Modern Times




87 min. / USA

Na ‘The Great Dictator’ eerder dit jaar, heeft men besloten om ook dit vroegere pareltje uit het oeuvre van wellicht de bekendste ster van de stomme film opnieuw in de zalen te gooien. Meer dan andere beruchte komieken uit die tijd, zoals Laurel en Hardy, Buster Keaton enzovoort, is Charles “Charlie” Chaplin erin geslaagd om de tand des tijds te doorstaan en onze fantasie vast te houden, zelfs zeventig, tachtig, negentig jaar na dato. De vroegste films die we gezien hebben, zijn vaak die van Chaplin (of u moest al een Lumièrefilmpje in handen hebben gekregen): dit is de man die de moderne cinema mee uitvond. Hij regisseerde, schreef, componeerde én speelde. Hij nam als creatieve kracht zelf de zakelijke kant van zijn producties op zich, werd één van de eerste Hollywoodsterren, en zelfs nu nog spreekt hij tot onze verbeelding. Bepaalde scènes en situaties uit zijn films zijn tot ons collectief bewustzijn gaan behoren – het eten van de schoen uit ‘The Gold Rush’, de speech uit ‘The Great Dictator’, en verschillende momenten uit ‘Modern Times’.

Gemaakt in 1936, is dit Chaplins aanklacht tegen de onmenselijke omstandigheden waarin de Amerikaanse arbeiders leefden tijdens de depressie. Industrialisering had ervoor gezorgd dat mensen steeds meer door machines vervangen werden, en voor zover ze nog nodig waren, zelf steeds meer in een machinale rol gedrukt werden. We zien tijdens de eerste scènes van de film Chaplin zelf als de eeuwige zwerver, aan een lopende band, steeds opnieuw schroeven aandraaiend. Een eindeloze, nutteloze job.

Van daaruit ontwikkelt zich een soortement plot, waarin de zwerver aan een zenuwinzinking bezwijkt, de gevangenis ingegooid wordt nadat hij wordt aanzien voor een communistische vakbondsleider, en tenslotte kennismaakt met de arme dochter van een werkeloze havenarbeider (Paulette Goddard, op dat moment Chaplins echtgenote). Samen zullen ze proberen een toekomst op te bouwen, los van de depressie en de zielloze, harteloze industriële samenleving.

Het officiële verhaal luidt dat Chaplin op het idee kwam voor deze film na geconfronteerd te worden met bedelaars op straat, slachtoffers van de economische malaise – zo schrijft hij het althans in zijn autobiografie, maar dat stukje literatuur staat dan ook bekend als één van de grootste werken van fictie die ooit door een beroemdheid werd geproduceerd. Feit is dat de man altijd al een sociaal bevlogen filmmaker was, waarbij hij gevestigde waarden en autoriteiten maar al te graag een neus opzette. Kijk maar naar zijn vroege kortfilm, ‘The Immigrant’, waarin hij de stiefmoederlijke behandeling van arme immigranten in de VS becommentarieerde. In ‘Modern Times’ wil hij van de eerste tot de laatste minuut een duidelijk standpunt innemen tegen het machinetijdperk. We zien gigantische machines die de mensen in de fabrieken tot betekenisloze dwergen reduceren. Een speciale machine wordt geïntroduceerd om de arbeiders automatisch te voeden zonder dat ze moeten ophouden met werken, en even later wordt de zwerver, hét toonbeeld van de modale man, zelfs letterlijk door de mangel van het machinetijdperk gehaald, wanneer hij door één van de gigantische toestellen wordt opgeslokt en tussen de tandraderen terechtkomt. Chaplin, een eeuwige socialist, ziet de oplossing voor het probleem in een antikapitalistisch standpunt, zoals bewezen wordt in de laatste scène van de film: als je je niet drukt maakt om een gebrek aan materiële welvaart en tevreden kunt zijn met een arm bestaan als zwerver, dan ben je pas echt rijk.

Voor Chaplin was deze film een moeilijk bereikt compromis tussen de geluidloze traditie waarin hij was opgegroeid, en de gesproken film die nauwelijks een decennium eerder zijn intrede had gemaakt. De mensen uit Chaplins omgeving oefenden druk op hem uit om zijn personages te laten spreken, maar de regisseur wist dat zijn meest geliefde personage, de zwerver, nooit de overstap naar gesproken cinema zou overleven. De magie zou weg zijn. In ‘Modern Times’ toont hij zijn afkeuring voor talkies aan door enkel de gewetenloze fabrieksbaas, en machines zelf, te laten spreken. Aan het einde horen we de zwerver toch zijn stembanden oefenen, maar dan is het, tekenend, voor een liedje in brabbeltaal. De zwerver zal nooit met echte woorden wat dan ook zeggen.

Naar huidige standaards is de humor van deze film wellicht verouderd – noodgedwongen strikt visuele grappen, die volkomen zijn opgehangen aan het vermogen van Chaplin om met een balletachtige sierlijkheid zijn lichaam in allerlei bochten te wringen. Let op zijn spastische neiging om alles wat maar iets van een knoop of schroef wegheeft, aan te draaien nadat de lopende band is stilgevallen. Of zijn fantastische nummertje als rolschaatser die niets vermoedend vlak naast het randje van een afgrond sjeest. Niemand zal kunnen ontkennen dat zijn timing en zijn fysieke vermogens vrijwel perfect zijn, maar het is niet wat we doorgaans te zien krijgen in moderne komedies. Ook legt Chaplin, naar goeie gewoonte, de stroop er weer behoorlijk dik op – al zijn komedies waren voor de helft tranentrekkers. Nog zoiets dat we vandaag niet meer zouden pikken.

Zoals allicht elke film van 1936, valt ook deze dus te nemen voor wat hij is, met consideratie voor de respectabele leeftijd die de film ondertussen bereikt heeft. Op een technisch niveau, en als historisch document (want dat is ‘Modern Times’ ongetwijfeld), is dit in ieder geval een absolute vijfsterrenfilm. Hoe goed u hem zelf zult vinden, hangt maar af van uw vermogen oude films te aanvaarden zoals ze zijn, en ervan te genieten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in