Wayn Traub :: ”Porno-acteurs zijn interessante mensen”

Schilden, slipjes, tanks. Wayn Traub heeft er allemaal mee gewerkt. Sinds enkele jaren houdt deze veelbelovende beeldende kunstenaar zich echter ook met theater bezig. Meer nog: met zijn Mise-en-Traub-oefeningen en zijn Wayn Storm is hij zowat de aanvoerder van het jong geweld waar kunstencentrum Victoria geregeld mee uitpakt.

"Uw naam is als wijn: ze wordt beter met de jaren," zo vertrouwde Jan Hoet hem toe. Traub gaat er niet van zweven: "Ik vind dat niet belangrijk. Plezant is het wel, maar het is mijn betrachting niet." Toen hij tijdens de openingstentoonstelling van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK) in Gent dagelijks een bonten wapenschild ging tonen werd hij ook door de pers opgepikt en sindsdien gaat het oerend hard. Voorstellingen in Frankrijk en Nederland, projecten voor Brugge en Kortrijk 2002: Wayn Traub trekt ten gesponsorde oorlog en u zult er niet aan ontsnappen. Voor dat alles rest echter nog één vraag te beantwoorden: wat hebben witte slipjes als artistiek statement nu eigenlijk te zeggen?

Wayn Traub: "Actie Onderbroek, waarbij ik over de hoofden van de Leuvense standbeelden een wit slipje trok, verwijst naar mijn stuk Wayn Storm waarin een meisje haar slipje uittrekt en over mijn hoofd drapeert. Dat is even erotisch als beledigend. Eigenlijk is dat heel vernederend. In de steden waar ik speel, zeker als ik er verschillende keren speel, wil ik van die acties doen omdat ik vind dat een kunstenaar niet zomaar een job doet — zijn stuk speelt — en weer weg is. Dat is een vorm van geldklopperij waar ik niet van hou. Ik sta voor een eigen visie op theater en kunst zoals beschreven in mijn manifest van het dierlijk theater. Ik maak geen kunst voor een publiek of een museum. Mijn theater is er in de eerste plaats voor mijzelf. Ik wil acties ondernemen die een statement zijn en terzelfdertijd dingen in vraag durven stellen. En als er nu iets niet in vraag wordt gesteld is het wel een museum en zeker een standbeeld."
"Daarom komen de wapenschilden constant terug bij mij. Ze staan voor wat kunst zou moeten zijn: iets waarmee je ten strijde trekt. Maar tergelijkertijd zegt zo’n blazoen heel veel over de drager ervan. Mijn acties zijn dan ook een oorlogsverklaring tegen dingen waar ik niet van hou."
"Het is nogal dubbel. Een wapenschild wordt enkel gedragen als je ten strijde trekt en weet dat je tegenstand gaat krijgen. Je kunt niet zomaar aanvallen, sowieso krijg je een slag. Het heeft twee dingen tegelijk: de aanval en de verdediging. Als kunstenaar ben ik een zachte aanvaller. Ik val aan, maar dat doe ik om afstand te kweken. Zo ook bij de onderbroekenactie en de SMAK-actie waar ik mij kantte tegen een typisch maatschappelijk gegeven. Musea en standbeelden zijn mausolea van het verleden, die bepaalde ideeën willen opleggen."

Goddeau: Naar aanleiding van Actie Onderbroek werd in de pers opgemerkt dat je je nu ook wel eens mocht beginnen bewijzen.
Traub: "In een opzicht hebben ze gelijk dat ik nog alles moet bewijzen. Maar dan in eerste instantie voor mijzelf. Je moet constant scherp blijven staan. Met Mise-en-Traub III, dat ik in Leuven voorstelde, heb ik voor de eerste keer in mijn leven verkeerde keuzes gemaakt en met de foute mensen samengewerkt. Het is de eerste keer in die twee jaar dat ik dat meemaak. Maar eigenlijk dienen die Mise-en-Traubs ook om uit te vinden met wie ik kan werken en met wie niet en te zoeken naar wat ik wil brengen volgend jaar. De vorige afleveringen waren heel geslaagd, maar ik heb van die derde het meeste geleerd. Bepaalde fouten ga ik nu niet meer maken. Ik wou de voorstelling afgelasten maar omdat het een oefening was en ook tegenover ’t Stuc en Victoria heb ik het niet gedurfd. Ik vond dat ik het niet kon maken. Durven tonen hoe je op je bek gaat, moet ook kunnen. Als je risico’s neemt moet je aanvaarden dat je af en toe tegen de muur loopt."

