Harry Potter And The Philosopher’s Stone


Ik ben geloof ik de laatste mens op aarde die nog nooit een boek
over Harry Potter gelezen heeft. Ik hoor steeds hoe goed ze zijn en
dat ik dat zeker eens moet doen, en ik beloof dat ik er zo snel
mogelijk tijd voor zal maken, oké? Iedereen schijnt er even gek van
te zijn, en te oordelen naar de film, kan ik er eigenlijk wel
inkomen. Ik heb het doorgaans niet zo voor hypes, maar de eerste
Harry Potterfilm is in ieder geval een schot in de roos.

Misschien ben ik, zonder de boeken gelezen te hebben, niet zo
goed geplaatst om een mening te geven over de bewerking die men er
in de film aan gegeven heeft. Denk ervan wat u wilt, maar ik geloof
wel dat het ook zeer nuttig kan zijn om het bronmateriaal niet te
kennen – het staat je wel toe op een objectieve manier naar de film
te kijken, ongehinderd door vaak oneerlijke vergelijkingen tussen
boek en film.

Voor wie de laatste jaren op een verre planeet gewoond mocht
hebben, Harry Potter gaat over een twaalfjarig jongetje dat
opgroeit bij zijn enge oom en tante en hun irritant zoontje. Zijn
ouders zijn dood, op mysterieuze manier omgekomen vlak na zijn
geboorte. Dan, op een dag, krijgt Harry bezoek van een gigantische
kerel genaamd Hagrid die hem vertelt dat zijn ouders tovenaars
waren, en dat hij nu oud genoeg is om in hun voetstappen te volgen.
Hij wordt in een trein gezet naar de tovenaarsschool Hogwarts, waar
hij een opleiding van zeven jaar moet volgen om een volbloed
tovenaar te worden.

Eens in Hogwarts, zien we Harry vrienden en vijanden maken, we
maken kennis met Hagrids schoothondje Fluffy en we krijgen het
vermoeden dat er op de achtergrond nog iemand aanwezig is die meer
weet over dood van Harry’s ouders.

Een kennis van me beschreef het bekijken van de eerste Harry
Potterfilm als “kijken naar de Efteling”, en in die stelling kan ik
me best terugvinden. Harry Potter heeft op de een of andere manier
een gevoel van verwondering teruggevonden, van ademloze ontdekking
die zoveel tegenwoordige jeugdfilms schijnbaar ontberen. Alsof je
als jong kind voor de eerste keer in de Efteling door het
sprookjesbos loopt, net zo weet ‘Harry Potter’ een wereld op
zichzelf te creëren, waar je helemaal in wordt opgenomen.

De decors hebben daar veel mee te maken; Chris Columbus is nog
in de leer geweest bij John Hughes en Steven Spielberg, en heeft
van hen duidelijk geleerd hoe de aankleding van een film best kan
bijdragen aan de sfeer. Victoriaanse gebouwen en duistere gangen.
Een besneeuwd landschap buiten, de warme gloed van een haardvuur
binnen. Wat dat betreft deed de film me vaak denken aan Barry
Levinsons film ‘Young Sherlock Holmes’, een zeer onderschatte
avonturenfilm uit de jaren tachtig, in de hoogdagen van ‘Back To
The Future’, ‘Gremlins’ en ‘Indiana Jones’, toen entertainmentfilms
niet noodzakelijk een lobotomie van het publiek vereisten.

Het scenario werd geschreven door Steve Kloves, die ooit ‘The
Fabulous Baker Boys’ neerpende, en recenter nog het heerlijke
‘Wonder Boys’. De man weet de sfeer
duidelijk zeer goed te treffen, met buiten de voor de hand liggende
fantasie-elementen ook een snedig gevoel voor humor dat zowel
volwassenen als kinderen zal aanspreken. De regie van Chris
Columbus is degelijk en John Williams levert weer één van zijn
archetypische muziekscores af, die zo uit een Indyfilm zou kunnen
komen. Boven alles is ‘Harry Potter’ een zeer degelijk staaltje
vakmanschap, zo simpel is het.

De cast is bezaaid met grote namen uit de Britse filmindustrie:
Robbie Coltrane, Richard Harris, Maggie Smith, Alan Rickman en John
Cleese duiken op in grote en kleine rollen. Maar de grote vraag was
natuurlijk wie Harry zou spelen. Daniel Radcliffe draagt een zware
verantwoordelijkheid: je zult maar eens de populairste figuur in de
moderne jeugdliteratuur moeten spelen. Maar hij doet dat prima; hij
is twaalf en toch niet irritant. Als dàt geen zeldzaamheid is.

Met een speelduur van bijna 150 minuten kan ‘Harry Potter’ wel
eens een beetje lang uitvallen voor het gemiddeld kind, en ergens
aan het einde van tweede akte – waarin Harry de spiegel vindt – had
er iinderdaad wel wat overtollig materiaal mogen sneuvelen. Ook de
CGI-animatie van de Quidditch match stak me enigszins tegen. Ik hou
niet van CGI, en hoewel de scène goed geregisseerd was, kon ik me
nooit van het bewustzijn ontdoen dat ik in wezen naar een tekenfilm
uit de computer aan het kijken was. Hetzelfde kan gezegd worden
voor andere CGI-scènes zoals die met de slang – net zoals Harry op
zijn bezem, ziet de slang er wel realistisch uit, maar het is een
verhoogd soort van realisme. Alles verloopt zo soepel en vloeiend
van beweging dat je gewoon weet dat dit niet echt is.

In ieder geval, ‘Harry Potter and The Philosopher’s Stone’ is
oerdegelijk, ouderwets vermaak voor kinderen en hun ouders. Een
charmante – ja, laat ik het maar zeggen – betoverende film. Allen
daarheen.

http://harrypotterthemovie.co.uk/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in