LynX 2001 :: Kippenvel Galicische stijl

Hoe meer muziek in Leuven, hoe beter. De organisatoren van het LynXfestival hebben dat duidelijk begrepen en afgelopen weekend werd de Stadsschouwburg dan ook herschapen tot een vreemdsoortige festivalwei. De eerste editie smaakte in elk geval naar meer.

Het is al weer drie jaar geleden dat Herman Schuermans eenzijdig besloot de navelstreng tussen Torhout en Werchter door te knippen. Vlaanderen is het dubbelfestivallen echter niet verleerd want Folk Dranouter sloeg dit jaar opnieuw een (winterse) brug tussen West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant. Zowel het cultureel centrum van Leuven als De Spil uit Roeselare hebben een traditie wat betreft de promotie van rootsmuziek. In hen vond Folk Dranouter gewillige partners om LynX op poten te zetten. Centraal idee waren originele samenwerkingen: linken leggen waar je ze het minst vermoedt, onderliggende banden blootleggen. De affiche stond dan ook bol van genoeg "& friends" of "with guest" om hoge verwachtingen op te wekken. Wij waren benieuwd.

De eerste dag stond volledig in het teken van de echte folk met onder andere het Franse L’Attirail: rammelende en opwindende folkmuziek waar wij toch de zang in misten. Een geslaagde opwarmer waren ze echter wel voor de commedia dell’ arte van Carlos Nuñez. De vinnige Spanjaard had met zijn smetteloos witte pak duidelijk voor de theatrale aanpak gekozen. Misschien wel gepast in de pluchen bonbonnière die de Leuvense Stadsschouwburg toch is. Bezwerend bespeelde de man zijn fluiten van allerlei maten en soorten, tot zijn befaamde doedelzak toe.

Hoogtepunt in zijn optreden was ongetwijfeld de verschijning van de zes meisjes van het Belgisch-Gallicische Ialma. Zichzelf begeleidend op tamboerijn zongen zij in de aloude Gallicische stijl. Kippenvel alom en een goed gesprek drong zich op met als openingsvraag: "Waar komen jullie vandaan?" Marisol voert het woord: "Ialma stamt uit het Brusselse Centro Galleo, ook wel La Tentation genaamd, in de Lakensestraat. Daar is al jaren een traditionele dansgroep die ons op een bepaald moment vroeg hen met zang te begeleiden. Zo zijn we ons aan het publiek beginnen tonen waarop ons gevraagd werd of we niet gewoon konden alleen konden."

Hoe ze zelf hun succes verklaren? "In traditionele zang zitten veel verwantschappen met andere volken. Iedereen vind er wel iets in terug dat hij herkent. Het is de traditie van de pure zang. En," gaat Marisol verder, "Carlos Nuñez kennen we al van in onze kindertijd. Hij heeft ons steeds aangemoedigd een groep te worden."

Volgend jaar toeren ze ook met Kadril. Tijd om Vlaanderen te veroveren? Weerom Marisol: "De mensen van Kadril zijn ook al lang vrienden. Er bestaat een project om toenadering te stimuleren tussen Vlaanderen en Gallicië: Paloma Negra heet het. Die band stamt uit de jaren 1500: een Vlaming heeft toen een taverne geopend in Santiago de Compostella waar alle Vlaamse pelgrims terechtkwamen. Zo is een lang verhaal ontstaan van ontmoetingen tussen Vlaanderen en Gallicië."

Vergelijkingen met Laïs dringen zich op. Ook zij zijn indertijd door Kadril groot gemaakt. En inderdaad: "We kennen heel de Belgische folkwereld. De referentie is natuurlijk Gooik. De stages zijn daar de essentie van de folkwereld. En ja er is een vriendschap met Laïs," zo geeft ze toe. "We hebben hen zelfs tamboerijnles gegeven."

Headliners op de folkdag waren de Zweden en Finnen van Hedningarna. Oorspronkelijk sloot Nuñez af, maar die besloot wijselijk dat hij beter vóór dan ná het geweld van de Vikingen kwam. Hedningarna dus laatst: "sjamanentechno" werd ooit over hen geschreven. Wij zagen geen slecht concert. Er waren bezwerende momenten en enkele goede nieuwe nummers, maar wij herinnerden ons een uitzinnige menigte twee zomers geleden op de Brugse Burg en waren lichtjes ontgoocheld. Wij besloten dat dieprode zitjes misschien niet de ideale plaats waren om van hun muziek te genieten. Waar of niet waar?

"Beide hebben hun voordelen," vindt Liisa Matveinen (zang). Anders Norudde (multi-instrumentalist) ziet toch wat nadelen. "Het publiek wordt verplicht neer te zitten, dat voel je, maar soms springen en dansen ze toch. Ze luisteren aandachtiger, dat is waar. We maken ook niet enkel dansmuziek. We spelen niet echt traditionele melodieën, al zijn er natuurlijk dingen die we soms uit oude boeken halen. We gebruiken enkele oude en traditionele deuntjes. De zang van onze Finse meisjes is daarentegen wel traditioneel." "Wij zingen oude teksten, uit de runnazangstijl," legt Liisa uit. "Teksten uit een orale traditie waarvan niemand hoe oud ze zijn."

"Het is heel moeilijk onze muziek te beschrijven," aldus Anders. "In de grond is het traditionele folkmuziek, maar we vermengen het met onze eigen smaken. We gebruiken drums op een andere manier en ook de bassen kunnen het misschien een beetje meer easy listening maken. Wij zijn opgegroeid in de jaren zeventig en tachtig en dat gebruiken we ook in onze muziek."

