National Security



85 min. / USA

Een vraag die ik af en toe gesteld krijg, is: waarom
kijk je naar die shit? Wanneer ik ‘Maid
In Manhattan’
of ‘The Guru’ op
de pijnbank leg, waarom doe ik dat dan, als ik op voorhand
eigenlijk al weet hoe slecht het wel zal zijn? Een deel van de
verklaring ligt in het feit dat ik ervan overtuigd ben dat je zowel
de allerbeste, als de allerslechtste films ter wereld gezien moet
hebben. Al wat daartussen ligt, is middelmatig en kun je net zo
goed overslaan. Als je wilt kunnen zeggen dat Jennifer Lopez of –
nog erger – Britney Spears een slechte actrice is, dan moet je hun
films ook gezien hebben. (Wat niet wil zeggen dat je niet open moet
blijven staan voor verrassingen – zo viel ‘8 Mile’ wonderwel nogal mee.)

Vanuit die zelfde mentaliteit heb ik ‘National Security’ meegenomen
uit de videotheek. En wat ik me ook mag voorhouden over het plezier
alle rotslechte films ter wereld gezien te hebben, ongeveer
halverwege stelde ik me de vraag zelf: waarom zit ik eigenlijk naar
deze shit te kijken? Maar goed, de film duurt maar 85 minuten, dus
die pakweg 40 minuten die ik nog te gaan had, heb ik er dan maar
even bijgenomen om u te dienen. Zeg nu nog dat ik niets voor u over
heb.

Steve Zahn speelt Hank Rafferty, een goeie flik die z’n partner
verliest tijdens een routineuze controle op inbraak in een bedrijf.
Pakweg een dag later ontmoet hij Earl Montgomery (Martin Lawrence),
een ergerlijke kwal van ’n vent die net uit de politie-academie
gegooid is. Door een misverstand wordt Rafferty aangeklaagd voor
brutaliteit tegenover Montgomery – Rafferty is blank, Montgomery
zwart, en een matrak die naar een rondzoemend insect wordt gegooid
ziet er op een amateurvideo helemaal anders uit. De ongelukkige
flik vliegt voor zes maanden de cel in, en wanneer hij vrijkomt kan
hij enkel nog een job als beveiligingsagent vinden. Driemaal raden
wie er voor hetzelfde bureau werkt.
Dik tegen hun zin moeten Rafferty en Montgomery samenwerken om de
moordenaar van Rafferty’s partner te vinden. Het één en ander
blijkt samen te hangen met een smokkel in overwoestbare metalen
vaten, corrupte smerissen en schier onsterfelijke slechteriken die
geen twee woorden dialoog in de film te zeggen hebben, maar er
toepassend dreigend uitzien.

‘National Security’ probeert zich een plaatsje te veroveren in het
pantheon van voorspelbare, clichématige buddy cop-movies, maar is
zo onvoorstelbaar slecht dat hij zelfs daar te kort voor
schiet.
De voornaamste fout ligt bij het hoofdpersonage (Lawrence), dat zo
onsympathiek, onuitstaanbaar en ergerlijk is dat je na een kwartier
al zit te hopen dat ofwel Zahn, ofwel één van de willekeurige
boosdoeners hem een kogel door z’n kop zal jagen. Lawrence’s
personage is een relneger die z’n huidskleur gebruikt om zich een
weg doorheen z’n leven te lullen, schijnbaar zonder zich ervan
bewust te zijn dat hij z’n problemen enkel aan zichzelf te danken
heeft. Hij vernielt aan het begin van de film het leven van de
enige persoon waar we ook maar één reet om geven (Zahn), en
vervolgens weigert hij zelfs om toe te geven wat hij geflikt heeft.
Is dat het personage dat één helft moet uitmaken van een
buddy-team? De buddy movie is juist een genre dat volledig is
opgebouwd op de sympathie die we kunnen voelen voor de karakters.
Lawrence is grensverleggend slecht in de rol: hij trekt smoelen,
perst stemmetjes uit z’n luchtpijp tot je wenst dat iemand die zou
dichtknijpen, en hangt gewoon in het algemeen ongelooflijk de
klootzak uit. De – ahem – humor die we van hem krijgen, is laag bij
de gronds, en op een gemene manier paranoïde tegenover al wat blank
is. In die mate zelfs, dat veel mensen hem van racisme zijn gaan
beschuldigen. Daar valt misschien wat voor te zeggen – een blanke
moest maar eens proberen de helft van die ongein over zwarten te
zeggen, en hij zou meteen tien gelijke-kansenorganisaties over zich
heen krijgen. Maar langs de andere kant speelt Lawrence hier zo’n
stereotiep soort van zwarte, dat je ook weer zou kunnen denken dat
het racisme gewoon op zwarten gericht is. Indien ik een
Afro-Amerikaan was, kan ik mij niet echt voorstellen blij te zijn
met de manier waarop Lawrence m’n ras afschildert in deze film: de
herrieschopper, de schreeuwlelijk die het anderen graag moeilijk
maakt en zelf niets waard is.

Maar goed, ik denk dat een film als ‘National Security’ lang niet
de intelligentie heeft om er een reële politieke of raciale agenda
op na te houden. In de eerste plaats is dit een komedie die niet
grappig is, en in de tweede een actiefilm die niet spannend is. De
plot is vrijwel onontwarbaar. Ik zou u echt niet kunnen vertellen
wie nu precies wàt wilde doen met die onverwoestbare vaten of
waarom – ik zat enkel te denken: als we Martin Lawrence nu eens in
zo’n vat stopten en hem in een diepe rivier lieten vallen? Goed
idee, wat denkt u?

Ook de actiescènes zelf zijn ongeïnspireerd. Een shoot-out in een
frisdrankfabriek vroeg in de film, voelde aan als het recentere
equivalent van een fruitkraampje dat omver wordt gereden tijdens
een auto-achtervolging – even voorspelbaar, even clichématig, en
even zinloos, tenzij dan als product placement voor Coca-Cola.
Daarna krijgen we een achtervolging die zó uit ‘Lethal Weapon 4’
komt (als je het vierde deel in een reeks al gaat rippen, dàn heb
je problemen), en een vrijwel oneindige serie explosies in slow
motion. Dit is één van die films waarin wagens al ontploffen als je
er een beetje boos naar kijkt. Allemaal modellen van General
Motors, veronderstel ik.

Ik moet toegeven dat ik Lawrence eerder nog niet al te vaak aan het
werk had gezien. In ‘Bad Boys’, ja, en zo nog één of twee films,
maar dit was de eerste actie-komedie die ik zag, die helemaal aan
zijn onbestaande persoonlijkheid werd opgehangen. Het zal ook de
laatste zijn. Nog liever laat ik 85 minuten lang zonder verdoving
de zenuwen uit m’n tanden trekken, dan dat ik dit nog eens moet
meemaken.

http://www.sonypictures.com/movies/nationalsecurity/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in