Rork (Andreas)

"Er zijn niet evenveel vragen als antwoorden", merkt de jonge Rork op in het tweede album, "er is altijd één vraag meer." Het zou het motto van Andreas kunnen zijn: zijn strips baden altijd in een fantastische, unheimliche sfeer die regelmatig doet denken aan wat filmgrootmeester Lynch maakt.

In de jaren tachtig vierden auteursstrips hoogtij: je had Comès met zijn magistrale Dorpsgek van Schoonvergeten, Cosey met een eerste one-shot Op zoek naar Peter Pan,… Zelfs Van Hamme en Rosinski waagden zich met De Chinkel aan een auteursstrip. Maar eigenlijk kleurden al deze strips nog netjes binnen de lijntjes in vergelijking met wat Andreas bracht: Rork was anders.

De Duitser houdt niet echt van afgeronde verhalen: zijn verhalen vertonen vreemde overgangen en volgen een interne logica die niets van doen heeft met de realiteit. Daarnaast was ook zijn tekenstijl geheel eigen met grote zwarte vlakken, sterke penarceringen en extreme perspectieven. Gaandeweg zou hij dat nog gaan verbeteren, wat resulteerde in het magistrale Cromwell Stone-tweeluik.

Rork zag begin jaren tachtig het daglicht met korte verhalen in het ondertussen ter ziele gegane stripblad Kuifje. In 1984 werden deze gebundeld in de albums Fragmenten en Doorgangen. Het waren vertellingen over de vreemde man Rork die vreemde dingen beleefde. Hij blijkt niet van deze wereld te zijn en hier een opdracht te hebben. Welke wordt echter niet gezegd. Al snel staan de verhalen minder en minder los van elkaar. Een lijn begint zichtbaar te worden en eindigt in Doorgangen met Rork die schijnbaar verloren is. De cyclus leek af.

Vier jaar later krijgt Andreas er terug zin in en zet hij de reeks verder. In Het Kathedralenkerkhof vinden we Rork sterk verzwakt terug in de Zuid-Amerikaanse jungle. Rork beheerst immers de kunst om tussen werelden te reizen maar mocht dat slechts een beperkt aantal keer doen. Op het einde van Doorgangen deed hij het één keer teveel. Vandaar zijn toestand.

Met Rork wil Andreas duidelijk iets zeggen over schijn en werkelijkheid. Over hoe wij stervelingen te snel aannemen wat we zien. "Zodra men weet wat u wilt zien, kan men u alles doen geloven", waarschuwt Rork ons. Het escapisme dat ons daarbij eigen is, wordt met achtereenvolgens religie (Het Kathedralenkerkhof), natuurgoden (Sterrenlicht), astrologie (Carpicornus) en buitenaardse machten (De afdaling) behandeld.

Hoewel hij bij het schrijven van de eerste twee delen geen plannen had om er een zevendelige serie van te maken, slaagt Andreas er toch in de circel in Terugkeer rond te maken. De strijd tussen goed en kwaad, zoals die nogal zwart-wit wordt geschilderd in Capricornus vindt zijn einde. Maar net als bij David Lynch laten genoeg losliggende draadjes de deur wijd open voor interpretatie. Wilde theorieën zijn er dan ook genoeg te vinden over de strip.

Op het einde van de jaren negentig kreeg Andreas weer schik in het universum van Rork en begon hij twee nieuwe reeksen die erbij aansloten: Arq en Capricornus, waarin hij de belevenissen van deze figuur voor en na zijn kennismaking met Rork beschrijft. Het vreemde universum is gebleven, de verhalen missen echter het mysterie dat Rork omgaf.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in