Is die combinatie van Finse en Zweedse traditie bewust gekozen? Niet echt, zegt Anders: "We zijn begonnen als instrumentale groep maar op een bepaald moment besloten we zang te integreren in onze muziek. We vonden niet direct de juiste zanger tot Totte (Mattson, ondertussen niet meer bij Hedningarna, mvs), die les gaf aan de Finse Sibeliusacademie, meisjes op de typisch Karelische manier hoorde zingen. Zo had hij nog nooit horen zingen, maar hij vond het erg passen bij onze muziek. We vroegen twee van die meisjes mee op tour als gasten en dat werkte perfect."

Is de folkscene in Skandinavië eigenlijk groot, zo vraag ik. "Ze is zeer klein op dit moment," Bromt Anders. "Alles is nu plastiek, begrijp je, maar in het begin van de jaren negentig was de scene groot." "Everything is done," valt Liisa hem bij. "We spelen nu meestal buiten Skandinavië, al hebben we wel ons publiek overgehouden aan die tijd."

De affiche van de tweede dag mikte meer op de volwassen rockliefhebber. Vooral een publiek van oudere jongeren dus, al had de beloofde samenwerking tussen An Pierlé en John Cale wel ook wat jong bloed naar de zaal gelokt. Openen mocht Leuvenaar Anton Walgrave die voor de gelegenheid Arif Durvesh, tablaspeler van Britse rootsrevelatie Nitin Sawnhey, en producer Kevin Armstrong meebracht. Aangekondigd was dat Walgraves nummers nieuwe arrangementen aangemeten zouden krijgen. Al bij al viel dat nog mee, al kreeg "Paralysed" een mooi uitgesponnen intro mee en werd ook "Smile" tablagewijs een nieuw kleedje aangetrokken.

Hoe viel het optreden in een theaterzaal trouwens mee, Arif? "Wonderfull. Vooral omdat de tabla eigenlijk een erg akoestisch instrument is. Ik heb Anton ontmoet in Londen en Kevin Armstrong vertelde me dat Anton iets met tabla en akoestische gitaar wou doen. We zijn onlangs de studio ingetrokken waar we samen aan een nummer hebben gewerkt. Normaal gezien zal het op zijn volgende album staan want ik denk dat de cross-over tussen tabla en gitaar met stem erg goed werkt."

Zijn er verdere plannen met Anton? Durvesh denkt van wel. "We hebben elkaar nog maar pas leren kennen en we hebben hier die optredens gedaan. (tegen Anton) I think it’s going to be a long term thing, huh?" Anton bracht in elk geval heel wat nieuwe nummers. Ligt er een nieuwe plaat in het verschiet? "Ik heb een studio aangekocht," aldus Walgrave, "en nu wil ik thuis rustig doorwerken aan nieuwe nummers. Na de zomer moet er dan een nieuwe plaat uitkomen."

Wil Walgrave dan alles voortaan zelf doen? "Kevin gaat de nieuwe plaat waarschijnlijk mixen, al is dat nog niet zeker. Met de vorige plaat heb ik gezien dat dat heel veel kost aan de platenfirma, wat tot gevolg heeft dat ik niets verdien aan die eerste plaat. Voor een platenfirma ben je ofwel een schot in de roos ofwel niet. Ik wil niet meer op die manier werken. Ik wil vooral platen maken en die uitbrengen, desnoods op een veel kleiner label. Tenzij EMI anders wil werken, dat kan natuurlijk ook. We hebben geen ruzie."

Of de magere verkoop van zijn debuut hem niet frustreert? "Neen, ik denk dat ik het wel versta, al is dat niet commercieel om te zeggen. Mijn eerste plaat was heel verscheiden. Het waren allemaal nummers die ik al lang liggen had en waarmee ik toen ben beginnen te werken. Misschien is ze een beetje te eclectisch. In de volgende plaat moet meer een lijn zitten."

Dat de beloofde tabla-arrangementen niet altijd even goed doorkwamen, begrijpt hij. "Bij een aantal nummers, vooral enkele nieuwe, ging het nog. We hebben echter maar twee dagen tijd gehad om te oefenen, wat erg kort is om een heel andere set in elkaar te steken of alles te veranderen. Eerst moet je elkaar wat aftasten. Aangenaam was het wel, zo snel werken."

Publiekslieveling was in elk geval Jools Holland met zijn Rhytm & Blues Orchestra. Allerlei spelletjes kregen de handen op elkaar, de kelen open en naar het einde van de set toe was maar weinig meer te merken van het feit dat dit een zittend concert was. Blijkbaar was de ‘Spirit of the Boogey’ toch ‘in the house’. Bijwijlen was Holland erg entertainend, muzikaal echter weinig relevant.

Met John Cale hadden de organisatoren een muzikaal risico gepland. Veel te vaak immers zijn ’s mans optredens flauwe doorslagjes van zijn liveplaat uit 1992 Fragments of a rainy Season. De uitdaging om er opnieuw een gebeurtenis van te maken werd met beide handen gegrepen door An Pierlé die een aantal nummers met hem bracht. Samen brachten ze beklijvende versies van Ray Davies "Sitting in the midday Sun" en Cale’s eigen "You know more than I do". Het leek de anders zo gesloten Cale wat op te vrolijken. Zelden wisten we hem op concerten praatvaardiger. Missie volbracht voor de organisatoren. Stampvoetend bleef het publiek schreeuwen om meer. LynX mag, neen moet, een schitterende toekomst tegemoet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in