Goddeau: Waar gaat je dierlijk manifest in essentie eigenlijk over?
Traub: "Het dierlijk manifest pleit voor een rituele theatervorm die zo goed als niet bestaat in de wereld. Er zijn een paar goeroes die dat als ideaal hebben vooropgesteld. Ik sta daar helemaal achter. Artaud, Brook en Grotowski: die drie zijn voor mij de belangrijkste theatermakers. Kantor kan je er ook nog bijrekenen. Het enige grote verschil is dat ik heel fel aanvoel wat ze met hun ideeën bedoelden, maar niet geloof in hun manier om het uit te werken. Mijn manier is veel persoonlijker. Zij gingen ervan uit dat onze Westerse maatschappij zijn mythes en rituelen heeft verloren. Ik geloof daar ook in. Het christendom en de wetenschap hebben allebei hun glans verloren. Er lopen heel veel mensen rond zonder echte levensvisie, zonder zingeving. Er is een kader weggevallen waar vroeger een invulling aan het leven werd gegeven."
"Net als die drie theatergoeroes geloof ik dat het theater die leemte kan opvullen. De grote fout die ze volgens mij echter alledrie maakten, is dat ze gaan zoeken zijn naar andere rituele vormen. Ze integreerden dan gewoon vormen van andere culturen in hun theater. Maar uiteindelijk is dat gewoon toerisme: de mensen vinden het tof dat je Afrikaanse dans in een westers toneelstuk gebruikt, maar uiteindelijk is dat gewoon een vorm van exotiek. Ik geloof daar niet in. Een ritueel is iets dat je kent omdat je de mythe kent. Wij geloven niet in Afrikaanse dans, wij vinden dat alleen mooi om naar te kijken omdat het speciaal is."
"Wij geloven in dingen van hier en nu, die ons door onze traditie zijn ingeprent. Heraldiek is zoiets. Wapenschilden vind je overal: automerken, biermerken, in onze maatschappij komt dat altijd terug. Anderzijds interesseert ook de katholieke kerk mij erg want dat is een mythe die wij hier kennen. Ik wil de vormen gebruiken die de westerse mens kent. Die mythes zijn in hem ingeprent, we zijn daar mee opgevoed. Dat zijn nu twee voorbeelden die uit de traditie komen, maar voor mij is Michael Jackson ook een mythe, of Jane Birkin. Popidolen. Ik wil vormen op scène gebruiken die de mensen herkennen om dan een nieuwe mythe, een nieuw ritueel te creëren."
"Het dierlijk theater maakt gebruik van zijn eigen cultuur, met de iconen van het nu en tegelijkertijd — misschien wel de belangrijkste stap — is het een zeer persoonlijk theater. Wayn Storm is heel persoonlijk. Ik speel er geen rol in, ik ben het zelf. Het basisidee was dat je in het leven altijd moet liegen, jezelf moet verstoppen. Je moet jezelf altijd aanpassen aan andere mensen. En dan heb ik geen zin om op scène nog eens een rol te gaan spelen. Theater moet de plaats zijn waar je geen rol speelt. Waar je jezelf kunt zijn."

Goddeau: Een ander, steeds terugkerend, element in je werk is de reclame.
Traub: "Wayn Storm is voor mij het begin van de gesponsorde oorlog. Het vertrekt van het idee dat oorlog tegenwoordig niet meer wordt gevoerd zonder de media. De media zijn er altijd bij, ze gaan zelfs mee op de boot. Je kunt alles op televisie volgen. De volgende stap is dat ze ook de soldaten gaan sponsoren. Nu zitten de reclameblokken nog tussen de oorlog, maar in een volgende stap gaan de soldaten Coca-Cola-T-shirts dragen. Tegelijk is de oorlog ook gesponsord. De Golfoorlog is gevoerd door en voor de grote oliemagnaten. Het Amerikaanse leger wordt ook gesponsord door Coca-Cola en Marlboro. Die steken daar geld in want hoe meer de Amerikanen van de wereld beheersen, hoe meer producten zij kunnen verspreiden."
"Daarnaast ging Wayn Storm ook over verleiding en vooral bedrog. Er is geen verleiding zonder bedrog. Nooit. Sponsoring is verleiding, zoals een vrouw verleiding is. Je kan een vrouw nooit bezitten. Zelfs al kan je ze kopen, je zal ze nooit bezitten. Vandaar dat de vrouwsoldaten uit Wayn Storm ook allemaal gesponsord zijn: ze dragen allemaal een rode band, zoals de nazi’s, maar met een merk of logo. Die oorlog die ik voer tegen de sponsoring, tegen de grote magnaten is opnieuw iets heel persoonlijks. Eén kleine persoon — ik — tegen de grote machthebbers. Ik vind dat je dat als kunstenaar moet doen. Tegen dingen ingaan die te zot zijn om te geloven, maar die iedereen als vanzelfsprekend is gaan ervaren. Het is ook een oorlog die blijft duren. Ik ga in 2002, wanneer Brugge culturele hoofdstad van Europa is, op een marktplein een tank plaatsen die beschilderd is als een Formule 1-wagen."

Goddeau: In Eindhoven mocht je Wayn Storm eerst niet spelen omwille van enkele pornografische scènes. Is dat uiteindelijk opgelost geraakt?
Traub: "Ze vonden dat mijn werk niet thuishoorde in een grote zaal. Ze hebben het in een kleinere zaal laten spelen. Het had er trouwens veel suces."

Godeau: Wat denk je dan, als je zoiets hoort?
Traub: "Ik moet daarmee lachen. Ik ben daar echt niet mee bezig. Als mensen met pornografie problemen hebben, snap ik echt niet wat ze in hun slaapkamer doen. Mensen hebben veel minder problemen met geweld dan met porno. Een procent van de films worden gecensureerd omwille van geweld en de rest omwille van de erotiek. Van zodra iets met seks te maken heeft, kunnen de mensen er niet tegen, maar als het over geweld gaat, zegt niemand iets. Ik vind dat een heel vreemde manier van denken. Maar ik trek me daar geen bal van aan. Ik heb nog met pornoacteurs gewerkt en ik zal dat blijven doen. Ik vind dat zeer interessante mensen."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in