Herman Hesse :: De Steppewolf (1927)

Der Steppenwolf van Hermann Hesse (1887-1962) werd in 1927 voor het eerst uitgegeven. Dat klinkt ongelofelijk als je bedenkt hoe actueel dit boek nog steeds is. Hesse is een wonderlijke veroveraar van taal en hartstocht en een scherpzinnige ziener wanneer het op maatschappelijke kwesties aankomt.

Hesse werd afgekeurd voor de militaire dienst. Hij weigerde patriottische oorlogsverhalen te schrijven en week uit naar Zwitserland. Zoals Thomas Mann of Romain Rolland kun je Hesse een pacifistische houding toeschrijven. Begin jaren ’30 waarschuwde Hesse in pamfletten en brieven steeds opnieuw voor de barbarij en het racisme. Ook in De steppewolf hoor je die weerklank en stelt hij meermaals dat een nieuwe oorlog op komst is. Bijvoorbeeld in dit citaat: "[….] en het doel en het einde van alles is weer de oorlog, is de volgende, komende oorlog, die stellig nog afschuwelijker zal zijn dan deze was. Dat is allemaal duidelijk en eenvoudig, ieder mens zou het kunnen begrijpen, zou door een enkel uurtje nadenken tot dezelfde slotsom kunnen komen. Maar niemand wil dat, niemand wil de volgende oorlog vermijden, niemand wil zich en zijn kinderen de volgende afslachting van miljoenen besparen als hij het niet op een koopje kan krijgen. Een uurtje nadenken, een poosje in zichzelf keren en zich afvragen in hoeverre men zelf schuldig is aan de wanorde en kwaadheid in de wereld en medeschuldig is — kijk, dat wil niemand! En zo zal het dus verder gaan, en de volgende oorlog wordt door vele duizenden mensen dag na dag ijverig voorbereid."

Harry Haller, alias de Steppewolf is een eenzame man, die zich afzet tegen allerlei uitwasemingen van de bourgeoisie en andere maatschappelijke bewegingen. Tegelijkertijd beseft hij dat iedereen "een dwangarbeider van het burgerdom" is. Door de ontmoeting met Hermine verandert zijn leven en mondt het boek uit in een bizarre wereld.

Als je de maatschappijkritiek van De steppewolf transponeert naar dezer dagen, kom je tot de ontzettende vaststelling dat er werkelijk niets is veranderd. Het is een intrigerend en passioneel boek, en het relativeert tegelijkertijd enorm veel. Het is een boek over vervreemding. De vervreemding van het zelf die ons allen op een basaal niveau treft. Hij maakt ook komaf met een bepaald soort mensbeeld, dat nog steeds gepredikt wordt: de illusie van eenheid en het narcisme dat ermee gepaard gaat. En anderzijds idealiseert Hesse de geest, een hogere wereld, op een ogenschijnlijk naïeve manier. Het is een boek vol beelden, illusies en de harde realiteit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in