

Van Looy, nochtans niet echt beloftevol van start gegaan met ‘Ad
Fundum’ en ‘Shades’, ontpopt zich hier zowaar tot een zeer
doeltreffend actieregisseur, die weet hoe hij suspense moet
opbouwen. Een stand-off tussen Ledda en de twee politie-inspecteurs
in een ondergrondse parking (getrokken wapens, bibberige rode
stipjes van de laserstralen op elkaars voorhoofd, u kent dat wel),
wordt op een schaamteloze manier uitgerokken om er alles uit te
halen wat erin zit, maar wees maar zeker dat u op het puntje van uw
stoel zit. Hetzelfde geldt voor een latere scène in een privé
chateau, en voor de finale. De regisseur wordt nooit rusteloos,
haast zich nergens om naar het vuurwerk over te gaan, maar neemt
zijn tijd om het publiek te laten àfzien, om een oprecht gevoel van
spanning op te bouwen.

De acteurs zijn ook goed – Koen De Bouw speelt zijn karakterkop
uit als Vincke, een flik die op zoveel begraven frustraties zit dat
hij bijna uiteenspat. Werner De Smedt als zijn partner Verstuyft,
heeft dan weer minder memorabels te doen, en blijft de zwakste
schakel in een overigens goeie cast. Maar het is Jan Decleir die de
show steelt als vergeetachtige huurmoordenaar – Ledda is wellicht
zijn beste rol sinds ‘Karakter’, een killer met een hart, die erin
slaagt om op het ene moment ongelooflijk veel “cool” uit te
stralen, en op het andere dan weer enorm kwetsbaar te worden. Het
is door dit soort van prestaties dat die man al zo lang de
peetvader van de Nederlandstalige acteerwereld is.

Blijven daar nog een paar kleine reserves. Na ongeveer anderhalf
uur, bijvoorbeeld, krijgen we een lange actiescène met Decleir en
Jo De Meyere, die aanvoelt als de climax van de film. Maar dan
hebben we nog een half uur te gaan, en het resultaat is dat het
weer even duurt voor de film z’n tweede adem vindt. Ook hadden
bepaalde dialogen wellicht iets minder nadrukkelijk gekund (Vincke
die naar de foto van één van de slachtoffers wijst en zegt: “Mijn
sympathie ligt hier”.)

Maar dat zijn kleine bezwaren tegen een oerdegelijke
misdaadfilm, die alles heeft om oerdegelijk te zijn: een goeie
plot, geloofwaardige personages, een strakke regie en uitstekende
acteurs. Oké, we hebben dit al wel eens eerder gezien (hoewel niet
in België), en ouwe zeuren zullen het waarschijnlijk wel allemaal
“te Amerikaans” vinden, maar bedenk dan wel dat diezelfde zeuren
‘De Zaak Alzheimer’ van heikneuterigheid zouden hebben beschuldigd
indien het anders was.

http://ms.skynet.be/alzheimer/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in