Lou Reed :: 25 mei 2003, Koningin Elisabethzaal

Naar een optreden van Lou Reed ga je altijd met wat knikkende knieën: zal hij weer slecht gezind, nors en sarcastisch zijn en enkel onherkenbare versies van onbekende nummers spelen? Of blijft het bij slechts één van die elementen. Toeschouwers maken elkaar in afwachting van de openingsakkoorden bang met almaar doemerigere scenario’s. Toch durft een enkeling hopen op golven van feedback, al was het maar om het wel erg burgerlijke publiek weg te jagen. Niet dus. Lou Reed is oud en mild geworden, en geeft een mens waar voor zijn 50 euro.

De Antwerpse Koningin Elisabethzaal moet zowat de lelijkste zaal van België zijn en ademt een sfeertje uit van burgerlijke zelfgenoegzaamheid. Meer dan naar Lou Reed, krijg je dan ook het gevoel dat je naar Les Misérables in een productie van Music Hall gaat kijken. Rock ’n Roll en pluche — zelfs al is het van het vuilste oranje ooit gezien —, het blijft een moeilijk samengaan.

Van het moment dat Reed het podium opstapt, blijkt dat hij er zin in heeft. Een welgemutste begroeting, en de riff van "Sweet Jane" tot in het oneindige herhaald. Het publiek is welopgevoed en geeft een beleefd herkenningsapplausje, dat overgaat in een voorzichtig en stuntelig meeklappen. Helaas treedt vanavond niet Jon Bon Jovi op, en is meeklappen dus niet zo evident.

Reed melkt de bekende riff tot groteske proporties uit, vooraleer hij de eerste woorden zingt. Alsof hij het ongeloof dat hij wel degelijk ’hits’ gaat spelen op de spits wil drijven en tegelijk de mogelijkheid wil openhouden dat hij met een sardonische grijns om de lippen alsnog in iets minder vlot in het gehoor liggends kan uitbarsten.

Niet dus. Ome Lou heeft een splinternieuwe, door hemzelf samengestelde, Best Off (het puike NYC Man) te promoten, en Reed is te mild geworden om nog tegen de hooggespannen verwachtingen van een blasé publiek in te gaan. In een ongewone bezetting — gitaren, bas en cello plus versterking op zang van ene Antony — krijgen we een hoop bekend materiaal.

"Smalltown", van op het prachtige Songs For Drella, levert een paar sarcastische opmerkingen over Antwerpen op, maar is zo goed als onherkenbaar. Reed mag het publiek dan de nummers geven die het wil, gewoon de plaat naspelen is beneden zijn waardigheid. Het zou ook een belediging zijn voor de groep rond hem: gitarist Mike Rathke, bassist Fernando Saunders en celliste Jane Scott Antonio. Alledrie zijn ze essentieel voor de schitterende versies van een hele rits Velvet Underground en Lou Reed klassiekers die we te horen krijgen.

Uit zijn meesterwerk Berlin diept Reed "How Do You Think It Feels", "Men Of Good Fortune" en "The Bed" op. Daarmee is de plaat goed vertegenwoordigd, als wil Reed na al die jaren waarin de erkenning voor de in eerste instantie verguisde plaat al lang is gekomen, de puntjes alsnog op de i zetten. Verbazend overigens hoeveel hij ook van uit zijn tijd bij The Velvet Underground opdiept. Naast "Sweet Jane" passeren ook "Venus In Furs" en een door de cello gedragen "All Tomorrow’s Parties" de revue.

En dan is er die Antony, een boomlange kerel met een indrukwekkende falset. Nu eens jazzy, dan weer soulvol zorgt hij voor magnifieke ruggensteun bij Reeds parlando, en soms — zoals in "Candy Says" — mag hij de lead nemen en beperkt Reed zich tevreden tot de gitaar. De mens zijn stem is dan ook ronduit verbluffend.

Reed sluit zijn perfecte set af met twee bissen. "Rock Minuet" is ijzersterk als eerste, maar wanneer Reed als ultieme toegift "Perfect Day" brengt vallen we bijna van onze stoel. Het is er over, zeker wanneer in het publiek een eenzame aansteker koppig de lucht ingaat. Van de slechtgezinde Lou Reed-legendes blijft niets meer over, maar zolang dat dat zo’n concerten oplevert, moet een mens daar vooral niet over klagen. Nog een beetje publieksvriendelijker echter, en het golden oldies-circuit ligt op de loer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in